Home CultuurANS bezocht ANS bezocht: de Nijmeegse gedichtennacht

ANS bezocht: de Nijmeegse gedichtennacht

door Floor Toebes

Intergalactische cowboys, ruimtekadetten en andere futuristen: afgelopen vrijdagnacht maakte het Valkhofmuseum plek voor woorden uit de toekomst. Tijdens de jaarlijkse Nijmeegse Gedichtennacht laten taalkunstenaars, dj’s en rappers laten horen dat poëzie niet stoffig en saai is. ANS bezocht en hoorde: taal met een verhaal.


Het is donker en het regent. Door een gure wind haasten frisse studenten en een enkele grijsaard zich naar het Valkhofmuseum. De Nijmeegse Gedichtennacht lost het startschot van de poëzieweek. ‘De toekomst is nu’, luidt het thema van dit jaar. Vijf jonge dichters zijn vanuit verschillende plekken in Nederland en Vlaanderen naar Nijmegen afgereisd om de poëzie van de toekomst aan het publiek te laten horen. De Gedichtennacht is namelijk op een manier de speeltuin van de nieuwe literaire garde: op deze nacht kan er volop worden geëxperimenteerd en kan het jonge bloed de definitie van ‘poëzie’ oprekken. Vannacht staan dichters, dj’s en rappers afwisselend op de planken. Nachtburgemeester Cees de Beer leidt alles in goede banen en kondigt de artiesten aan alsof het popsterren zijn. De galerij waar het allemaal plaats zal vinden zit dan ook stampvol en er heerst een gemoedelijke sfeer. Met een biertje in de hand nemen poëziekenners en nieuwsgierige taalliefhebbers plaats om te luisteren naar sprekers die allemaal op hun eigen manier proberen vernieuwend te zijn.  

DeBuut

Een iphoneping klinkt en verstoort de eerste voordracht, maar dat slaat stadsdichter Wout Waanders niet uit het veld. De Nijmegenaar mag de spits afbijten en dat doet hij in hoog tempo. Kenners weten dat dit niet door zenuwen komt en zullen zijn staccato herkennen. Vliegensvlug tikt de dichter al rijmend maatschappelijke problemen af waarna hij eindigt met een gedicht dat hij op het hek bij ‘De Buut’ heeft gehangen. Als stadsdichter van Nijmegen laat Waanders geregeld zijn visie op de actualiteiten horen in rijm. Afgelopen zomer speelde discussie over het speelveld ‘De Buut’ hoog op. Om de gemoederen een beetje te sussen schreef Waanders er een gedicht over. In klare taal vertelt hij hoe volwassenen eigenlijk net kinderen zijn. Met een grappige noot heeft hij het publiek snel op zijn hand. Volwassenen zeggen namelijk groot en verstandig te zijn, maar zeggen is niet hetzelfde als doen, volgens de dichter: ‘Je moest eens weten wat ze deden’, begint Waanders ondeugend. ‘Elke nacht schuifelden ze op blote voeten, langzaam naar beneden, klommen over de poort waarna ze juichend van de glijbaan gleden.’ Het publiek barst in lachen uit. Met een luchtige grap is het ijs gebroken.

‘Poëzie hoeft niet stijf te zijn! Kom op! Op de beat!’


Hoe makkelijk het publiek lacht om Waanders, zo terughoudend was het publiek tijden de performance van Opgepoetst. ‘Poëzie hoeft niet stijf te zijn! Kom op! Op de beat!’, roept Lisa Weeda, de dichter van het drietal. Rapper NESS en zij laten geluiden horen uit een dystopie waar men de weg kwijt is en in een vicieuze cirkel kolkt. De beats van BrotherTill geven het verhaal een extra dimensie en laten het allemaal nog enger klinken. Bijna cynisch proberen de artiesten het publiek aan het dansen te krijgen. Stijf knikt het publiek op de maat terwijl Opgepoetst ritmisch beweegt als een ware kunstenaar en boven de tekst lijkt te staan.

Het is misschien wel de meest vernieuwende maar ook de meest confronterende performance van de avond. Jammer dat het publiek nog niet helemaal klaar is voor deze toekomsttaal.


Muze van de nacht

Al snel is het afgelopen met de dichters. Dean Bowen, de laatste spreker, geeft alvast een voorproefje van wat komen zal. Zingend wurmt hij zich door het publiek naar het podium. Hij draagt een zwaar, zwart gewaad en heeft daardoor het postuur van een priester. Soms fluisterend, soms schreeuwend verhaalt hij liefdesverdriet, een cliché in de poëzie. Hij probeert origineel te zijn door snel te praten, luid en zacht te zijn en een boer te laten in de microfoon: technieken die menig dichter anno 2020 gebruikt. Af en toe neemt hij een grote slok uit een glas waar vermoedelijk zware drank in zit. Misschien besefte hij dat zijn performance niet afstak bij de rest, maar perfect paste bij de rest. Alcoholisme als escapisme. En dat klinkt als bier in de mond van de toehoorders. Na Bowens optreden worden de stoelen vlug opgestapeld en vloeit er drank uit de tap: nu wordt het duidelijk dat de Gedichtennacht niet alleen om voordrachten draait, maar ook om een heus poeziëfeest.

Het is makkelijk om te vergeten dat dit vage feest nog steeds in het Valkhofmuseum is.

Op het podium verschijnt een blitse band. Het opvallende gebruik van autotune door zanger Barry de Wit kan sommige luisteraars tegenstaan maar de meeste poëzieliefhebbers staan te swingen. Er is zelfs iemand die beweert dat dit optreden beter is dan de Staat. Met dit optreden is de poëzienacht verandert in een ‘intergalactisch poëziefeest’. Een ruimteschip en robot zorgen voor een funky-sfeer. Het is makkelijk om te vergeten dat dit vage feest nog steeds in het Valkhofmuseum is: in een hoekje grijpt een jongen naar de rondingen van een meisjes terwijl ze elkaar aflebberen en in de tuin staat een gezellig groepje rokers over poëzie te praten.

De Nijmeegse Gedichtennacht draait niet om gedichten. Het draait om taal, om discussie en om verhaal. De nacht bracht een aantal sterke verhalen, experimentele optredens maar ook poëzie in haar klassiekste vorm. Tijdens het dansen ontketenden zich levendige discussies over taal en poëzie en laat zien dat de nacht een groot succes is. Niet elk optreden was even vernieuwend maar nieuwe stereotypes werden gezet: men sprak nog nooit zo snel als tijdens de Gedichtennacht. De toekomst komt vlug en de dichters hebben er zin in. Voor de nieuwe generatie is poëzie namelijk boven alles een feest.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter