Home Opinie & AchtergrondColumnsMan in the mirror Man in the mirror: Klootzak

Man in the mirror: Klootzak

door Myrte Nowee

Columnist Niek van Ansem denkt veel na over het dagelijks leven. Maar of al dat reflecteren ook tot oplossingen leidt? Zijn gedachtes vragen op hun beurt namelijk ook weer om een flink staaltje doe-het-zelf psychoanalyse. Om zijn overvolle hoofd wat te luchten, deelt hij hier wat van zijn hersenspinsels.  ​


Ik ben de afgelopen jaren zelfverzekerder geworden. Dat zelfvertrouwen is me niet komen aanwaaien en het manifesteert zich nu op een totaal andere manier dan ik vroeger had gedacht. Als onzekere puber zag ik het als een groot goed om me minder aan te trekken van wat anderen van me dachten. Er zijn genoeg spreuken over zelfliefde in omloop die hetzelfde propageren: voor een positief zelfbeeld is het goed om soms lak te hebben aan de mening van anderen en in te zien dat je goed bent zoals je bent. Op zichzelf een mooie wijsheid.

Het is echter een levensmotto waarin mensen gemakkelijk kunnen doorslaan. Wanneer dat gebeurt, worden alle anderen ineens gedegradeerd tot bekrompen zeurpieten die simpelweg niet door hebben dat jij al goed bent zoals je bent. Als mensen zich aan mij ergeren, vind ik het ook fijner om maar aan te nemen dat dat aan hen ligt. Het is verleidelijk om vast te houden aan een ideaalbeeld van mezelf, waarin ik gewoon niet beter kan. Toch is dat niet wat zelfverzekerd zijn inhoudt.

Het onderhouden van een positief zelfbeeld is niet iets waar ik licht over wil doen. Integendeel: ik moet noodgedwongen veel tijd met mezelf doorbrengen en het komt daarom goed uit dat ik mezelf redelijk sympathiek vind. Dat wil ik ook graag zo houden. Daarom omring ik me gemakshalve met mensen waar ik het goed mee kan vinden, die mijn eigen ideaalbeeld bevestigen en die mijn kant kiezen als ik onenigheid heb met iemand anders.

Ik ben lang niet altijd goed zoals ik ben.

Als quasi-volwassene moet ik echter ook samenwerken met mensen die ik niet zelf heb uitgekozen. Dat leidt soms tot botsingen. De laatste tijd merk ik dat dit juist heel interessant kan zijn. Personen die me in eerste instantie niet liggen, blijken later prima mensen te zijn. Aanvankelijke botsingen met die mensen ga ik daardoor met andere ogen bekijken. Want wat als er wel een kern van waarheid in hun ergernissen zat? Wat als het wél aan mij ligt?

Bij kritische zelfreflectie merk ik dat ik genoeg persoonlijkheidstrekjes heb die dat scenario niet geheel ondenkbaar maken. Ik ben lang niet altijd goed zoals ik ben. Ik kan heel vervelend zijn. Ik kan een persoon zijn die schamper grappen maakt over dingen die andere mensen belangrijk vinden, omdat ik er zelf – verlicht als ik ben – het onbelangrijke van inzie. Ik kan te lang met die grappen doorgaan, net zo lang totdat anderen het niet leuk meer vinden.

Ik ben soms een klootzak en het is eigenlijk ook wel verfrissend om dat zo nu en dan eens onder ogen te zien. Me te realiseren dat ik niet de perfecte engel ben, zoals al die inspirerende spreuken me willen doen geloven. Godzijdank ook, want ik zou me daardoor geen mens meer voelen. Maar ik ben een mens: een individu met scherpe randjes en een handleiding. In staat tot zelfreflectie, maar ook niet overhaast om te veranderen in hoe anderen me liever zouden hebben.

Maar soms hebben die anderen dus wel een punt – zo heel af en toe.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter