Home CultuurANS bezocht ANS bezocht: Tapschrift Nijmegen

ANS bezocht: Tapschrift Nijmegen

door Myrte Nowee

De trap op, achter een deurtje met roze licht op het afgelegen Honingcomplex, kwamen gisteravond verschillende dichters bijeen. Presentator en oprichter Jesse Laport grapt dat het vast de tweehonderdste editie is van Tapschrift in Nijmegen, een open podium voor taalkunstenaars. Zonder verdere uitleg betreedt de eerste dichter het podium. ‘Niek, jij mag eerst!’

De avond verloopt soepel en ondanks dat het expres niet duidelijk is wie wanneer aan de beurt is, lijkt niemand daar iets om te geven. Na de eerste ronde geeft Laport nog wat extra toelichting. ‘Zoals jullie inmiddels misschien wel doorhebben, dragen mensen hier stukken voor die ze leuk vinden. Liedjes of buikdansen mag ook allemaal, ik heb eigenlijk geen idee wat er vanavond precies op het programma staat.’

Durf je te uiten
Het aanbod is dan ook heel gevarieerd. Een meisje – zoals ze zelf zegt: half-Surinaams half-alien – schrijft liefdesgedichten in straattaal en een ander meisje leest een stuk voor uit de NRC, omdat ze dat interessant vindt. Er is een wat oudere man die in zijn poëzie aangeeft dat liefde van alle tijden is en hoe hij worstelt met ‘de brokstukken uit zijn verleden’ en een jongere jongen die ‘naast zijn handicap meer issues heeft, zoals iedereen’.

 

‘Poëzie is vaak heel ontoegankelijk. Het is stoffig en kut’



Naast Tapschrift-veteranen zijn er iedere editie ook veel debutanten. In het midden van het programma krijgen zij de kans om hun eerste werken voor te dragen. Omdat de organisatie van tevoren geen selectie maakt is het iedere editie dan ook afwachten wat het niveau is. Dat maakt voor het publiek duidelijk niet uit. Het draait voor hen om het durven vertellen van je verhaal, wat dan ook met luid applaus wordt beloond.

Iedereen is welkom
Die openheid en vrijheid is precies wat Laport in gedachten had toen hij Tapschrift oprichtte. ‘Acht jaar geleden is het evenement begonnen in Arnhem. Ik kreeg toen van allerlei kanten te horen dat er veel mensen zijn die eigenlijk wel een podium willen maar dat niet vanzelfsprekend krijgen. Daarbij is poëzie ook vaak heel ontoegankelijk. Het is stoffig en kut. Toen heb ik Tapschrift bedacht waar iedereen welkom is om wat van hun werk uit te proberen.’

Ondanks het fabriek-achtige uiterlijk van de locatie, de enorme moutlucht die de ruimte vult en de betonnen vloer, hangt er een hele toegankelijke en vriendelijke sfeer. Bij het ‘podium’ liggen twee Perzische tapijtjes en er hangt een discobal aan het plafond. De rest van de zaal is gevuld met opklapstoeltjes waar de mededichters en liefhebbers met aandacht naar de sprekers luisteren. Het evenement lijkt gebouwd te zijn op wederzijds respect. Zo spreken dichters en luisteraars elkaar in de pauzes even over de voordracht of maken een praatje. Het is mooi om te zien hoe natuurlijk deze sfeer ontstaat: iedereen is welkom en iedereen weet dat. De deelnemers van Tapschrift hebben ironisch genoeg duidelijk geen woorden nodig om elkaar te verstaan.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter