Home Opinie & AchtergrondAchtergrond De niet-Europese RU-student is komend jaar veel meer collegegeld kwijt

De niet-Europese RU-student is komend jaar veel meer collegegeld kwijt

Met ingang van volgend collegejaar zal het instellingscollegegeld voor niet-Europese studenten, ook wel niet EER-studenten, behoorlijk stijgen aan de Radboud Universiteit (RU). Het College van Bestuur (CvB) heeft dit afgelopen september besloten om de toegankelijkheid van de universiteit te waarborgen. Alhoewel er punten van kritiek waren vanuit de Universitaire Gemeenschappelijke Vergadering (UGV), stelt het universiteitsbestuur momenteel een plan op om het te realiseren aan de hand van beurzenprogramma’s.


Voor studenten die niet uit de EU of de Europese Economische Ruimte (EER) komen en aankomend studiejaar willen studeren aan de RU, wordt een hogere som geld verwacht voor het volgen van onderwijs. Studenten uit Europa betalen het reguliere tarief wettelijk collegegeld van 2168 euro, maar voor niet EER-studenten geldt het tarief van het instellingscollegegeld. Op 1 september heeft het CvB nieuwe tarieven vastgesteld voor de nieuwe niet EER-studenten. In tegenstelling tot Nederlandse en andere Europese studenten, die komend jaar dankzij de halvering van het collegegeld duizend euro betalen, wordt het tarief voor de meeste bacheloropleidingen juist verhoogd van 8.118 naar 11.500 euro vanaf het collegejaar 2021-2022. ‘In vergelijking met andere Nederlandse universiteiten had de RU relatief lage tarieven voor het instellingscollegegeld’, aldus Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. ‘Met de nieuwe tarieven brengen we deze meer in lijn met andere Nederlandse universiteiten.’

Gerry van der Kamp-Alons is vicevoorzitter van Commissie Onderwijs, Onderzoek en Studentenzaken (OOS) en tevens lid van de medezeggenschap van het personeel, de Ondernemingsraad (OR). Ze legt uit dat in het eerste voorstel van het CvB werd gesproken van de intentie om een deel van de opbrengsten van het verhoogde instellingscollegegeld voor extra beurzen te gebruiken. ‘Wij hebben toen gesteld dat er niet sprake is van een volledig voorstel als je naast de uitwerking van de precieze verhoging van het collegegeld ook niet het voorstel voor de geplande beurzen concreet uitwerkt’, vertelt de vicevoorzitter. Ze legt uit dat door het aandringen van de UGV het beurzenprogramma concreet is uitgewerkt. Het plan is nu dat er 12 tot 18 beurzen bijkomen voor de niet EER-studenten. Het dekt dan niet alleen collegegeld maar ook huisvestingslasten’, vertelt ze. Het idee van het college daarachter is dat de toegankelijkheid behouden blijft, ondanks het hogere instellingstarief. ‘De UGV betwijfelt echter zeer of dit extra grote aantal beurzen de toegankelijkheid kan waarborgen’, stelt Van der Kamp-Alons.

Gerritsen legt uit dat er in 2021-2022 12 volledige beurzen vrijkomen (gemiddeld 27500 euro). Er zijn daarnaast 33 gedeeltelijk beurzen (12500 euro) voor eerstejaarsstudenten (niet-EER), wat grotendeels het instellingscollegegeld dekt. In 2020 studeerden er echter 558 studenten van buiten Europa aan de RU: het aantal studenten dat hiervan gebruik kan maken is dus zeer beperkt. De huidige niet EER-studenten aan de RU kennen een overgangsregeling en komen niet in aanmerking voor het nieuwe tarief of de bijbehorende beurzen.

Grotere toegankelijkheid voor niet EER-studenten

Gerritsen legt uit dat het extra geld dat de universiteit krijgt vanuit het verhoogde instellingscollegegeld wordt ingezet voor de niet EER-studenten. ‘Om de toegankelijkheid van ons onderwijs voor deze groep te waarborgen, investeert de universiteit een belangrijk deel hiervan in het beurzenprogramma’, vertelt hij. ‘Ook investeren we de extra opbrengsten in studentenbegeleiding voor internationale studenten.’ Het doel is dat internationale studenten zich op deze manier sneller thuis voelen aan de RU. Door de inzet van social workers zou de druk op de ketel af moeten nemen, doordat studenten eerder en op het juiste moment worden begeleid. 

Er werden vragen gesteld over de prijs-kwaliteitverhouding van de opleidingen aan de RU.

Waar het beurzenprogramma pas concreet werd uitgewerkt toen de medezeggenschap daarop aandrong, was het hogere tarief in eerste instantie al een motief om de toegankelijkheid te vergroten. Volgens Gerritsen bestaat namelijk het vermoeden dat een deel van de internationale studenten denkt dat goedkopere opleidingen van mindere kwaliteit zijn dan duurdere opleidingen. ‘Dat idee ontstond naar aanleiding van signalen die we hierover kregen op fairs elders in Europa.’ Er werden volgens de woordvoerder vragen gesteld en twijfels uitgesproken over de prijs-kwaliteitverhouding van de opleidingen. Dat buitenlandse studenten daadwerkelijk hierop de keuze baseren, is volgens Gerritsen ook te vinden in de vakliteratuur: ‘Uit diverse artikelen blijkt dat de elasticiteit van de prijs in het Hoger Onderwijs vooral samenhangt met de waargenomen kwaliteit.’ Dit houdt in dat opleidingen als beter worden gezien naarmate de prijs van die opleiding stijgt. Door een hoger tarief zouden er niet alleen meer, maar ook betere studenten op de universiteit afkomen. Deze wetenschappelijke bevindingen gebruikte het CvB ter ondersteuning bij haar besluitvorming. In 2020 mondde dit uit in een doorvoering van het idee. ‘De interne discussie hierover liep al langer. Nu was het moment om een besluit te nemen, omdat het al heel lang een agendapunt was’, legt hij uit.

Eenzijdig?

De vakliteratuur die is aangedragen door het CvB vond Commissie OOS te eenzijdig. Spierings, vicevoorzitter van de universitaire studentenraad en voorzitter van de commissie OOS, vertelt dat de commissie andere literatuur heeft gevonden: ‘We hebben niet gezegd dat de literatuur niet klopt, maar wij vonden wel dat er in andere literatuur meer discussie aanwezig was over of het wel of niet werken van het verhogen van het instellingstarief.’ Volgens Spierings zou het volgens de literatuur niet vanzelfsprekend zijn dat het verhoogde tarief een positieve invloed zou hebben op de toegankelijkheid van de universiteit en daardoor meer studenten zou opleveren.

‘We willen de studenten een programma aanbieden met talent uit verschillende achtergronden.’

Gerritsen verwacht dat de verhoging tot meer studenten en meer diversiteit kan leiden. Volgens hem heeft het verhoogde tarief bovendien een wederzijds positief effect: de toename van talentvolle internationale studenten van buiten Europa dragen bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Als zij niet voor de RU kiezen omdat de tarieven doen vermoeden dat het onderwijs van lagere kwaliteit is dan bij andere universiteiten, schiet de universiteit haar doel voorbij om de campus zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor internationals. Volgens Gerritsen is het van belang dat internationals van buiten de EU meer een onderdeel worden van het campusbeeld. Het gaat daarbij niet per se om meer studenten maar om een meer divers samengestelde international classroom. Hij vertelt: ‘We willen onze studenten namelijk een programma aanbieden met studenttalent uit verschillende achtergronden.’ De grotere diversiteit zou moeten bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, maar die groep zou momenteel slechts beperkt vertegenwoordigd zijn op de Nijmeegse universiteit. Uit de cijfers blijkt echter dat de RU momenteel al zo’n honderd verschillende nationaliteiten kent.

Kritiekpunten

Van der Kamp-Alons vertelt dat er voor de zomer belangrijke punten van kritiek waren over de verhoging vanuit de medezeggenschap: ‘Wij hebben heel sterke twijfels bij of dit het middel is dat het doel moet dienen.’ Volgens haar had beter kunnen worden nagegaan waar het misging bij de internationale studenten, die volgens het CvB in mindere mate gerepresenteerd zijn aan de universiteit. ‘Het was beter om te kijken: zit het probleem niet elders? Het kan misgaan bij de selectie, de opleidingsprogramma’s of de voorlichting, maar die mogelijkheden zijn naar ons idee niet uitgezocht’, vertelt ze.

‘De twijfel is niet weggenomen.’

Bovendien gaat het maar om een heel beperkt aantal beurzen, zo stelt Van der Kamp-Alons: ‘De twijfel van UGV is daardoor niet weggenomen. Wij houden dus absoluut vinger aan de pols.’ Ze legt uit dat de keuze voor het verhogen van het tarief alsnog gemaakt is door het CvB vanwege de tijdsdruk. ‘Wij wilden afgelopen september nog ingaan op deze kwestie, maar het CvB heeft toen al een besluit genomen.’

Toch een besluit

Gerritsen legt uit hoe de keuze zonder het advies van de UGV alsnog heeft kunnen plaatsvinden: ‘In juni en augustus 2020 stond het onderwerp op de agenda van de UGV. De commissie heeft toen een andere interpretatie gegeven van de vakliteratuur die onder ons plan ligt. Die deelde het CvB niet, legt Gerritsen uit. Daarna was er geen concreet advies van de UGV. Conform het reglement kan het CvB dan een beslissing nemen. Dat heeft ze ook gedaan vanwege de urgentie van het onderwerp, zo legt Gerritsen uit. ‘Immers, vanaf 1 oktober worden al aan internationale studenten de tarieven gecommuniceerd voor het collegejaar erop. We konden dus niet nog een cyclus op de UGV wachten.’

Evaluatie

Doordat er toch een besluit is genomen door het CvB was er volgens Van der Kamp-Alons behoefte om de verhoging gelijk na een jaar te evalueren. ‘Hiervoor worden nog evaluatiecriteria opgesteld die worden voorgelegd aan de UGV’, vertel ze. De evaluatie stond gepland in het najaar 2021. Aannemelijk is dat deze moet worden uitgesteld vanwege corona. ‘Het afgelopen jaar geeft mogelijk geen goed beeld van de situatie’, legt Van der Kamp-Alons uit. Ze geeft echter aan dat het van belang is dat de evaluatie na een à twee jaar moet plaatsvinden, vanwege de twijfels over het verhogen van het instellingscollegegeld. Spierings vertelt dat er ook onzekerheden speelden onder huidige niet-EER studenten aan de RU. ‘Hun vragen en zorgen hebben we doorgeleid naar de retor magnificus. Hij stond er ook voor open om met die studenten te praten en ze gerust te stellen’, legt hij uit. ‘De huidige niet EER-studenten zullen dit bedrag nog niet betalen vanwege een overgangsregeling.’

Het is dus maar de vraag of de huidige omstandigheden op de korte termijn een direct verband kunnen leggen tussen de maatregelen van deze verhoging en het aantal inschrijvingen van niet EER-studenten. Door corona is het onduidelijk hoe veel internationale studenten zich zullen aanmelden voor de RU. Daarbij staat de vormgeving voor het beurzenprogramma nog in de kinderschoenen.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter