Home CultuurANS leest ANS leest: Lize Spit – Ik ben er niet – ★★★

ANS leest: Lize Spit – Ik ben er niet – ★★★

Als Leo haar telefoon over ziet gaan, bevriest ze. Op de een of andere manier weet ze het al: wat de persoon aan de andere kant van de lijn haar te vertellen heeft, zal haar wereld compleet doen instorten. Met deze openingsscène zet Lize Spit de toon voor haar tweede roman Ik ben er niet (2020): spannend, verslavend, maar ook een tikkeltje cliché.


Wat er op het telefoontje volgt, zal de lezer langzaam ontdekken. De Vlaamse auteur, die in 2015 debuteerde met haar lyrisch ontvangen roman Het smelt, neemt eerst een sprong terug in de tijd. Hoofdpersonages Leo en haar vriend Simon vinden een veilige wereld bij elkaar nadat hun moeders allebei zijn overleden. Gedreven door rouw raken hun levens in elkaar vervlochten. Ze houden elkaar overeind, zoals Leo zelf beschrijft: ‘Wij waren de twee scheefgezakte pilaren die, zodra je ze tegen elkaar aan deed leunen, steviger zouden staan dan één ongeschonden. Het zou goed komen met ons, zolang we samen bleven.’ Op een avond komt Simon dronken thuis, bolstaand van de adrenaline door zijn nieuwe, grootse plan om zijn eigen ontwerpstudio op te richten. Leo krimpt ineen. Dit is niet de rustige, ingetogen Simon die ze kent.

Wat is er aan de hand met mijn spruitje?

In de passages die volgen, beschrijft Leo, vanuit wiens perspectief het verhaal is geschreven, uitvoerig hoe Simon steeds meer opgaat in zijn nieuwe ambitie. Door gebruik te maken van dit eenzijdige perspectief weet Spit een flinke spanning op te bouwen. Leo voelt steeds sterker dat ze haar spruitje, zoals ze Simon liefkozend noemt, kwijtraakt. Ze weet echter niet aan wat. Evenals de lezer krijgt ze geen toegang tot wat er in Simons hoofd omgaat.

Hunkerend naar antwoorden kan de lezer niet anders dan doorlezen.

Ondertussen probeert Leo optimistisch te blijven, ze vertelt zichzelf dat Simon vast wel weer normaal wordt wanneer zijn bedrijfje eenmaal loopt. Spit laat het haar vertellen in mooi gevonden, beeldende metaforen: ‘Hoop is de lucht die je door de feiten heen klopt om ze iets lichter en dragelijker te maken, zodat je kunt blijven ademen, maar het is precies dat wat straks allemaal kan inzakken.’

Om de spanning aan te sterken maakt Spit bovendien slim gebruik van Leo’s karakter. Leo is een nerveus type. Ze analyseert elke situatie grondig en alles valt haar op, dus ook kleine veranderingen in Simons gedrag. Eerst vergeet hij de dagelijkse ritueeltjes van hun relatie, later spendeert hij uren op de Facebookpagina’s van zijn vrienden, op zoek naar geheime boodschappen. Door Leo’s intieme beschrijving wordt de lezer meegezogen in haar groeiende angst voor Simons gezondheid. Hunkerend naar antwoorden in de steeds benauwendere sfeer van het verhaal kan kan de lezer niet anders dan doorlezen.

De nieuwe richtingen in het plot worden maar matig uitgewerkt.

Na de climax

De onwetendheid die Spit via de personages over weet te brengen op de lezer, zorgt voor een spanning die Ik ben er niet sterk maakt. Naarmate er echter meer informatie over Simons situatie wordt ontrafeld, moet Spit op andere elementen voortbouwen om de spanning er in te houden. Daarmee begint het verhaal aan kracht te verliezen. Dit gebeurt al ongeveer op de helft van het boek, na de ontlading van de eerste climax wanneer Simons gedrag een dieptepunt bereikt en Leo hem echt niet langer meer tegen zichzelf kan beschermen. Spit probeert het plot aan te sterken met andere elementen, zoals verraad en een potentiële onbetrouwbare Leo. Helaas worden deze nieuwe richtingen in het plot maar matig uitgewerkt. Zo besluit Leo op enig moment colums te schrijven over haar relatie met Simon. Spit weidt veel pagina’s aan de opbouw van dit zijspoor, waarin Leo constant twijfelt of ze het wel of niet tegenover hem kan maken.

Bovendien is het jammer dat Spit Leo’s karakter maar amper opbouwt. Ondanks de zijspoortjes blijven haar voornaamste karaktereigenschappen haar observerende oog en oneindige stroom aan gedachtes en analyses. Wat er ook in het plot gebeurt, Leo onderneemt zelden actie. Vanaf het begin af aan lijkt ze al bij de pakken neer te zitten. Juist doordat alles zo intiem vanuit Leo’s perspectief wordt verteld, loopt Spit hier echt een kans mis het verhaal nog sterker te maken.

Ik ben er niet heeft een knap opgebouwde spanning die de lezer door de bladzijdes heen jaagt. Spanning is echter vluchtig, en het boek mist de karakteropbouw die ervoor zorgt dat het boek ook na de laatste bladzijde nog bij blijft.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter