Home Artikelen In Transitie: Koffiedrinken en op vrijdag eerder naar huis

In Transitie: Koffiedrinken en op vrijdag eerder naar huis

Voor je het weet, sta je met een diploma in je handen, begin je aan een grotemensenbaan en is je studententijd voorbij. Columnist en ex-student Aan-Age Dijkstra deelt hier zijn inzichten over zijn overgang van het vrije studentenleven naar een degelijk burgerbestaan.


‘Maar wat word je daar dan mee?’

Peinzend staarde ik naar mijn thee en dacht na over hoe ik dit ging uitleggen. Vanaf de andere kant van de tafel keek mijn opa me verwachtingsvol aan. Ik studeerde inmiddels al twee jaar bestuurskunde en had deze vraag tientallen keren gekregen, maar een antwoord kon ik moeilijk formuleren.

Ik had al van alles geprobeerd om een antwoord te vinden op de vraag. De webpagina van de opleiding had ik grondig bestudeerd, ik had de voorlichtingsafdeling met mailtjes bestookt en ik was zelfs lid geworden van de LinkedIn-groep ‘Alumni Bestuurskunde Nijmegen’. Echter stond op de opleidingswebpagina alleen een vaag verhaal over ‘diverse mogelijkheden op de arbeidsmarkt’, de voorlichtingsafdeling verwees naar diezelfde webpagina en in de LinkedIn-groep trof ik vooral nietszeggende functietitels aan als ‘programmaleider’, ‘innovation strategy manager’ en ‘team- en organisatiecoach’.

Het was een heilloze missie om een concreet antwoord te vinden. Op een open dag waar ik meehielp, had ik het een hoogleraar zelfs nog horen uitleggen. Aan een collegezaal vol studiekiezers vertelde ze dat een wetenschappelijke studie geen beroepsopleiding is en afgestudeerden daarom bij allerlei verschillende organisaties terechtkomen. Bovendien, zo vulde de hoogleraar aan, hechten werkgevers meer waarde aan een academisch denk- en werkniveau dan aan specifieke vakkennis.

‘Wat doe je dan precies?’, vraagt mijn opa me.

Hier had mijn opa echter vrij weinig aan en ik besloot het af te doen met een grapje. ‘Bestuurskunde is een opleiding tot ambtenaar’, zei ik, ‘dus ik ga de hele dag koffiedrinken en op vrijdag eerder naar huis.’

Het is nu ruim vijf jaar later en ik heb mijn eerste jaar van het werkende leven achter de rug, maar op bezoek bij mijn opa beland ik wederom in dezelfde benarde situatie. Ik vertel hem dat ik een traineeship doe bij een adviesbureau in de publieke sector, waarvoor ik interim-opdrachten uitvoer in het sociaal domein. Hij kijkt me onbegrijpend aan. ‘Maar wat doe je dan precies?’, vraagt hij me.

Wat doe ik precies? Peinzend staar ik naar mijn thee en denk na over wat ik ga antwoorden. Meestal begin ik de dag met een rondje langs de koffieautomaat en zeg mijn collega’s gedag. Ik lees mijn e-mail, stuur e-mails en bereid vergaderingen voor. Elke dag staan er wel een paar vergaderingen gepland, die doorgaans beginnen met een rondje koffie en thee. Naar aanleiding van de vergadering moeten vaak verslagen worden gemaakt, lijstjes worden opgesteld of dingen worden nagevraagd -de zogenaamde ‘actiepunten’-, waar ik de rest van de werkdag mee vul. Tussendoor haal ik vaak nog even koffie. De vrijdag is de opleidingsdag van mijn traineeprogramma, gevuld met een soort van colleges en werkgroepen. Omdat iedereen dan vaak toe is aan weekend zijn we meestal wat eerder klaar.

Ik kijk op van mijn thee en antwoord aan opa: ‘Ik drink de hele dag koffie en ga op vrijdag eerder naar huis.’

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter