Home Papieren ANSBladartikelen Meester van de nacht

Sinds afgelopen oktober is Cees de Beer nachtburgemeester van Nijmegen. Hij wil het nachtleven niet alleen levendiger, maar vooral inclusiever maken. ‘De nacht is niet alleen van het studentenvolk dat de kroegen leegdrinkt.’


In de jaren zeventig struinde dichter Jules Deelder de straten van Rotterdam af. Dit leverde hem in de volksmond de titel nachtburgemeester op. Deze kwam van een fietsenmaker, die het doorspeelde aan een journalist. In de jaren daarna ging de term een eigen leven leiden. Tegenwoordig kan iemand met een toonaangevende rol in het nachtleven worden gekroond met de onofficiële titel van nachtburgemeester. Deze ambassadeur probeert als bemiddelaar tussen verschillende partijen die een rol spelen in de nacht op te treden om het nachtleven te verbeteren. Sinds de jaren zeventig is het nachtburgemeesterschap uitgebreid naar negentien steden in Nederland, waaronder Nijmegen.

Vanaf afgelopen oktober mag Cees de Beer zich nachtburgemeester van de oudste stad van Nederland noemen. Nadat De Beer tegen voormalig nachtburgemeester Angela Verkuijl grapte dat hij haar wel zou willen opvolgen, werd dat serieuzer genomen dan dat hij het oorspronkelijk bedoelde. Later werd hij door meerdere mensen benaderd, die hem dat wel zagen doen omdat hij al veel projecten in Nijmegen had opgestart. Een daarvan was Waar in Nijmegen?, een soort speurtocht naar karakteristieke plekken in de stad. Later richtte hij poëzieplatform Mensen Zeggen Dingen op, waarmee hij definitief zijn sporen verdiende in het plaatselijke uitgaansleven.

‘Bedenk eens hoeveel mensen ‘s nachts werken: politieagenten, prostituees.’

Wanneer De Beer binnenkomt in Café van Ouds, verontschuldigt hij zich: ‘Ik ben wat moe en daarom misschien niet zo enthousiast als normaal.’ Als hij eenmaal op stoom komt, is hij echter niet te stoppen. In een razend tempo vertelt hij over zijn plannen als nachtburgemeester. Door in gesprek te gaan met het uitgaanspubliek, de organisatoren van feestjes en volkszangers hoopt hij het Nijmeegse uitgaansleven nog diverser, inclusiever en uitnodigender te maken. Ervaring heeft hij in ieder geval genoeg. Op zijn zeventiende stond hij – naar eigen zeggen – te stuiteren in Doornroosje om in de jaren daarna alle feestjes af te gaan. Nu hij 29 is, gaat hij een stuk minder uit en houdt hij zich bezig met de serieuzere kant van het nachtleven. ANS spreekt hem over zijn idealen, toekomstplannen en de conflicterende belangen van de nacht.

Waarvoor is een nachtburgemeester nodig?

‘De nacht wordt steeds belangrijker, want we leven in een 24-uurseconomie. Vroeger was op zondag alles dicht. Nu vind ik het zelfs raar als een winkel op zondag gesloten is. Dan ben ik brak, wil ik naar de supermarkt en bedenk ik me pas als ik daar ben dat het om twaalf uur open gaat. Datzelfde gaat gebeuren met de nacht. Denk maar eens aan hoeveel mensen ’s nachts werken. Politieagenten, ziekenhuismedewerkers maar ook prostituees. Je kunt daar niet zo makkelijk aan voorbijgaan. Het nachtburgemeesterschap is als onbezoldigde functie een eerste stap naar meer aandacht voor de nacht. Als nachtburgemeester kan ik in gesprek gaan met verschillende groepen om te kijken hoe het nachtleven nog beter kan.’


De meeste studenten zullen het ermee eens zijn dat het Nijmeegse nachtleven al erg geslaagd is. Wat valt er nog te verbeteren?

‘Niet iedereen voelt zich welkom in het uitgaansleven, dat vind ik een probleem. De nacht is niet alleen maar van het studentenvolk dat de kroegen leegdrinkt. Toen ik aan een aantal vrienden vertelde dat ik nachtburgemeester werd, zeiden zij dat het nachtleven niet van hen was omdat ze als jongens van kleur niet bij kroegen binnenkwamen. Ze zeiden dat het geen zin had om de stad in te gaan. Voordat ik me dus bezig ga houden met het verbeteren van feestjes, wil ik er eerst voor zorgen dat de nacht voor iedereen een feestje is.’


Wat gebeurt er dan precies waardoor mensen zich niet welkom voelen?

‘Een van mijn beste vrienden komt uit Jamaica, en die is dus echt goed zwart. Hij is homoseksueel en moest daarom vluchten. Ik ben een keer met hem uitgegaan in de Molenstraat, daar was een ‘Hollandse avond.’ Die muziek vindt hij leuk en vrolijk. Toen kwam er een bewaker naar hem toe om hem in gebrekkig Engels te vragen wat hij komt doen en of hij een Hollandse avond wel leuk vindt. Die opmerking is dus puur gebaseerd op zijn huidskleur. Dan denk ik: we leven in 2020, die shit kan echt niet meer.’

‘Ik ben een lange witte jongen met blauwe ogen, ik kom overal binnen.’

Hoe wil je dat dan aanpakken?

‘Ik ben pas een maandje bezig, dus echt concrete maatregelen heb ik nog niet. Ik wil vooral kijken hoe je het beleid kunt veranderen. Als iemand discriminatie ervaart, kan diegene dat nu al aangeven bij de kroeg. Dan wordt het besproken met de uitsmijter en de manager, maar meestal blijft het bij dat ene gesprek. Dat is niet constructief, want het blijft gebeuren. Kroegen komen er zo heel makkelijk mee weg. Laten we dat gaan aanpakken. Dus niet door gezellig thee te drinken, maar daadwerkelijk te onderzoeken wat er kan gebeuren om ervoor te zorgen dat die mensen serieus worden genomen. Kijk, ik ben een lange witte jongen met blauwe ogen, ik kom overal wel binnen. Daarom ga ik in gesprek met een partij als Ieder1Gelijk, die hier meer over weet. Ik wil in ieder geval beginnen met het bijhouden van wanneer, waar en wat er precies gebeurt als mensen een kroeg niet binnenkomen. Daarop gebaseerd moet beleid worden gemaakt.’

Willen kroegbazen wel in gesprek over zo’n gevoelig onderwerp?

‘Door de titel ‘nachtburgemeester’ kom ik makkelijker op plekken binnen en praat ik met meer mensen. Het is een voordeel dat ik uit Nijmegen kom, daardoor ken ik altijd wel iemand van de plek waar ik langs wil. Mijn netwerk is erg groot. Daarnaast vinden sommige mensen titels erg interessant, vooral mensen die zelf ook titels hebben. Kijk, ik ben gewoon Cees, maar andere mensen zien vooral die titel en dat zorgt voor ingangen, dus ook bij zo’n kroegbaas.’


Wat zijn je andere plannen als nachtburgemeester?

Ik wil gebruik maken van het feit dat ik een millennial ben. Ik heb de hele opkomst van het internet meegemaakt en wil daar nu mijn kracht uit putten voor het maken van een webserie. Die moet dan te zien zijn bij RN7, de lokale omroep van Nijmegen, zodat we ook volksmensen bereiken. In die serie ga ik ‘s nachts op stap met verschillende groepen. We hebben vaak een bepaald beeld van de mensen op een LAN-party of politieagenten, maar wie zijn die mensen nou echt? Het lijkt mij heel interessant om met hen mee te gaan en te zien hoe zij de nacht ervaren. Zo kunnen we meer over elkaar te weten komen. Door gebruik te maken van social media kun je dat goed en makkelijk verspreiden.

‘We leven allang in een 24-uurseconomie maar die kroegen, poehpoeh, daar mag je om vier uur
niet meer naar binnen.’

Dus je wil dat iedereen elkaar beter gaat begrijpen, maar is er niet sprake van conflicterende belangen? Er zijn mensen die ’s nachts stilte wensen en mensen die lawaai maken.

‘Voor de mensen die willen slapen, denk ik dat het scheelt als we de venstertijden afschaffen. Nu mogen de kroegen niemand meer binnen laten als het vier uur is geweest. Daardoor ontstaat er een piek in de hoeveelheid mensen op straat. Daar hoor ik soms ook bij. Als ik uitga, ga ik tot het gaatje. Dan sta ik om vier uur op straat, terwijl ik niet van plan was om voor zeven uur naar huis te gaan. Dus blijf ik op straat hangen, dat zorgt voor overlast. Op het moment dat je die venstertijden afschaft en het aan de kroegeigenaren overlaat hoe laat zij willen sluiten, wordt die stroom van mensen die naar huis gaan meer verdeeld over de nacht. We zitten al lang in een 24-uurseconomie, maar die kroegen, poehpoeh, daar mag je om vier uur niet meer naar binnen. In een fucking studentenstad! Dat is echt niet meer van deze tijd.’


Ga je al die problemen in je eentje aanpakken?

‘Nee, als nachtburgemeester heb ik een team van nachtwethouders samengesteld. Dat zijn niet direct goede vrienden van me, maar wel mensen waar ik fijn mee kan samenwerken. Mijn vriendengroep is knetterwit, hoogopgeleid en komt uit Nijmegen-Oost, terwijl ik vind dat mijn team een representatie moet zijn van de maatschappij. Dus heb ik een transgender in mijn team, net als mensen van kleur en zelfs iemand van 65. Ik wil namelijk met mensen praten in plaats van over mensen praten.’

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter