Home Artikelen Coronacommotie herbeleefd

Het is alweer meer dan een halfjaar geleden dat de campus op slot ging. Na de overgang naar online onderwijs, het invoeren van proctoring en het uitstel van het BSA is het leven aan de universiteit ingrijpend veranderd. Een reconstructie omtrent de maatregelen op de Radboud Universiteit tot dusver.


Deze reconstructie verscheen eerder in de eerste editie van de ANS-krant.

De digitale omslag

Op 7 maart 2020 wordt bij een student aan de Radboud Universiteit (RU) het coronavirus vastgesteld. Hoewel de student niet in Nijmegen is besmet en alle campusactiviteiten gewoon doorgaan, neemt de spanning aan de universiteit langzaam toe. Als Mark Rutte op 12 maart de eerste landelijke maatregelen inluidt, is het voor de RU echt menens. De universiteit communiceert diezelfde dag dat al het fysieke onderwijs op de campus wordt geschrapt. In de overgang naar online onderwijs lukt het veel docenten niet om de kwaliteit van de colleges te bewaren: zestig procent van de RU-studenten geeft in april aan hun colleges te zien verslechteren. Dit staat haaks op het extra werk dat docenten leveren. ‘Online onderwijs dat recht doet aan de individuele kwaliteiten en behoeftes van studenten is veel intensiever dan fysiek onderwijs’, verklaart Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde. ‘Ik neem nu bijvoorbeeld video’s op om onderwerpen in te leiden. Daardoor ben ik vier uur bezig met twintig minuten college.’ Om de docenten bij de transitie te ondersteunen, vindt er bij veel opleidingen een wekelijks sectieoverleg plaats waarin docenten college-ervaringen uitwisselen en van elkaar leren. Daarnaast zorgen hogere universiteitsorganen ervoor dat docenten het wiel niet opnieuw uit hoeven te vinden.

‘Kortom, de academische gemeenschap bestaat op dit moment niet.’

Esther-Mirjam Sent, vice-decaan onderwijs aan de Faculteit der Managementwetenschappen, licht dit toe: ‘Wij hebben een speciaal team opgericht, bestaande uit docenten, studenten en ondersteuners. Dat zorgde ervoor dat de gewonnen kennis tussen opleidingen wordt uitgewisseld.’ Daarnaast is docenten de mogelijkheid geboden om gebruik te maken van de expertise van het Radboud Teaching and Learning Centre. Dit instituut trad toevalligerwijs vlak voor de coronacrisis in werking. ‘Hier konden medewerkers terecht met vragen over de tools die er voor online onderwijs beschikbaar waren’, aldus Sent.

Oostermans ervaringen met de studievoortgang van studenten zijn door deze hulp overwegend positief. Desalniettemin doen de neveneffecten van het online onderwijs, waaronder het wegvallen van het ‘informele circuit’, volgens de neerlandicus grote afbreuk aan de academische wereld. ‘Het continue gesprek over onze waarden, onderzoek dat we willen gaan doen en vernieuwingen in het onderwijs wordt niet meer gevoerd’, vertelt Oosterman. ‘Kortom, de academische gemeenschap bestaat op dit moment niet.’ Dat gaat ook op voor studenten, zo bevestigt Cor van Halen, universitair docent Sociale en Culturele Psychologie: ‘Een deel van de academische vorming bestaat uit het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap waarin men elkaar uitdaagt. Daarbij werkt het beeldscherm te veel als een one-way screen.’

Toetsen met toezicht

Een ding mag dus duidelijk zijn: waar gehakt wordt, vallen spaanders. Dat gaat ook op voor de toetsing aan de universiteit. Voor de tentamenweek in maart 2020 kiest de RU niet direct voor controversiële anti fraudesoftware, maar vraagt ze studenten een zogenaamde ‘fraudeverklaring’ af te leggen. Toch voorkomt dit niet dat een grote groep psychologiestudenten over de schreef gaat bij een multiple-choice tentamen voor het vak Brein en Cognitie. Van Halen, coördinator van verschillende psychologiecursussen, zag de bui daarna wel hangen: ‘Als docenten gaven wij de voorkeur aan multiple-choice tentamens met krappe tijdsloten, gehusselde volgordes en vragen met inhoudelijke varianten.’ De examencommissie gaf hier na alle fraude echter geen toestemming meer voor. Er moest en zou een vorm van audiovisueel toezicht komen.

‘Toen we studenten over proctoring vertelden, schrokken ze zich het leplazarus.’

Naast de examencommissie voor Sociale Wetenschappen benadrukken ook andere examencommissies de noodzaak van audiovisueel toezicht tegenover het universiteitsbestuur. Om die reden communiceert de universiteit in april dat er een pilot in gang wordt gezet voor de anti-fraudesoftware Proctorio. Deze software analyseert het computerscherm, de zoekopdrachten, de oogbewegingen en de microfoongeluiden van studenten. Alles wat hierbij afwijkt van de norm wordt gecontroleerd. Het psychologietentamen dat Van Halen in mei organiseert, is een van de toetsen die onder de Proctorio-pilot valt. Van Halen licht toe: ‘Toen we de studenten over proctoring vertelden, schrokken ze zich het leplazarus. Grote groepen studenten zeiden “over mijn lijk”.’ Een dag voor het tentamen komt er alsnog een opt-outregeling: studenten met bezwaren tegen proctoring mogen van deze regeling gebruik maken en op een later moment een fysiek tentamen afnemen. Maar liefst 170 studenten kiezen ervoor om hieraan mee te doen.

Ook AKKUraatd neemt waar dat er onder studenten veel weerstand is tegenover Proctorio. De partij verzamelt in juni drieduizend handtekeningen om de pilot in de kiem te smoren. Bart Zonneveld, lid van de medezeggenschapsraad voor AKKUraatd, legt de intentie achter de petitie uit: ’Als je naar die pilot keek, dan was de opdracht alleen om te kijken of alles technisch mogelijk was. Dit terwijl het grootste vraagstuk voor ons was of we wel willen dat studenten zodanig worden gewantrouwd.’

”Proctoring werd toch toegestaan, waarom zouden jullie moeilijk doen?”

AKKUraatds inzet ten spijt, de proctoringtoetsen komen er toch. Wel stelt de universiteit het audiovisuele toezicht alleen in te zetten bij tentamens waarvoor geen fraudeveilig alternatief is. Volgens Zonneveld blokkeert de optie voor proctoring juist de zoektocht naar alternatieven. Hij licht dit toe: ‘Opleidingscommissies kwamen met alternatieve plannen om mee te denken met docenten. Zij kregen dan echter van examencommissies te horen: “nee, proctoring wordt toch toegestaan, dus waarom zouden jullie moeilijk doen?”’ Examencommissies van grotere opleidingen gaven overigens sneller toe aan proctoring dan examencommissies van kleinere opleidingen die vaker essayvragen gebruikten. ‘Dat heeft te maken met de tentameninhoud, de studentenaantallen en de uitvoerbaarheid’, aldus vice-decaan Sent, wier faculteit relatief veel proctoring inzette.

BSA: uitstel of afstel?

Waar AKKUraatds hoop op alternatieve toetsing dit jaar als sneeuw voor de zon verdwijnt, krijgen anderen juist een sprankje hoop terug. Minister Ingrid van Engelshoven presenteert in maart een aantal coronamaatregelen in het hoger onderwijs om studenten een hart onder de riem te steken. De meest ingrijpende daarvan is het landelijk uitstellen van het bindend studieadvies (BSA) voor studenten die er niet in slaagden genoeg punten te behalen voor een positief advies. Elise van Eeten, eerstejaarsstudent Communicatie- en Informatiewetenschappen, ziet haar situatie door deze maatregel plotseling veranderen: ‘Ik wist eerst zeker dat ik onvoldoende punten zou halen voor een positief BSA. Toen kwam echter het bericht naar buiten dat het BSA werd uitgesteld. Ik sprong een gat in de lucht!’

‘Als ik een eerstejaarsvak nu niet haal, moet ik de universiteit direct verlaten.’

Toch ziet Van Eeten inmiddels ook de nadelen van het uitgestelde BSA. De RU vulde de uitstelregeling namelijk zo in dat studenten die te weinig studiepunten haalden voor een positief BSA in hun tweede jaar alle zestig studiepunten van het eerste jaar moeten halen. Doen zij dit niet, dan moeten zij alsnog met hun opleiding stoppen. Van Eeten zucht: ‘Als ik een eerstejaarsvak nu niet haal, moet ik de universiteit direct verlaten. Dat levert veel onzekerheid op.’ Normaal gesproken kunnen studenten die een positief BSA ontvangen in hun laatste studiejaar eerstejaarsvakken halen en nog steeds nominaal afstuderen. Martijn Gerritsen, woordvoerder van de universiteit, vertelt dat het college van bestuur desondanks de norm van zestig punten in het tweede jaar wilde stellen voor het uitgestelde BSA. De aanleiding hiervoor is de opbouw in het studieprogramma. ‘Veel cursussen bouwen voort op de kennis die is opgedaan in het eerste jaar en hebben vaak ook ingangseisen.’ Daarnaast stelt Gerritsen dat de universiteit studenten die hun opleiding eigenlijk niet aankunnen met de uitstelnorm wil behoeden voor verloren tijd en energie. Dit is ook het motief voor het reguliere BSA.

Een dag in de week op de campus?

Na maanden van online onderwijs is er begin juli dan eindelijk toch weer zicht op een terugkeer naar de campus. De RU kondigt aan alle studenten en medewerkers vanaf 1 september tenminste veen dag fysiek naar de universiteit te willen laten komen. Gezien de capaciteit van het openbaar vervoer en de ruimte die de anderhalvemeterregel overlaat, wordt dit mogelijk geacht. Bovendien huurt de RU ook theaterzalen De Vereeniging en de Stadsschouwburg af, waar fysiek college kan worden gegeven. Desalniettemin is Job Mogezomp, eerstejaarsstudent Geografie, Planologie & Milieu (GPM), in het eerste studieblok alleen nog tijdens de introductieweek op de campus geweest. ‘Van economiestudenten hoor ik dat ze wel een keer per week een werkcollege op de universiteit hebben. Dat vind ik krom’, vertelt hij. Vice-decaan Sent vertelt dat de verdeling van fysiek onderwijs door de roostermakers wordt gecoördineerd. ‘Soms is het streven van een dag in de week op de campus niet uitvoerbaar omdat roosters niet op elkaar kunnen worden afgestemd’, verklaart ze. ‘Het is immers niet mogelijk om een college op de campus te volgen als je net daarvoor een online college hebt gehad.’

‘Het is voor studenten nog makkelijker contact af te houden.’

In het geval van de eerstejaars GPM-studenten was er in de ogen van hun opleidingscoördinatoren tijdens het eerste blok weinig toegevoegde waarde om onderwijs op de campus te faciliteren. ‘Zij wilden juist speciale bijeenkomsten aanbieden waarbij de sociale dimensie goed tot zijn recht komt’, stelt Sent. De opleiding gaf hier invulling aan met een tweewekelijkse sessie in de Vereeniging waarbij studenten in groepjes de stad in konden gaan om GPM-gerelateerde opdrachten te maken. Buiten deze tweewekelijkse sessies is Mogezomps studieprogramma volledig online, maar dat weerhoudt hem er niet van om dagelijks sociaal actief te blijven. Hij neemt hier zelf het initiatief voor, maar dit is niet voor elke nieuwe student zo gemakkelijk. De gevolgen van het sociale isolement waar sommige eerstejaarsstudenten zich in bevinden, zijn onzichtbaar voor docenten en medestudenten, zo stelt hij. Van Halen bevestigt dit probleem als docent aan een opleiding met een paar duizend studenten. ‘In de huidige situatie is het nog moeilijker voor de opleiding geworden om goed persoonlijk contact te onderhouden met studenten. Anderzijds is het voor studenten nog gemakkelijker om dat contact af te houden.’

Wordt vervolgd…

De coronacrisis heeft de RU in een flits ingrijpend veranderd. Geen enkele student had in februari kunnen bedenken dat studies zonder fysieke colleges zouden worden gevolgd, het BSA een jaar zou worden uitgesteld of meekijksoftware op laptops vereist zou zijn voor een tentamen. Toch is het zo verlopen en zitten studenten de komende tijd nog aan deze omstandigheden vast. De wereld zoals we hem voorheen kenden, ligt immers vooralsnog niet in het verschiet.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter