Home Artikelen Recordaantal publicaties en vervuild onderzoek: wetenschap in coronatijd

Recordaantal publicaties en vervuild onderzoek: wetenschap in coronatijd

Het leven van studenten wordt sterk beïnvloed door de coronamaatregelen. Niet alleen zij, maar ook universitair docenten, hoogleraren en promovendi aan de Radboud Universiteit hebben het er niet altijd makkelijk mee. Ze worden overspoeld met onderzoeken die op hun gat komen te liggen, slaapverwekkende webinars en mogelijk onbruikbare onderzoeksdata. ANS vroeg ze hoe ze het hoofd boven water houden.


Eelke Spaak, onderzoeker in de Neurowetenschap: ‘Laten we eerlijk zijn, niet alle sprekers zijn geniaal’

Na de inmiddels bekende ‘kun je me horen’ en ‘ben ik te zien’, vraagt neurowetenschapper Eelke Spaak ook nog of zijn afwasmachine niet door het interview heen rammelt. Hij vindt het thuiswerken maar moeizaam: ‘Worstelen is een groot woord, maar ik vind het lastig om van negen tot vijf productief te blijven. Tussen werkzaamheden door doe ik al snel even een wasje of lunch ik met mijn vrouw, die ook thuiswerkt.’

Omdat hij het moeilijk vindt om overdag het huishouden naast zich neer te leggen, heeft Spaak besloten om de werkdag te verlengen zodat hij in ieder geval acht uur op een dag aan zijn onderzoek kan werken: ‘Met de taken tussendoor zit ik vaak van half acht ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds achter mijn bureau.’

Op de zeldzame dagen waarop hij niet thuiswerkt, is Spaak te vinden in het lab van het Donders Instituut. Hij onderzoekt daar de visuele waarneming van mensen. Via magnetische sensoren meet hij de hersenactiviteit van proefpersonen terwijl zij eenvoudige taakjes uitvoeren.

Het onderzoek kwam, omdat het aan proefpersonen gebonden is, volledig stil te liggen tijdens de eerste lockdown. ‘Om bezig te blijven, schakelden veel collega’s over op online gedragsonderzoek’, vertelt Spaak. Ook hijzelf moest daar aan geloven. Via internet doen proefpersonen soortgelijke testen als in het lab, maar nu geven de testen inzicht in gedrag. Eerder keek ik als het ware in het brein van de mens, dat kan online niet.’ 

‘Thuis ben je eerder geneigd iets anders te gaan doen.’

Inmiddels kunnen de meeste onderzoekers, als ze zich houden aan strenge maatregelen, weer in het lab terecht. Werkzaamheden daarbuiten, zoals vergaderen en het bijwonen van conferenties, zijn nog via Zoom. Dat blijft wennen, verzucht Spaak: ‘Laten we eerlijk zijn, niet alle sprekers zijn even geniaal. In een zaaltje kan de spreker het publiek er makkelijker bijhouden, waar je thuis eerder geneigd bent iets anders te gaan doen.’ Spaak begeleidt ook promovendi via de digitale kanalen. Hij merkt dat dat beter gaat dan het bijwonen van de grote conferenties. ‘Als vaststaat waarover je gaat praten en de meetings interactief zijn, gaat het wel´, stelt hij. ´Al is iedereen ook blij om elkaar straks weer in de ogen te kunnen kijken.’

Hoogleraar Microbiologie Mike Jetten: ‘We hebben in 2020 een recordaantal publicaties gehaald’ 

Mike Jetten zit veilig achter zijn camera als hij begint te vertellen over het onderzoek dat hij vorig jaar maart zou starten: ‘Samen met de Universiteit Utrecht zouden we in verschillende ecosystemen in Europa op zoek gaan naar nieuwe soorten micro-organismen.’ Doordat er een virus in de weg zat, vindt dat veldonderzoek nu in Nederland plaats. ‘Aan het praktisch onderzoek verandert niet veel’, voegt Jetten toe. Het is echter een tegenvaller voor Jettens promovendi die eigenlijk een reisje naar Finland of Zweden op de agenda hadden staan.

‘Het voordeel was wel dat mijn promovendi en ik vorig jaar een recordaantal publicaties hadden’, vertelt de hoogleraar enthousiast. ‘Bij gebrek aan labtoegang was er tijd om data die we al hadden liggen, nog eens grondiger te analyseren. Daaruit hebben we veel informatie voor publicaties gewonnen.’ Voor de promovendi is dat uitvoerig bekijken van bestaande data een belangrijke vaardigheid. Jetten nuanceert dat nog gauw: ‘Al laat je ze liever op reis gaan om nieuwe data te genereren.’

‘Een clubje uit Zuidoost-Azië volgt mijn colleges midden in de nacht.’

De hoogleraar merkt dat het thuiswerken hem zwaar valt. Waar studenten en promovendi normaal bij hem binnenlopen, sturen zij nu een mail. Daardoor is het dagelijkse aantal berichten ten opzichte van voor corona verdubbeld naar vierhonderd. Daarnaast vindt Jetten colleges via Zoom maar niets: ‘Je kunt geen non-verbale signalen lezen en niet zien wanneer een student of promovendus behoefte heeft aan een opbeurend praatje.’ Daarnaast heeft de master waaraan hij doceert veel internationale studenten. Een aantal van hen heeft besloten om vanwege de coronacrisis terug te gaan naar hun thuisland. ‘Ik heb daardoor een clubje uit Zuidoost-Azië dat mijn colleges midden in de nacht moet volgen’, verkondigt hij. 

Ondanks deze onhandigheden is Jetten vooralsnog niet op de campus te vinden, ook nu dit mondjesmaat is toegestaan. ‘Gezien mijn leeftijd en gezondheid ben ik graag eerst gevaccineerd voor ik nieuwe mensen zie. Ik wil liever niet in de laatste week voor de vaccinatie nog ziek worden.’ 

Hoogleraar Sterrenkunde Heino Falcke: ‘Als je eerder met mij had gepraat, had je aandelen van Zoom gekocht

In maart 2020 stond het onderzoek van Heino Falcke op een laag pitje. Hij kwam in 2019 groots in de publiciteit vanwege zijn foto van een zwart gat. Het was dan ook niet de coronacrisis, maar het drukke jaar ervoor dat ertoe leidde dat Falcke wat rust besloot te nemen. ‘Ik was voorheen voortdurend aan het reizen’, zegt hij. ‘2020 was bedoeld om rustiger aan te doen en een boek over mijn werk te schrijven. Het jaar betekende een bevrijding van de druk om te moeten ondernemen.’

Ook met het schakelen naar online vergaderen had Falcke nauwelijks moeite. De telescoop die hij gebruikt, is namelijk niet één apparaat, maar een groep van acht telescopen verspreid over vijf continenten. Om contact te houden met de andere onderzoekers en technici bij de telescopen, maakten Falcke en zijn team al gebruik van videoconferenties. Zo zag hij dat de wereld om hem heen steeds meer op de zijne ging lijken. ‘Ik voel me als de avant-garde’, vertelt hij. Lachend: ‘Als je eerder met ons had gepraat, wist je dat je aandelen van Zoom had moeten kopen.’ 

‘Promovendi lopen een belangrijk deel van de beleving en kennis mis.’

Toch laat corona Falcke niet helemaal koud. Dat heeft te maken met de jaarlijkse waarnemingscampagne, het moment waarop de data wordt verzameld en bijvoorbeeld nieuwe pogingen worden gedaan om een zwart gat te fotograferen. In deze twee weken van ieder jaar is fysiek contact wel noodzakelijk omdat de telescopen door technici ter plekke moeten worden aangestuurd. ‘In april vorig jaar stond zo’n waarnemingscampagne op de planning, maar omdat we dan met te veel mensen in een ruimte zouden zijn, ging dat niet door. Ook dit jaar wordt een nagelbijter’, aldus Falcke, want zonder campagne geen data. Daarom werken technici nu aan het bedienbaar maken van de telescopen op afstand. Falcke baalt vooral voor zijn promovendi die de telescopen nu niet kunnen bezoeken. ‘Zij lopen een belangrijk deel van de beleving en kennis mis.’ 

Hoogleraar Plantenecologie Hans de Kroon: ‘Corona brengt mensen weer in aanraking met hun omgeving’

Hoogleraar Hans de Kroon is veel in de natuur te vinden. Met een team promovendi onderzoekt hij de biodiversiteit in Nederland. Een van die onderzoeken gaat over de soortenrijke graslanden op dijken. Hij legt uit: ‘Het is belangrijk dat deze dijken bestaan uit diverse soorten planten, want die maken hem sterker.’

De komst van het virus raakt zijn onderzoek niet zo hard. Hij is opgelucht dat het in de buitenlucht plaatsvindt. ‘Met goede instructies en gepaste afstand kunnen veel van de studenten en promovendi hun werk goed blijven uitvoeren’, aldus De Kroon. Alleen labwerk is lastig. Er mag namelijk een beperkt aantal mensen per dag in die ruimtes zijn, maar hij vertelt vrolijk dat ze ook dan hun best doen om oplossingen te bedenken: ‘Toen het lab deze zomer gesloten was, heeft een student bijvoorbeeld een microscoop mee naar huis kunnen nemen.’ 

‘Men is zich door het virus meer bewust van de omgeving.’

Wat betreft zijn inhoudelijke onderzoek, merkt De Kroon de invloed van corona vooral als hij in de natuur is: ‘De musea zijn dicht, concerten zijn er even niet meer, dus wat gaan mensen doen? Ze gaan de natuur in!’ vertelt hij enthousiast. ‘Enerzijds raakt de natuur daardoor overbelast op zonnige, drukke dagen, en zelfs verstoord. Aan de andere kant is het goed dat mensen weer in aanraking komen met de eigen omgeving.’ Of die herwaardering van de natuur in de toekomst ook leidt tot verbeteringen van de biodiversiteitsresultaten, durft hij niet te zeggen. ‘Ik ben het nu wel steeds interessanter gaan vinden om te kijken naar manieren om mensen te betrekken in het behoud van de biodiversiteit.’ Dat kun je volgens de hoogleraar niet meer los zien van corona. Hij concludeert: ‘Men is zich door het virus meer bewust van de omgeving en lijkt de natuur heel anders te beleven.’ 

Promovendus Ontwikkelingspsychologie Nathalie Hoekstra: ‘Door corona zijn mijn data mogelijk aangetast.’ 

Promovendus Nathalie Hoekstra begroet ons via Zoom, zittend op haar bed. ‘Een echte thuiswerkplek heb ik niet, dus de afgelopen maanden is dit mijn vergaderplaats geweest.’ Hoekstra doet onderzoek naar de rol van fysieke afstand tussen leerlingen in klassen in de bovenbouw van de basisschool. Daarbij focust ze specifiek op gepeste leerlingen, hun vrienden en hun pesters. ‘Ik voer hiervoor gesprekken met leerkrachten, breng de sociale dynamiek in de klas in kaart en geef deze leerlingen andere werkplekken om te zien of het sociale klimaat verbetert’, vertelt ze. 

‘Ik verwachtte dat we slechts een maandje vertraging zouden hebben.’

Tussen november en half december verliep dat onderzoek goed. Maar het opnieuw sluiten van de scholen, had een flinke impact. Leerlingen zaten thuis, dus veldonderzoek kon niet worden uitgevoerd. Ze vertelt: ‘Ik verwachtte toen dat we slechts een maandje vertraging zouden hebben. De toon van de persconferenties werd echter steeds serieuzer en op een gegeven moment had ik door dat dit nog wel even ging duren.’ Hoewel de scholen nu weer open zijn, betekent dat niet dat ze meteen terechtkan. ‘Veel leerkrachten zijn erg terughoudend met het binnenlaten van externen’, licht ze toe. ‘Omdat ik zelf ook een lerarenachtergrond heb, begrijp ik goed dat leerkrachten nu andere prioriteiten hebben dan participeren aan mijn onderzoek.’

Het lijkt een frappant moment om met een dusdanig onderzoek te beginnen, maar Hoekstra had dit geheel niet in de hand. Het project en tijdsframe stonden vanwege subsidies en projectontwikkelaars al vast voordat zij er überhaupt iets mee te maken had. Ook waren de voorbereidingen voor het onderzoek al vergevorderd voordat de crisis begon. Inmiddels betekent de scholensluiting wel dat de dataverzameling al weken stilligt. ‘De data zijn daardoor mogelijk aangetast. Als kinderen hun klasgenoten een aantal weken niet zien, heeft dat invloed op de dynamiek in zo’n groep’, legt Hoekstra uit. Dat heeft impact op de data, maar het is nog onbekend hoe veel. ‘Ik wil niet zeggen dat ik geen vertrouwen heb in mijn data, maar ik weet niet of ze geschikt zijn voor de onderzoeksvragen die ik nu voor ogen heb.’ Toch blijft Hoekstra optimistisch: ‘Ik heb zeker geen spijt dat we dit onderzoek zijn begonnen. We gaan er het beste van maken.’ ANS

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter