Home Artikelen Experimentele vrolijkheid

Joost Oomen werd na het uitkomen van zijn debuut Het Perenlied vrijwel direct door de Volkskrant uitgeroepen tot ‘Literair talent van 2021’. Zijn recent uitgekomen roman kenmerkt zich door vrolijkheid, maar dat betekent niet dat het een grappig verhaal is. ‘Het is serieuze vrolijkheid die ik mensen wil laten zien.’


Joost Oomen staat nu vooral in de belangstelling als literair talent, maar is ook fervent theatermaker. In 2018 interviewde ANS hem over zijn interactieve theatervoorstelling O ratelslang, geil beest. Het was een chaotisch interview dat goed paste bij de ongrijpbare en experimentele inhoud van de voorstelling die hij samen met zijn compagnon Willie Darktrousers maakte. Daarnaast is hij al sinds zijn middelbare schooltijd bezig met dichten en werkte hij onder andere samen met de Nijmeegse kunstorganisatie De Nieuwe Oost | Wintertuin.

In al zijn kunstuitingen staat vrolijkheid centraal. ‘Ik ben geïnteresseerd in dit thema zonder dat het een grapje wordt’, vertelt Oomen. Ook in zijn roman Het Perenlied experimenteert hij met vrolijkheid door te spelen met groente en fruit. ‘Die maken mensen heel blij en glimmen zo leuk’, stelt de schrijver, die een wat rustigere indruk maakt dan in 2018. In het boek volgt de lezer het verhaal van de Bietenkoningin, een paars meisje dat uit een pan bieten is en verder in het verhaal haar vader achterna. Hij is naar New York vertrokken om de dood van zijn geliefde Chad te verwerken die tijdens de aanslagen van 9/11 is omgekomen. Na een flinke slok uit een enorme witte mok vertelt Oomen wat hem inspireert als schrijver.  

Het imago van schrijverschap

Oomen blikt terug op zijn eerste kennismaking met de dichtkunst en vertelt daarover op enthousiaste en levendige wijze. Dat was een bundel van Lucebert die hij in de boekenkast van zijn ouders vond. Het was niet zozeer de poëzie die hem aansprak, maar de achterflap waarop het veelbewogen leven van de dichter stond beschreven. Oomen geeft grinnikend toe: ‘Hij zou heel veel wilde feestjes in Parijs hebben gehad. Toen dacht ik “dat wil ik ook”.’ Vlug nuanceert hij dat het vooral de fantasieën van een zestienjarige scholier waren. Die turbulente levensstijl dacht de jongere Oomen te vinden in het leven als drummer in een jazzband met een contrabassist en pianist. Tussen zijn medebandleden verliep niet alles even soepel. ‘Die twee maakten altijd ruzie,’ legt hij uit. Zijn liefde voor ritme wilde hij echter niet verloren laten gaan. ‘Ik vroeg me af wat ik daar in mijn eentje mee kon doen en ben toen begonnen met het schrijven van gedichten.’

‘Alles begint altijd met het ritme.’

Naast het schrijven van poëzie kreeg Oomen ook steeds meer interesse in proza, wat een vlucht nam toen hij Nederlands ging studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. In langere teksten kon hij zijn gevoel voor ritme wederom kwijt. ‘Alles begint altijd met het ritme’, roept hij. ‘De Bietenkoningin heeft bijvoorbeeld een heel specifieke ritmiek.’ Wat dat precies inhoudt, duidt hij in de vluchtigheid van zijn verhaal niet.

Zijn grote literaire voorbeeld werd de Amerikaanse schrijver Richard Brautigan die in de jaren 60 furore maakte met experimentele romans als In watermeloensuiker en Forelvissen in Amerika. ‘Wat mij vooral intrigeert aan het werk van Brautigan is dat hij experimenteel is zonder spierballenvertoon. Hij weet met heel spaarzame middelen extreem experimenteel te zijn. De roman Forelvissen in Amerika gaat thematisch niet over forelvissen in Amerika’, begint hij te vertellen. ‘Het hoofdpersonage heet Forelvissen in Amerika en in korte delen gaat het over forelvissen in Amerika.’ Hij vervolgt bewonderend: ‘Brautigan heeft bewust zijn eigen pad gekozen en daar is een mooi klein oeuvre uitgekomen.’ Verwijzend naar een ander boek van Brautigan probeert hij zijn warrige verhaal te verduidelijken. ‘Een ander gek boek van hem is In watermeloensuiker, waarin alles in de maatschappij uit watermeloensuiker bestaat. Dat idee vind ik een heel warmbloedig experiment.’ Bescheiden geeft hij toe dat hij het talent om zo experimenteel te zijn ook wel zou willen bezitten.

‘Ik probeer me te onderscheiden, maar het moet wel oprecht blijven.’

Dat experimentele moet echter wel toegankelijk blijven. Volgens de jonge schrijver zijn er veel boeken in de Nederlandse literatuur die zo experimenteel zijn dat ze niet meer uitnodigend zijn voor de lezer. ‘Je hebt haast een bachelordiploma Nederlands nodig om de kern uit die boeken te halen’, zegt hij lachend. Draaiend aan een pluk haar denkt hij enkele seconden na voordat hij verder gaat: ‘Het experiment moet niet aan worden gegaan om iets toe te voegen aan de literatuur, het moet nodig zijn voor de schrijver om zich goed uit te kunnen drukken.’ In zijn eigen werk probeert hij dit te doen door door oprecht te zijn: ‘Ik probeer me te onderscheiden, maar het moet wel oprecht blijven.’

Vrolijke fictie

Dat lukt de auteur het best als hij over het thema vrolijkheid schrijft. Wanneer hij daarover spreekt, verschijnt er een brede lach op zijn gezicht. Zowel in zijn theatervoorstellingen als in zijn literaire werk is hij op een serieuze manier met het onderwerp bezig. ‘Wat ik schrijf, meen ik echt’, stelt Oomen. ‘Het is vrolijkheid zonder dat het een grapje wordt.’ Fruit is een opvallend motief waarmee hij die toon probeert aan te slaan. ‘Enerzijds was ik benieuwd naar de relatie tussen mensen en dingen, anderzijds geïnteresseerd in vrolijkheid. Toen ik die twee dingen samenpakte, kwam ik al vrij snel uit bij fruit.’ Wel legt hij met een razend tempo uit waarom fruit volgens hem vrolijk is. ‘Fruit glimt heel leuk en het heeft mooie kleurtjes,’ roept hij zichtbaar opgewekt. ‘Het maakt universeel vrolijk.’ 

‘Ik wilde niet iets schrijven wat de wereld verder kapot zou maken.’

In Het Perenlied probeert Oomen met vrolijke fictie te reflecteren op de tragische gebeurtenissen van 9/11. Door de aanslag überhaupt in het verhaal te verwerken, probeert hij de lezer een houvast te bieden. ‘Deze herkent dan in ieder geval iets uit de echte wereld, waaruit een fictie-experiment kan voortvloeien.’ De vrolijkheid blijkt vooral uit wat Oomen probeert recht te zetten. ‘Tijdens de aanslagen op de Twin Towers zijn er mensen geweest die verliefd op elkaar waren, net als de vader van de Bietenkoningin en Chad. Zij kunnen dat nooit navertellen en dat vond ik zielig.’ Door dit verhaal in zijn roman te vertellen, probeert hij dit soort geliefden toch een stem te geven. ‘Ik wilde iets liefs en vrolijks schrijven, iets wat de wereld niet nog verder kapot zou maken.’ In het boek maakt de vader van de Bietenkoningin zijn geliefde na met stukken fruit. ‘Hij leeft samen met hem onder het fruitschap van een supermarkt en is daar heel blij en gelukkig’, vertelt de auteur vertederd.

Oomens debuut werd door veel literatuurcritici lovend ontvangen. Desondanks is hij het niet altijd eens met de manier waarop het boek werd omschreven. ‘Sommige recensenten zien vrolijkheid als iets kinderlijks, maar dat is dus niet zo.’ Hij verwijst hiermee naar recensenten die zijn boek vanwege zijn fantasierijke plot bestempelden als ‘kinderlijke naïviteit’. Daarnaast wordt zijn experimentele boek als humoristisch en absurd omschreven. Oomen kijkt beteuterd: ‘Ik vind dat best vervelend. Het is een serieuze vrolijkheid en ik wil ook dat mensen dat zien. Ik merk soms dat het publiek het best wel moeilijk vindt dat kunst daar ook over kan gaan en niet alleen over pijn en verdriet.’

Een nieuwe roma(a)n

Hoewel de creatieveling net als de rest van Nederland thuis zit, betekent dat niet dat hij stil zit. Bij zijn debuut trok hij zich terug in Zeeland en merkte dat isolement zijn schrijfproces ten goede kwam. Hij maakt een snelle schets van zijn leven destijds: ‘Ik was constant bezig met het organiseren en presenteren van evenementen. Als ik in Amsterdam was gebleven, had ik alleen maar bier gedronken’, grapt hij. Inmiddels staat er een nieuwe roman op de planning. Of hij voor dit werk ook in isolement gaat, weet hij nog niet. ‘Al is dat nu niet zo moeilijk’, knipoogt de auteur.

‘Ik wil kijken of ik sciencefiction wat literairder kan maken.’

Het nieuwe boek moet een sciencefictionroman gaan worden. ‘Ik heb al eens eerder een kortverhaal geschreven in dit genre. Ik wilde dat verder onderzoeken’, licht de schrijver toe. ‘Sciencefiction is interessant omdat het buiten de gebaande paden van de literatuur valt. Ik wil kijken of ik dat wat literairder kan maken.’ Enthousiast vervalt hij in een verhaal over de Artemismissie van NASA. Deze volgt hij met veel belangstelling op Instagram en vormt ook de inspiratie voor zijn tweede roman. ‘De missie houdt in dat de eerste mensen in 2024 op de maan gaan wonen. Er zijn zelfs plannen om daar een 4G-netwerk aan te leggen’, roept de schrijver. ‘Ik vind dat heel inspirerend.’ Waar het verhaal precies over zal gaan, laat hij nog even in het duister. In ieder geval speelt de maan een grote rol. ‘Ik vind het een leuk ding, de maan’, benadrukt Oomen glunderend.

Het is nog niet duidelijk wanneer de nieuwe roman in de boekhandels zal liggen. Wel is het de bedoeling dat deze uitkomt voor de lancering naar de maan. ‘Het schrijven moet in ieder geval niet nog vijf jaar duren’, geeft Oomen aan. Mocht het binnen die tijd niet lukken, dan kan hij zelfs in isolement op de maan gaan voor het schrijven. ANS

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter