Home Artikelen Van (opnieuw) studeren kun je leren

Van (opnieuw) studeren kun je leren

door Jip Meijers

Waar de ene student zich op z’n 25e al oud begint te voelen, begint de ander na zijn pensioen weer te studeren. Hoe bevalt dat, om op latere leeftijd opnieuw de universiteit te betreden? Van (opnieuw) studeren kun je leren.

Een leven lang studeren: voor sommige studenten klinkt het als hun grootste nachtmerrie, terwijl anderen zich gezegend voelen dat ze op latere leeftijd terug de collegebanken in kunnen. Dick (Master Filosofie, 72), Monique (Master Anthropology and Development Studies, 53), Irene (tweejarige Educatieve Master Nederlands, 49) en Jeroen (eenjarige Educatieve Master Bedrijfseconomie, 45) zijn hier voorbeelden van. Na een lange studeerpauze besloten zij allemaal om zich opnieuw in te schrijven voor een universitaire opleiding aan de Radboud Universiteit.

Waarom dan?

Nu de zon weer gaat schijnen en de motivatie begint te verdwijnen, zullen veel studenten zich afvragen waarom je in hemelsnaam nog een keer wilt studeren. Jeroen legt uit: ‘Ik ben ruim twintig jaar ondernemer geweest en heb deze onderneming afgelopen jaar overgedragen. Toen ging ik nadenken over wat ik vervolgens wilde gaan doen.’ Hij had het gevoel dat hij maatschappelijk iets wilde bijdragen. Bij Monique speelde die motivatie ook. ‘Ik was maatschappelijk geëngageerd en wilde de wereld beter leren begrijpen.’

Bij Irene en Dick vloeide de motivatie voort uit een vroegere wens. Irene studeerde in het verleden Italiaans en Kunstgeschiedenis, maar kon een studie Nederlands toen al niet uit haar hoofd zetten. Dankzij de coronaperiode kwam haar werk als videoproducent stil te liggen en ook haar kinderen hadden haar niet meer zo hard nodig. ‘Alle seinen stonden nu op groen’, licht Irene toe. Ook voor Dick brak het moment eindelijk aan om opnieuw te gaan studeren. ‘Ik heb ooit een deeltijdstudie Andragologie gedaan, maar ik had daarnaast ook werk en een gezin. Toen heb ik me voorgenomen weer te gaan studeren zodra ik er meer tijd voor had.’

Ook gewoon studenten

Ondanks hun leeftijd voelen Dick, Monique, Irene en Jeroen zich gewoon student. Bijna alle gesprekken beginnen dan ook met de volgende mededeling: ‘Zeg maar “je” hoor, we zijn immers medestudenten.’ Ze ervaren het onderlinge contact allemaal als erg prettig. ‘Ik heb alleen maar positieve ervaringen met mijn medestudenten’, vertelt Monique enthousiast. Op dit moment volgt ze een master, maar ze is in 2017 begonnen met de bachelor Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie. ‘Ik heb er toen wel tegenop gezien om weer tussen de achttienjarige studenten te gaan zitten’, bekent ze lachend.

‘Ik heb er tegenop gezien om tussen de achttienjarige studenten te zitten.’

Toch is er wel een bepaalde afstand tussen hen en hun medestudenten. ‘Sommige studenten  zijn de leeftijd van mijn kinderen’, vertelt Irene. Ze heeft echter niet het idee dat dit het contact in de weg staat. Jeroen: ‘Ik weet niet of dit een generatiekloof is, maar denk dat het eerder om een ervaringskloof gaat. Soms maak ik me druk om dingen waar de andere studenten van denken: doe niet zo moeilijk.’ Daarnaast merkt hij dat de jonge studenten veel meer bevlogen over hun vakgebied zijn. ‘In een werkomgeving heb je nu eenmaal veel meer verantwoordelijkheden, zoals kinderen, een huis of ouders op leeftijd. Dat kan wel eens ten koste gaan van de passie voor je vak.’

Studentenleven

Het leven van deze studenten is vanzelfsprekend heel anders dan dat van hun jongere studiegenoten. ‘Ik duik natuurlijk niet uitgebreid de kroeg in, maar voor de rest doe ik wel zoveel mogelijk mee’, vertelt Monique. Ze was tijdens haar bachelor daarom ook lid van de studievereniging. ‘In de master is het wel makkelijker, dat is wat minder studentikoos. Op je achttiende ben je toch met hele andere dingen bezig.’ Ook komen er wel eens verhalen over wilde weekenden voorbij. Dick vertelt: ‘Als het onder elkaar is, dan eet ik rustig een broodje en luister gewoon.’ Tegen hemzelf snijden studenten dan ook eerder andere onderwerpen aan. ‘Zij hebben dan niet de behoefte om te vertellen wat ze allemaal hebben gedaan’, zegt hij grappend.

Deze vier studenten leiden dus geen standaard studentenleven. Zo vertelt Monique dat ze een fulltime opleiding volgt, maar daarnaast een gezin heeft en in het begin van haar studietijd een bedrijf. ‘Toen ik zelf twintig was, hoefde ik bijvoorbeeld niet de boekhouding bij te houden’, lacht ze. ‘Als er iets met mijn gezin aan de hand is, dan gaat dat altijd voor.’ Aan de andere kant maakt dit het studerende leven volgens Irene ook makkelijker. ‘Veel ingewikkelde beslissingen heb ik al genomen. Zo hoef ik niet meer na te denken over het kopen van een huis en of ik met deze partner kinderen zou willen krijgen’, vertelt ze. ‘Die beslissingen liggen al achter me.’ 

Oorverdovend enthousiasme

Het studeren zelf valt hen zeker niet tegen. ‘Ik heb nu een veel breder referentiekader dan toen ik jonger was’, zegt Monique. ‘Daarom kan ik alles wat ik lees en hoor makkelijk in verband brengen met de kennis die ik al heb.’ Irene ziet ook dat het studeren haar juist makkelijker afgaat. ‘In mijn werk heb ik allerlei ervaringen opgedaan die ik in mijn studie kan toepassen.’ Toch waren er wel wat twijfels: ‘Van tevoren dacht ik: als dat maar goed gaat. Ik had natuurlijk al 25 jaar lang geen tentamen meer gemaakt.’ Er is een aspect waar Dick wel wat moeite mee heeft: ‘Ik kan tegenwoordig minder makkelijk iets leren waarvan ik niet volledig begrijp wat het is.’ Waar zijn medestudenten de informatie gewoon voor lief nemen en het uit hun hoofd leren voor het tentamen, is dat bij Dick anders: ‘Ik wil weten hoe het zit en ga dat dan helemaal uitzoeken.’

‘Ik had al 25 jaar lang geen tentamen meer gemaakt.’

Wat de vier studenten ondanks hun verschillende leeftijden en studies met elkaar gemeen hebben, is de liefde voor hun opleiding. Zo vertelt Jeroen vol enthousiasme: ‘Dit studiejaar is in alle opzichten echt een voorrecht en een verrijking. Iedereen die de mogelijkheid heeft en dit wil, kan ik het zeker aanraden.’ Ook Irene is erg te spreken over het studeren: ‘Ik vind het fantastisch en geniet er ontzettend van.’

Toekomstdromen

Aan enthousiasme dus geen gebrek, maar wat gaan de studenten vervolgens met hun opleiding doen? Irene wil na het behalen van haar diploma meteen aan de slag: ‘Er is gelukkig veel vraag naar eerstegraadsdocenten Nederlands, dus ik reken erop dat ik straks wel een baan kan krijgen.’ Jeroen wil komend schooljaar ook voor de klas gaan staan. ‘Vanaf september ga ik waarschijnlijk twee dagen per week doceren en we zien wel of dat nog meer wordt.’ Hij verheugt zich er erg op om zijn ervaringen uit zijn ondernemingswerk te combineren met het lesgeven.

Monique begon haar opleiding voornamelijk uit interesse. ‘Het was niet per se mijn insteek om er ook mijn werk van te maken, want ik runde ook nog een winkel in Nijmegen.’ Uiteindelijk heeft ze ervoor gekozen om met haar bedrijf te stoppen en zich helemaal te richten op haar studie. ‘Dat was natuurlijk wel een risico’, geeft ze toe. Het is echter helemaal goed gekomen: ‘Op dit moment loop ik stage bij een organisatie en ben met hen in gesprek over een vervolg. Ik ga dus daadwerkelijk als antropoloog aan de slag.’

Voor Dick, die al met pensioen is, ligt dit anders. ‘Ik zou het leuk vinden om over mijn scriptieonderwerp nog een artikel te schrijven’, vertelt hij. Ambities om nog als betaald filosoof aan de slag te gaan, ontbreken. ‘Er zijn ook andere dingen die ik belangrijk vind, zoals mijn vrijwilligerswerk. Als ik daar echter mijn opgedane kennis kan gebruiken, dan doe ik dat uiteraard.’ Met studeren wil Dick wel blijven doorgaan, maar dan in de vorm van cursussen in plaats van een nieuwe universitaire opleiding. ‘Als ik maar bezig blijf’, sluit hij lachend af.

Laat een reactie achter

Gerelateerde artikelen