Home Artikelen Kamervragen: Jeske en Yannick

Kamervragen: Jeske en Yannick

door Sonja Kwakkel

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Jeske en Yannick.


Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS 2020-2021.

Yannick op bezoek bij Jeske

‘Schattig en heel opgeruimd’, zijn de eerste woorden van Yannick wanneer hij de kamer binnenloopt. De ruimte staat vol met planten en overal hangen foto’s. Yannick inspecteert de vele polaroids die op feestjes zijn gemaakt. Hij hoopt de mogelijke bewoner te vinden tussen de kiekjes en ziet vooral veel dames. ‘Ik denk dat het een meisje is’, zegt Yannick. Dan ziet hij de kledingkast vol met jurkjes: ‘Of het is een jongen die graag meisjeskleren draagt, dat kan natuurlijk ook.’ Yannick concludeert vrij snel dat deze kamer meer meubels heeft dan hij ooit in zijn leven heeft gehad. ‘In tegenstelling tot mijn kamer heeft zij wel ruimte om ergens te zitten’, zegt hij wijzend naar het hoekje waar de bank staat.

Verder staat er ook een grote elektrische piano. Op de standaard staat echter alleen een mapje met gitaarakkoorden, wat Yannick vreemd vindt. ‘Ze speelt sowieso gitaar en doet net alsof ze piano speelt, dat is het. Ik heb het gewoon door’, zegt hij bloedserieus. Yannick zoekt verder naar een gitaar in de kamer, maar tevergeefs. Hij loopt naar de kast bij het raam waar studieboeken in staan en zijn oog valt op enkele medische termen. ‘Ze zal wel iets van Geneeskunde studeren’, zegt hij. Naast de studieboeken staan er ook boeken over koken en lifestyle, waaronder een receptendagboek. ‘Ik denk wel dat ze van koken houdt’, zegt Yannick.

Hij vervolgt zijn route en klimt de ladder naar de vide op. Hier ziet hij het bed, bestaande uit enkel een matras op de vloer. ‘Dit herken ik, ik heb zelf ook alleen een matras’, zegt hij. Wanneer hij weer beneden staat, wijst hij naar een bordje aan de muur met een logo erop: ‘Ze zit wel bij een vereniging denk ik. Ik heb dit ding nu al twee keer gezien. Het zal wel de Geneeskundevereniging zijn.’ Omdat hij het logo nu twee keer heeft gezien, denkt hij dat de bewoner een jaar in het bestuur van de studievereniging heeft gezeten. ‘Zij is zo iemand die nooit tijd heeft en altijd druk is’, concludeert Yannick op basis van haar verenigingsleven en de foto’s van feestjes.

Jeske op bezoek bij Yannick

Na een lange zoektocht op het terrein van het Albertinumklooster vindt Jeske dan eindelijk de deur van Yannicks kamer. Bij het openen van de deur kijkt ze haar ogen uit vanwege alles wat aan de muren hangt in de kamer: theezakjes, pinpassen en politieke posters. Eenmaal binnen ziet ze als eerste twee matrassen die een groot deel van de vloer bedekken. Daarnaast ligt een grote stapel van allerlei soorten boeken. ‘Ik zou het zelf wel chill vinden om iets meer in m’n kamer rond te kunnen lopen’, grinnikt ze. Dan valt haar op dat er een hoop cd’s naast de wastafel ligt, hierdoor denkt ze dat de bewoner een muziekliefhebber is.

Dan ziet ze hoe de wastafel er uit ziet. ‘Volgens mij is die al even niet meer schoongemaakt’, lacht ze. Naast de inbouwkast staat een stoel die vol ligt met broeken en shirts. Jeske vraagt zich af of deze persoon ergens anders misschien nog kleren heeft liggen. In de enige kast treft ze veel dingen aan, maar geen kleding. ‘Misschien is dit het gewoon’, zegt ze wijzend naar de stoel. Jeske loopt door.

Achterop het volgestapelde bureau dat bij het raam staat, vindt ze een keyboard. ‘Dit is een overeenkomst met mijn kamer, ik heb daar ook een piano staan’, zegt ze enthousiast. Ze wijst naar iets anders op het bureau, namelijk een grote stapel blikken met bonen. ‘Ik heb het idee dat het zo’n typische student is die veel uit blik eet en niet te moeilijk doet met schoonmaken.’

Op het bureau staat ook een beeldje van een heilige koe op een altaar van boeken. Vlak daarnaast hangt een schilderij van Jezus aan de muur. ‘Misschien studeert hij iets van Theologie’, zegt Jeske. ‘Toch is er iets vreemds aan deze kamer’, zegt ze terwijl ze wijst naar de flyers van Ovum Novum die boven het matras aan de muur hangen. ‘Het lijkt me meer een persoon die een culturele toevoeging zoekt naast zijn studie, niet zozeer iemand die bij een gezelligheidsvereniging zou gaan,’ zegt ze lachend. Een beetje verward over de persoonlijkheid van de bewoner verlaat Jeske de kamer.

Vragenuurtje


Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Yannick (21, eerstejaars Islamstudies) zit al buiten wanneer Jeske (22, vijfdejaars Tandheelkunde) vanuit haar kamer de tuin in loopt. De situatie is in het begin lichtelijk ongemakkelijk omdat ze beiden niet echt weten wat ze moeten zeggen. Dan breekt Jeske gelukkig het ijs: ‘Mijn kamer is echt precies het tegenovergestelde van jouw kamer.’ Yannick reageert: ‘Ja, jij hebt tenminste wel meubels.’ Daar moeten ze allebei om lachen. Nu de sfeer wat losser is, komt eerst de studie ter sprake. Jeske dacht dat Yannick Theologie studeerde, maar hij vertelt dat hij drie jaar Nederlands heeft gestudeerd en nu Islamstudies doet. Met Geneeskunde zat Yannick dichtbij. ‘Ik studeer Tandheelkunde’, vertelt Jeske. Wat Yannick opviel in de kamer van Jeske was het logo van de studievereniging. Yannicks vermoeden over haar bestuursfunctie klopt dan ook: ze heeft in het bestuur van de studievereniging van Tandheelkunde gezeten. Jeske wil graag weten of Yannick ook echt bij Ovum Novum zit, maar hij legt uit: ‘Mensen hangen altijd dingen aan mijn muur, ik weet ook niet waarom ze dat doen.’

Door de nuchtere antwoorden van Yannick verandert Jeskes indruk van Yannick: ‘Door al die spullen aan je muur over politiek, muziek en literatuur dacht ik dat je een heel uitgesproken mening zou hebben, maar dat valt wel mee’, vertelt Jeske. Dan vraagt Jeske zich af waarom al die blikken bonen op Yannicks kamer stonden. ‘Ja, ik eet elke dag bonen met rijst’, verklaart Yannick. Het typische-student-imago wordt nog meer bevestigd wanneer hij uitlegt dat zijn kleren met name in plastic zakken zitten en daarom niet in de inbouwkast liggen: ‘Ik heb geen wasmachine, dus dan kan ik de was altijd zo meenemen naar huis.’ Hij zit zelf ook nog met een onopgelost raadsel: speelt Jeske nou piano of toch stiekem gitaar? ‘Door het akkoordenboekje dacht ik namelijk dat je gewoon gitaar speelt, maar de piano daar hebt neergezet zodat het lijkt alsof je piano speelt’, legt hij uit. Jeske moet lachen en verklaart: ‘Ik zing terwijl ik piano speel en dan zijn gitaarakkoorden wat handiger, daarbij kan ik niet zo goed noten lezen.’ Daarmee is Yannicks mooie theorie helaas weerlegd.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter