Home CultuurANS luistert ANS luistert: Kensington – Control (2016)

ANS luistert: Kensington – Control (2016)

door Redactie

Als je vijf dagen achter elkaar in de Ziggo Dome optreedt en verder nog een handjevol headline shows op festivals speelt, heb je de rest van het jaar lekker veel tijd om een goed album te schrijven en op te nemen. Dat zou je tenminste denken, tot je Control van Kensington hoort.

Tekst: Ted van Aanholt

Never change a winning team
Geheel in patroon met de vorige drie albums kwam nummer vier netjes twee jaar na de vorige plaat Rivals uit, twee jaar daarvoor zag Vultures het licht, dat twee jaar na Borders uitkwam. Ook geheel in lijn kent de titel van het nieuwste album niet meer dan twee lettergrepen, Control. De meeste nummers duren weer braaf tussen de drie en vier minuten, handig voor 3FM dj’s die moeite hadden met de rekentoets. Een opmerkelijke verandering is dat er dit keer wel kleur is toegelaten op de cover van het album, er lijkt dit keer namelijk een instagram filtertje over de hoes te zijn geplakt. Hierdoor breekt Control met het zwart-wit regime dat over de covers van de afgelopen drie albums heerste. Dat er vervolgens blurry hoofden op afgebeeld zijn, iets wat ten tijde van James Blakes debuut al een cliché was, zullen we maar niet verder over uitweiden.

Confettikanonmuziek
Maar wat staat er op het schijfje? Wat heeft de band geleerd tijdens de periode waarin elke zaal te klein leek en waarin het vuurwerk en de confetti niet aan te slepen waren? In andere woorden: hoe is Kensington de afgelopen twee jaar gegroeid? Het aantal nummers dat uitdijt van een gevoelige ballad naar een groots stadium-anthem is uitgebreid van één op Rivals naar vier op Control. De nummers Sorry, titeltrack Control, Storms en St. Helena beginnen allemaal op een zeer breekbare toon, die door het nummer heen steeds meer spierballen blijkt te hebben, tot op een moment het punt komt waarop het nummer openbreekt, het vuurwerk door het stadion kan schieten en de typische Kensington sound weer terug is. Op Storms lijkt het viertal de gevoelige toon nog het langste vol te houden, maar zelfs daar kunnen ze de rust uiteindelijk niet bewaren. Grote vriend van de band Armin van Buuren lijkt ook invloed te hebben gehad op het album, en dan voornamelijk het tweede kwart. De opeenvolgende nummers Slicer, Regret en All Before You zijn allemaal besmeerd met een lekkere dikke laag elektro waardoor de spanning in de nummers daalt tot het niveau van een generiek EDM-nummer. Met uitzondering van St. Helena zit er zo weinig bijzonders in deze nummers, dat ze al snel vervagen tot achtergrondgeluid als je het album aan het luisteren bent.

Deja vu?
Op dat punt begin je te hopen dat er nog iets van het oude Kensington over is. De speelse, opgewerkte rock waar af en toe nog iets van muzikale visie in doorschemerde. Het oude Kensington vinden we terug in openingstrack Do I Ever, maar komt die eerste riff niet ergens bekend van voor? Veel verder dan de eerste tien seconden van het vorige album Rivals hoef je niet te zoeken, want het begin van opener Streets toont opvallend veel gelijkenissen. Een opgewekte, energieke, catchy gitaarriff met een zware stadiongalm is Kensington niet vreemd, maar de trapsgewijze manier waarop de gitaar op beide nummers naar extase klimt, is wel verdacht overeenkomend. In de rest van Do I Ever wordt de luisteraar getrakteerd op de andere aspecten van de typische Kensingtonsound: Quasi-diepzinnige teksten, meerstemmige refreintjes zonder enige spanning en instrumenten in constante harmonie, die in hapklare brokken aan de luisteraar worden geserveerd.

Op safe gespeeld
Ondanks dit alles zou ik absoluut niet willen beweren dat de vier heren die Kensington vormen slechte of luie muzikanten zijn. Integendeel, over de afgelopen zeven jaar heeft de band op een ingenieuze manier een sound ontwikkeld en harder gewerkt dan elke andere Nederlandse band om te komen waar ze nu zijn. Dat Kensington eind dit jaar vijf maal de Ziggo Dome laat volstromen waarmee het totaalaantal shows daar op tien uitkomt (170 duizend verkochte kaarten) is volledig hun eigen verdienste. Op Control worden de muzikale kwaliteiten van de band dan ook heel af en toe zichtbaar tussen alle generieke ruis door. De speelse bas op de track Fiji is, hoewel erg vergelijkbaar met de Britse band The 1975, een aangename verrassing. Op het sluitstuk St. Helena durft Kensington zelfs eindelijk een beetje ballen te tonen. De kracht en donkerdere toon maken het de spannendste track van het album en geven de kritische luisteraar toch een beetje hoop mee voor wat de band in de toekomst misschien nog gaat doen.

Kensington levert wat de fans willen, elf nieuwe nummers om op mee te springen en zingen tijdens festivals terwijl het vuurwerk alle kanten op schiet. De band gaat het risico uit de weg om zichzelf in de vingers te snijden door te innoveren. Met Control spelen ze op veilig en recyclen ze de succesformule van het vorige album Rivals. Het valt ze ergens niet kwalijk te nemen dat ze met dit album de vruchten plukken van jaren van hard werk. Dat harde werken levert alleen niet automatisch goede muziek op en hoewel Control nergens slecht is, wordt geen van de nummers echt bijzonder.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter