Home Artikelen De Dwarsdoorsnee: Appen met mijn oma

In het normale leven is rechtenstudent Sjoerd Bakker vooral bezig met het schrijven en interpreteren van wetsartikelen en jurisprudentie. Buiten het recht om laat hij de strikte verwijzingen achterwege en komt de verbeeldingskracht tevoorschijn. In deze column beschrijft hij een gebeurtenis waarbij de lezer met selectieve context midden in het verhaal valt.


Dit schreef ze laatst:

‘Ik neem nooit de moeite om iets terug te lezen. Maar misschien zijn mijn vingers te dik of heb ik geen geduld. Het klinkt wat zuur. Zo bedoel ik het niet.’

Oma en ik sturen veel berichtjes naar elkaar. Het gaat gewoon over dagelijkse dingen, er komen geen zware onderwerpen voorbij. Af en toe komt er een pareltje voorbij. De teksten zijn dan bijna poëzie. 

Over het algemeen schrijft ze mooier dan ze praat, zeker nu ze wat ouder is. Spreken is moeilijk, schrijven gaat nog. De geschreven woorden openbaren wat op een verjaardag of bij een borrel verborgen blijft.

Mijn oma is eenzaam en ik soms ook. Daarom schrijven we, om voor even de eenzaamheid de deur te wijzen. Het alledaagse kunnen we niet meer bespreken wanneer ze dood is. Ik voel dan ook bij elk berichtje de eindigheid op ons neerkijken. De simpele gesprekken zijn een teken van het leven dat nu nog niet is vergaan. Tegelijkertijd zijn deze een teken van het leven dat gezelschap nodig heeft.

We gaan allebei dood, maar onze alledaagsheid duurt voort.

Ik ben de berichtjes aan het bundelen en hoop ze ooit uit te kunnen brengen. De briefwisseling is een fenomeen dat langzaam verloren gaat, maar onze Whatsappwisseling komt daarvoor in de plaats. Dit kan nog wel eens tot kunst worden verheven en later in de canon voorbij komen.

Op de achterflap van onze bundel zullen enkele citaten van ons te lezen zijn. Het zijn de zinnen waarvan we niet willen dat ze vergaan en die ons ooit een vlucht uit de eenzaamheid boden.

De titel zie ik al voor me: Oma en kleinzoon, gesprekken uit een ver verleden (2021).

Sjoerd: ‘Ik val in slaap door Bob Ross. Met Zijn zachte stem vertelt Hij me iets tijdens het schilderen. Het is alsof Hij is gevallen uit een gat in de kosmos en een God is die het hier even bekijkt.’

Oma: ‘Kort geleden, lang geleden. We hebben allemaal geleden. We zullen allemaal lijden, het leed gaat niet verdwijnen.’

We gaan allebei dood, maar onze alledaagsheid duurt voort. Daarmee zijn we onsterfelijk en voelen we ons getroost in de eenzaamheid van ons leven.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter