Home Artikelen Lale Gül: ‘Je bent een rebel of je bent het niet’

Schrijver Lale Gül zag haar leven binnen een paar dagen veranderen toen ze haar debuutroman Ik ga leven publiceerde. Daarin zet ze zich af tegen haar streng religieuze opvoeding. ‘Sinds ik naar de wereld kijk vanuit de blik van een wetenschapper zijn er te veel religieuze regels die voor mij geen sense maken.’

De schrijver wandelt vanuit het Hollandse hondenweer het grachtenpand van haar uitgeverij binnen. Het oude pand herinnert aan de hoogtijdagen van de VOC: een hoog plafond, grote gouden spiegels en prachtige oude schouwen met daarop, je raadt het al, een hele hoop boeken. Gül is bij Uitgeverij Prometheus kind aan huis: vrolijk begroet ze alle medewerkers en loopt daarna door naar een grote kamer met daarin nog veel meer kaften. ‘Dit is een heerlijke plek voor interviews’, zegt ze terwijl ze tussen de werken van haar voorgangers plaatsneemt.

Sinds de 23-jarige student Nederlands een bestseller schreef, heeft ze in deze ruimte flink wat interviews gehouden. Van bijstandsmoeders tot politici in Den Haag, het boek werd door iedereen gelezen. Niet allemaal waren zij blij met de verschijning van haar kritische verhaal: via sociale media ontving Gül ernstige bedreigingen en ook haar ouders accepteerden haar woorden niet, waarna ze het huis ontvluchtte naar een beveiligde locatie. Er volgde zelfs een rechtszaak nadat een negentienjarige man haar bleef bestoken met foto’s van geweren en video’s van IS-propaganda. Ook docenten van haar opleiding aan de Vrije Universiteit (VU) heeft ze inmiddels achter haar broek aan, want van het schrijven van haar scriptie komt nu niet zo veel terecht. Wel is ze met drie andere projecten bezig: een dichtbundel, kinderboek en tweede roman gaan er eventueel nog van haar verschijnen, maar wat ze wil doorzetten weet ze nog niet. Daarnaast zit ze af en toe aan tafel bij Op1, geeft ze lezingen en schrijft ze wekelijks voor het Parool. Hoe is een stil meisje dat haar zaterdagen spendeerde op de Koranschool gedurende haar studiejaren veranderd in een religie-kritische auteur?

De duivel achterna

Ik ga leven staat erom bekend een kritisch inkijkje te geven in Güls opvoeding, zowel thuis als op de conservatieve Koranschool. Als tiener had ze al vele vragen bij de leer, die niet werden beantwoord door de docenten. Veel van wat haar werd onderwezen, strookte ook toen niet met haar eigen verlangens om bijvoorbeeld uit te gaan of in een bikini te zonnen op het strand. ‘Ik kon toen nog niet de woorden vinden om dat uit te spreken’, vertelt Gül over deze periode. ‘Ik geloofde destijds in God en wilde de duivel niet achternalopen, dus deze verlangens moest ik smoren.’ De gedragsvoorschriften begonnen haar echter steeds meer tegen te staan. ‘Bij mij thuis kon je bijvoorbeeld niet met je benen over elkaar zitten als je vader er was, want dat was onbeleefd’, legt ze uit.

Gül herinnert zich hoe die twijfels over de leefregels van de islam groeiden toen zij op haar achttiende in aanraking kwam met andere denkwijzen. ‘Ik kreeg in het geheim een Nederlandse vriend, kwam bij hem thuis en zag dat het allemaal veel vrijer was daar.’ Met hem en zijn familie sprak ze regelmatig over haar geloof en begon daardoor te twijfelen aan wat logisch was. Ze vond hun leefwijze veel beter beargumenteerd dan die van haarzelf. Dit besprak ze ook met vriendinnen en tantes, die zich daar niet in herkenden. ‘Dat was frustrerend’, verzucht ze. ‘Zij zagen die vrijheidsbeperkingen nu eenmaal als onderdeel van onze cultuur, terwijl ik mij af bleef vragen waarom ik dat niet zo makkelijk kon accepteren.’ Ook vandaag de dag weet ze niet waarom zij zoveel verschilt van haar omgeving. ‘Je bent rebels of je bent het niet, denk ik’, zegt ze met een flauwe glimlach. De schrijver raakte tijdens haar studiejaren steeds meer maatschappelijk betrokken. ‘Ik ging nadenken over de reden dat Theo van Gogh is vermoord en over wat Pim Fortuyn te zeggen had. Veel mensen die conservatief gelovig zijn, staan überhaupt niet open voor die gedachtesprongen.’

Ongelofelijk bewijs

‘Aan de VU studeren veel gelovigen: er is een gebedsruimte en er zijn veel mensen met hoofddoekjes. Zij vinden geloof en wetenschap vast goed te combineren, maar voor mij voelt dat irrationeel.’ Ondanks dat deze twee voor haar onverenigbaar voelen, durft ze niet te concluderen dat wetenschap en geloof helemaal niet samen kunnen gaan. Ze gaat alleen af op haar persoonlijke ervaringen of overpeinzingen en wilt haar vingers niet branden door uitspraken te doen over de ervaring van anderen. Dan begint ze haar kijk op de zaken toch vurig te beargumenteren. De wetenschap is in haar beleving een gevrijwaarde plek waar alles moet gaan over bewijzen. In religie is dit moeilijker, aangezien het is gestoeld op verhalen en gevoelens. ‘Wie heeft de Koran geschreven? Waar is het bewijs daarvoor? Als je het kunt bewijzen, klopt het, anders is het onzin’, concludeert ze stellig. ‘Sinds ik naar de wereld kijk vanuit de blik van een wetenschapper zijn er te veel religieuze regels die voor mij geen sense maken.’ Ze haalt daarbij het voorbeeld aan dat het in haar visie onmogelijk is om rationeel te begrijpen waarom iedere ongelovige per definitie naar de hel zou gaan.

‘Ik kon me niet met de hoofdpersonen uit de Nederlandse literatuur identificeren.’

Herkenning

Als jonge lezer had Gül zelf moeite met het vinden van een personage dat ook zo over deze zaken dacht. ‘Al bij het maken van boekverslagen op de middelbare school merkte ik dat ik me niet met de hoofdpersonen uit de Nederlandse literatuur kon identificeren. Dorsvloer vol confetti van Franca Treur vind ik een prachtig boek, maar dat gaat over het christendom. Er zijn wel enkele schrijvers met een migratieachtergrond, zoals Mano Bouzamour, maar dat zijn dan weer vrijwel alleen maar mannen’, merkt ze nuchter op. ‘Niets was dus geheel herkenbaar voor mij.’

Met het boek Ik ga leven besloot Lale Gül dit probleem voor zichzelf op te lossen. Ook dat werd in werking gezet tijdens haar studie aan de VU. Voor een opdracht voor het vak Creatief Schrijven, gegeven door Nederlandse schrijvers Arnon Grunberg en Maarten ‘t Hart, schreef ze wat nu de eerste paar hoofdstukken van haar boek zijn. Na enthousiasme van Grunberg himself besloot ze door te pakken. Glunderend vult ze aan: ‘Mijn eerste doel was om het boek überhaupt gepubliceerd te krijgen. Ik ben een student, een nobody, wie gaat mij uitgeven?’ Uitgeverij Prometheus waagde het erop en met succes: na vier maanden waren er 140.000 exemplaren verkocht.

 Love it or hate it

Ze was tijdens het schrijven niet bezig met het publiek voor haar boek, desondanks bereikte ze een brede groep lezers. ‘Laatst ging ik signeren in een boekhandel in Rotterdam en hoorde ik van de eigenaar dat ook jongeren met een migratieachtergrond de winkel binnenwandelen sinds de uitgave van mijn boek. Mensen die hij normaal niet ziet’, vertelt ze enthousiast. Toch kreeg ze achteraf ook teleurgestelde reacties. ‘Meisjes met dezelfde achtergrond als ik die op het VMBO zitten, vertellen me via Instagram dat ze het boek ook graag willen lezen, maar er niet doorheen komen door de moeilijke woorden en lange zinnen.’ Toch moet ze er niet aan denken haar schrijfstijl aan te passen, want zonder blikken of blozen voegt ze toe: ‘Dan moet je die woorden maar gewoon opzoeken of iets doen aan je taal.’

In haar boek wisselt ze de passages over haar leven af met filosofische inzichten die zij verkreeg tijdens haar studententijd, waardoor ze zowel visies op het collectief als het individu samenbrengt. Haar stijl is direct, ze schuwt er niet voor haar woede te uiten naar haar omgeving. Zo wordt naar haar moeder consequent verwezen als Karbonkel. Deze manier van schrijven bracht uiteenlopende reacties teweeg, you either love it or you hate it.

Antagonisme

Ik ga leven gaat over uitersten. Gül heeft haar hart op de tong, zowel in het boek als in gesprekken over politiek. Haar boek lijkt de tweedeling tussen links en rechts dan ook te vergroten. Volgens haar denken veel rechtse Nederlanders die zich afzetten tegen de islam na het lezen van haar verhaal: ‘Zie je wel, dat geloof is verschrikkelijk.’ Links denkt: ‘Die mensen moeten we echt helpen emanciperen.’ Haar probleem is niet per definitie de multiculturele samenleving, maar de gebrekkige integratie van moslims en de manier waarop het huidige Nederlandse beleid dit in stand houdt.

‘Door de taalbarrière kan binnen deze instituten alles achter gesloten deuren plaatsvinden.’

‘Neem bijvoorbeeld de Koranschool waar ik zelf op zat’, illustreert ze. ‘Daar werd bijna nooit in het Nederlands gesproken. Mede door die taalbarrière kan binnen deze instituten alles achter gesloten deuren plaatsvinden.’ Ze vervolgt dat er in het gebedshuis waar zij naar toe ging allerlei anti-progressieve dingen konden worden aangeleerd, zoals dat homoseksualiteit een ziekte zou zijn. Zichtbaar gefrustreerd vraagt ze zich af: ‘Hoezo wordt dat gesubsidieerd door de overheid?’

 Ze stelt voor dat het geld besteed zou moeten worden aan voorlichting op scholen op gebied van vrijheid van meningsuiting. ‘Er zouden lessen moeten komen waarbij geleerd wordt dat er cartoons over elke religie zijn en dat je dat moet accepteren.’ Hoe gevoelig dit onderwerp ligt, blijkt uit de negatieve reacties die de schrijver voor haar kiezen kreeg. Ze valt even stil. ‘Nu zie ik echter ook de positieve kanten, zoals het houden van lezingen en het tekenen van een filmcontract met Netflix. Welke student van 23 kan dat nou zeggen?’

Dit artikel verscheen eerder in ANS-krant 3.

Laat een reactie achter

Gerelateerde artikelen