Home CultuurANS leest ANS Leest: Wout Waanders – Parkplan – ★★★★

ANS Leest: Wout Waanders – Parkplan – ★★★★

Dichter Wout Waanders stelt in zijn debuutbundel Parkplan (2021) naast zijn poëtische kunsten ook zijn tekentalent tentoon. De titel verwijst naar de zelf-geïllustreerde uitvouwbare pretparkplattegrond op de binnenkaft. Iedere attractie staat voor een gedicht in het 72-pagina’s tellende poëtische pretpark.


Hoewel zijn debuut pas in januari verscheen, heeft Waanders als dichter al een indrukwekkende staat van dienst. Hij was campusdichter tijdens het studiejaar 2008-2009 en was de afgelopen twee jaar stadsdichter van Nijmegen. Tijdens de eerste lockdown had de dichter alle tijd om aan zijn eerste bundel te werken. Daarin combineert hij poëzie met een andere passie: het tekenen van pretparkplattegronden. Net als pretparkattracties ziet de taalkunstenaar gedichten als een manier om even in een andere wereld te vertoeven. Naast ieder gedicht in de bundel is de bijbehorende getekende attractie te bewonderen.

Toegankelijk absurdisme

Net als pretparkattracties scheppen veel van de gedichten in Parkplan intrigerende en vermakelijke scènes, zonder dat er per se een boodschap aan vast zit. Zo beschrijft het absurdistische Alpaca een koppel dat erover kibbelt of het wezen dat ze voor zich zien een alpaca is. Volgens een van de twee zou een echte alpaca immers altijd een moordlustige krijger op zijn rug moeten dragen. Uiteindelijk duikt deze krijger alsnog op om de ruziemakers aan zijn lans te rijgen. Doordat Waanders dergelijke taferelen zonder enige context brengt, krijgt het geheel iets absurdistisch. Door de speelsheid van Waanders’ absurdisme ga je al lezende op in de fantasierijke omgeving van de dichter. Ondanks het absurdisme blijven de gedichten daardoor toegankelijk.

De dichter weet op knappe wijze een gevoel van overprikkeling op te wekken.

Soms valt achter het vermakelijke absurdisme wel een diepere laag te ontdekken. Zo beschrijft Waanders in het gedicht Duizenden kuikens een kroeg waar het krioelt van de kuikens. De ik-figuur bestelt zelfs zijn biertje bij ‘een toren van piepende kuikens’ die achter de bar staat. Door overdreven vaak naar de lawaaierige dieren te verwijzen, weet de dichter op knappe wijze een gevoel van overprikkeling bij de lezer op te wekken. Hierdoor word je als lezer meegezogen in de gemoedstoestand van de hoofdpersoon die, zo blijkt uit de slotzinnen, zelf totaal overstuur is. Het absurdisme van de alom aanwezige kuikens krijgt daardoor ineens een hele andere lading.

Tot de verbeelding sprekend

Duizenden kuikens is typerend voor Waanders’ dichtstijl waarin hij nauwelijks rijm gebruikt, maar vooral de kracht van beeldspraak benut. Dit leidt tot een aantal zeer sterke karakterschetsen, zoals in Interstellar Natalia. Door de titelfiguur van dit gedicht te vergelijken met een ruimteschip, slaagt Waanders erin om met weinig woorden verschillende persoonlijkheidstrekken overtuigend neer te zetten. De dichter vertelt hier namelijk over iemand die een zwever is, die indruk wil maken op haar omgeving en die te snel gaat voor anderen. Door de rake beeldspraak weet Waanders de lezer veel subtekst mee te geven, waardoor je je als lezer geprikkeld voelt om actief te interpreteren.

Waanders bewijst een begenadigd dichter te zijn.

Niet alle beelden in Parkplan zijn een schot in de roos. Om in zijn poëtische pretpark een magische sfeer te creëren, grijpt Waanders meerdere malen terug op buitenaardse concepten als ruimteschepen en aliens. Dit gebeurt iets te vaak en soms wat terloops, waardoor het als een gimmick aan gaat voelen, in plaats van dat het de fantasie van de lezer verder stimuleert. 

Persoonlijke ‘theme rides’

Over het algemeen bewijst Waanders met Parkplan een begenadigd dichter te zijn die met vaste hand zijn ‘attracties’ ontwerpt. Van alle attracties zijn daarbij de meer persoonlijke theme rides, zoals Ze is een goochelaar, Toners en Het valt mee, het meest aangrijpend. Zo verhaalt de dichter in Het valt mee over het weerzien met een geliefde van vroeger. Waanders beschrijft de typische trekjes die hij nog steeds bij haar herkent, om vervolgens liefdevol te stellen dat ‘niemand aan de details heeft gezeten.’ Omdat je hier als lezer je eigen geliefden met hun eigen ‘details’ kunt invullen, weet Waanders met die laatste zin zodanig te ontroeren dat je het gedicht meteen nog een keer wilt lezen.

Parkplan biedt daarmee naast creatief absurdisme ook emotioneel aangrijpende poëzie met grote herleeswaarde. Waar je voor de meer absurdistische attracties wel in de stemming moet zijn, vormen de persoonlijkere gedichten de Droomvluchten en Fata Morgana’s die je als lezer telkens op je route mee wilt nemen.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter