Home NieuwsNederland Ook Niet-Europese student mag nu actief meepraten over universiteitsbeleid

Ook Niet-Europese student mag nu actief meepraten over universiteitsbeleid

door Noah Kleijne

Internationale studenten van buiten de EER hebben niet langer een werkvergunning nodig om bestuursfuncties uit te oefenen. Internationaliseringsinstelling Nuffic en studentenvakbond ISO reageren opgetogen.

Aan de Radboud Universiteit studeren ongeveer 200 studenten die afkomstig zijn uit landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Om in Nederland te kunnen studeren moeten zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning. Als zij tevens beschikken over een werkvergunning dan mogen ze naast hun studie maximaal zestien uur per week werken. Tot dusver was het voor veel internationale studenten echter te ingewikkeld om aan een dergelijke werkvergunning te komen.

Volwaardig meedoen

Bestuursfuncties en medezeggenschapsposities behoorden voor velen dus niet tot de mogelijkheden. Nu is dat veranderd. Door een uitzondering in de wet heeft de overheid juist deze functies opengesteld voor studenten van buiten de EER. Zij hebben geen werkvergunning meer nodig om mee te draaien in (studenten)verenigingen en opleidingsraden.

Eerder werden studenten van buiten de EER al vrijgesteld van de werkvergunningseis bij stages. Dit betekent dat zij in het kader van hun opleiding zowel curriculaire als extra-curriculaire stages mogen volgen bij Nederlandse instellingen. De nieuwe uitzondering past dus in een bredere ontwikkeling waarbij de Nederlandse overheid het onderwijs op alle fronten inclusiever probeert te maken voor internationale studenten.

‘Een international classroom stopt niet bij de muren van de collegezaal.’

Het Nuffic en studentenvakbond Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) spreken vol lof over deze ontwikkeling: ‘Een international classroom stopt niet bij de muren van de collegezaal. Ook daarbuiten kunnen studenten van elkaar leren’, aldus Freddy Weima, directeur van Nuffic. ‘Als instellingen internationale studenten aantrekken, is het vanzelfsprekend dat deze studenten ook moeten kunnen meepraten over hun onderwijs’, licht ISO-voorzitter Kees Gillesse toe.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter