Home CultuurANS leest ANS leest – Rutger Bregman, De Meeste Mensen Deugen ★

ANS leest – Rutger Bregman, De Meeste Mensen Deugen ★

Rutger Bregman is weer overal in het nieuws, zijn boek is de inspiratie voor de verfilming van een nieuwe Lord of the Flies, een hoofdstuk uit zijn De Meeste Mensen Deugen. Als historisch opgeleide opiniemaker heeft hij in dit boek een nieuwe ideologie gepresenteerd waarmee de wereldgeschiedenis moet worden bekeken. Een zeer ambitieus project waar hij mee de bocht uitvloog.


De Meeste Mensen Deugen (2019) is niet meer weg te denken uit de schappen van de boekhandelaren. Zeker in onzekere tijden als nu zoeken mensen naar antwoorden. De Correspondent journalist Rutger Bregman heeft voor deze mensen een positieve respons in petto met de ‘jongste inzichten uit de psychologie, economie, biologie en archeologie’. Hij was al bekend om zijn eerdere boeken, zoals De Geschiedenis van de Vooruitgang (2013) en Gratis Geld voor Iedereen (2014), maar met De Meeste Mensen Deugen is hij niet uit de boeken top 10 weg te slaan. Daarnaast werd begin deze maand aangekondigd dat de alternatieve versie die hij op de Lord Of The Flies heeft geschreven, en bovendien zelf onder de aandacht heeft gebracht, wordt verfilmd. Het negatieve beeld van de jongens die samen op een onbewoond eiland terecht komen en dictatoriale trekken krijgen, wordt vervangen. Er wordt gekeken naar een waargebeurd verhaal waar jongens in dezelfde situatie een vredelievende commune worden. Internationaal is er dus veel aandacht voor, ook op eigen bodem wordt het boek geprezen. Op de achterflap royaal staan de lofprijzingen van toponderzoekers in het vakgebied: presentator Tim Hofman en schrijver Jan Terlouw.

Een man met een plan

Bregman heeft een wereldbeeld te verkondigen. Hij noemt dit het nieuwe realisme: mensen zijn in essentie goed, helpen elkaar en knuffelen veel. Het boek heeft de structuur van een wetenschappelijk werk, compleet met bronvermelding en namedropping. Elk hoofdstuk snijdt een nieuw onderwerp aan en de lezer krijgt de indruk dat het een bundel van artikelen is.

‘Bregman presenteert zijn mening als de enige mening om te hebben.’

Het boek is op te delen in vier strategieën: eerst wordt het nieuwe knuffelrealisme geïllustreerd aan de hand van wetenschappelijke voorbeelden die voor zijn stelling spreken. Soldaten in de Eerste Wereldoorlog gebruikten bijvoorbeeld meer munitie omdat ze niet op tegenstanders willen schieten en volgens Rousseaus filosofie is het zo dat de samenleving mensen slecht maakt. In het tweede deel worden psychologische onderzoeken die een deprimerend mensbeeld verkondigen onderuit geschoffeld. Bregman duikt bij het Stanford-prisonexperiment en de beroemde moord op Genovese in de archieven. Bij deze onderzoeken ontkracht hij de resultaten door aan te tonen dat de proeven vooringenomen en gemanipuleerd waren. Hij trekt hiervoor de onderzoekers helemaal door het stof. De grote boemannen zijn weerlegd.

Het derde deel bestaat uit een vertelsel waarom mensen slechte dingen doen: aan de hand van het werk van onderzoekers als Hannah Arendt wordt aangetoond dat het systeem waarin wij leven en macht corrumperen.  Zo is geld bijvoorbeeld een mythe van de mens die met geweld is opgelegd waardoor de samenleving corrumpeert. In het laatste – niet samenvattende – deel vertelt Bregman anekdotisch zijn nieuwe realisme. Mensen zijn goed en als ze dat allemaal geloven dan werkt het beter. Volgens Bregman zijn de intransitieve motivatiescholen en de perfecte werking van directe democratie hier voorbeelden van.

Een goed onderbouwd wetenschappelijk boek is het echter niet. De onderwerpen vliegen om de oren. Het lijkt alsof ze willekeurig zijn uitgezocht en gekeken is of het wel of niet binnen zijn wereldbeeld valt. In zijn boek geeft Bregman ook toe dat hij zich meer heeft laten leiden ‘door wat [hij] wilt geloven’ en minder door ‘welke waarheid door de feiten wordt ondersteund’. Het geheel is een presentatie van wat Bregman vindt en niet wat de realiteit doet vermoeden. Het is dus eigenlijk Bregmans nieuwe geschiedenis van de mens.

‘Erg complexe onderwerpen worden heel beknopt en ongenuanceerd uitgelegd.’

Anekdotisch bewijs is ook bewijs

Een nieuwe kijk op de mensheid om de lezers een hart onder de riem te steken, is zeker niet verkeerd. Iedereen mag uiteraard een mening hebben. Het probleem is dat het de manier waarop het boek geschreven is waardoor de lezer wordt overtuigd. Het boek is bedoeld voor leken. Bregman presenteert zijn mening als de enige mening om te hebben over de onderwerpen. Dit doet hij door anekdotes zoals: bij bombardementen in de Tweede Wereldoorlog schoten mensen elkaar telkens weer te hulp door voedsel te delen. Of: de bewoners van Paaseiland sloegen elkaar pas dood toen er kolonisten kwamen. Anekdotes werken heel goed om mensen te overtuigen, maar zeggen niet zoveel over hoe de mens in elkaar steekt, wat Bregman wel pretendeert. Het is vaak een goed beginpunt maar is geen solide argumentatie.

De grote onderwerpen die worden aangesneden, zoals de grote filosofische discussies over de aard van de mens, corruptie en politiek worden met tien pagina’s afgedaan. Erg complexe onderwerpen worden heel beknopt en ongenuanceerd uitgelegd. Over elk onderwerp zijn boekenkasten aan onderzoek. Het is prima om dingen kort uit te leggen, maar Bregman legt het zo uit dat het gunstig is voor zijn argument: dat is oneerlijk. Niemand is expert in alle onderzoeksgebieden en je krijgt met dit boek als eerste informatie een vertekend beeld van het debat. Als leek krijg je niet het volledige beeld en baseer je je mening op een onvolledig, ongenuanceerd boek.

Een vluchtige reis weerlegt baanbrekende onderzoeken

Het is goed als mensen een positieve kijk op de wereld krijgen. Het is echter jammer als dit is gebaseerd op overhaast en ongenuanceerde punten en anekdotes. Die haast wordt weerspiegeld in zijn schrijfstijl. Het lijkt alsof Bregman de hoofdstukken in een keer heeft getypt. De zinnen hebben vaak een typisch Engelse opbouw en gedachtegangen worden vaak volledig uitgeschreven. De vorm van: ‘Toen dacht ik…’ wordt vaak gebruikt. Het is prima dat je wordt meegenomen in het hoofd van de schrijver, maar wanneer je een overkoepeld beeld van de mensheid wilt neerzetten, zijn waarheden belangrijker dan iemands gedachtegang.

‘Hij weet als geen ander de lezers om zijn vingers te winden.’

Zoals eerder gezegd weet Bregman de lezer goed te overtuigen. Als journalist bij De Correspondent heeft hij een uitstekende retorische argumentatiestructuur. Hij weet als geen ander de lezers om zijn vingers te winden door middel van scherpe retorische trucs zoals tegenanekdotes, zwartmaken van onderzoekers en hoofdstukindeling. Een goed voorbeeld is het hoofdstuk over de prehistorische mens waarin een eenzijdig verhaal wordt verteld. In het volgende hoofdstuk stelt hij in zijn inleiding dat het vorige hoofdstuk genuanceerder lag, maar dat er toch beter naar een tegenanekdote kan worden gekeken. Het voelt hierdoor alsof het niet meer belangrijk is dat het eenzijdige hoofdstuk minder goed beargumenteerd is. Dit zijn schoolvoorbeelden van retorische trucs, die zo goed werken omdat de geloofwaardigheid van een tekst eerder aan de structuur dan aan de inhoudelijke argumenten wordt ontleend.

Al met al wil deze nieuwe mediaberoemdheid een andere kant van de menselijke aard laten zien. Dit is een nobel streven en kan goed zijn in tijden waarin men naar een mentaal steunpunt snakt. Een nieuwe kijk op ons mensbeeld kan hij echter niet waarmaken, ook al wordt het boek voorzien van een indrukwekkende bronvermelding. Het manifest van het Nieuwe Realisme doet alsof het de waarheid in pacht heeft en pretendeert de enige waarheid te zijn. Bregman belooft dat het een nieuwe kijk geeft met de nieuwste inzichten op wetenschappelijk gebied, maar doet dit met ongenuanceerde bronnen en geeft de lezer daardoor geen ruimte om zelf een mening te vormen. Het Amerikaanse taalgebruik in een goede argumentatiestructuur heeft ervoor gezorgd dat Bregman op handen wordt gedragen, maar daar moeten wel wat vraagtekens bij worden geplaatst. Hij heeft duidelijk de genuanceerde Nederlandse historicus in zich achtergelaten en is voor de rol van morele opiniërende kruisvaarder gegaan. Net zo goed als iedereen zijn wereldbeeld mag delen, heeft iedereen het recht om zijn wereldbeeld te baseren op waarheden in plaats van op retorische trucjes.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter