Home Opinie & AchtergrondColumns Sofie in Slovenië: Lockdown in Ljubljana

Sofie in Slovenië: Lockdown in Ljubljana

door Sofie Bongers

Sofie Bongers, studente Nederlandse Taal en Cultuur, brengt dit semester door in Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië. Op ANS-online schrijft ze over haar bevindingen van de Sloveense cultuur en wat een student Nederlands eigenlijk in het buitenland doet.


De bevindingen over Slovenië moeten helaas worden gestaakt: mijn buitenlandervaring viel ten prooi aan de uitbraak van COVID-19. Waar het me al eerder opviel dat Slovenië vooruitloopt op het gebied van milieubehoud, valt het me ook op dat het land op wel meer gebieden voorloopt. De maatregelen in Slovenië tegen het coronavirus werden ook eerder genomen dan in ons land. Nadat er bijvoorbeeld geen fysieke colleges meer werden gegeven, ging het erg rap en sloten meer instanties hun deuren. Van bioscopen tot bibliotheken en van kroegen tot kledingwinkels, niets bleef meer open. Door alle preventieve maatregelen, begonnen steeds meer buitenlandse studenten hun koffers te pakken. Voor de meeste studenten was dit tevergeefs, omdat het vliegveld werd dichtgegooid en het treinverkeer plat kwam te liggen.

Toen er een noodvliegtuig door de Franse ambassade werd ingezet, heb ik mijn kans gegrepen om via Parijs naar Nederland te reizen. Het was een bijzondere ervaring, omdat het vliegveld in Slovenië speciaal voor de passagiers van deze vlucht eenmalig werd geopend. Omringd door leden van de Nederlandse ambassade en een hoop beveiligers, moesten we om de beurt door de douane. Eenmaal gearriveerd in Parijs heb ik een nachtje mogen vertoeven op de oncomfortabele bankjes van het vliegveld, waar ik een hoop creatieve houdingen heb bedacht voor een poging tot nachtrust. De volgende ochtend kon ik naar Nederland. Op Schiphol stond mijn vader helemaal alleen in de aankomsthal met een grote ‘welkom-thuis-ballon’, wat een raar gezicht was. Mijn terugkomst had ik natuurlijk heel anders verwacht: drie maanden later, met een warm onthaal van mijn vrienden en een zomers Nederland. Een grauw, regenachtig Nederland is er nu voor in de plaats gekomen. Momenteel zit ik thuis bij mijn ouders, al kijkend naar de foto’s van mijn korte verblijf, verlangend naar de tijd in Slovenië.

‘Het is verbluffend hoeveel eten je kan krijgen voor zo weinig geld.’

Een van de dingen die ik het meeste mis aan Ljubljana is boni. Dit is een concept bedacht door de Sloveense overheid waarbij studenten recht hebben op gesubsidieerde maaltijden. Dit houdt eigenlijk in dat de student elke dag uit eten kan gaan. Ik wist van tevoren al dat het land een stukje goedkoper uit zou vallen dan Nederland, maar dit had ik nooit verwacht. De ‘bonimaaltijden’ zijn te krijgen in heel veel restaurants. Waar een student maar maximaal 4,31 euro hoeft te betalen voor een soepje, een salade en een hoofdgerecht, moet een gemiddelde bezoeker bijna het dubbele betalen voor een maaltijd. Op sommige plekken kan de student zelfs goedkoper of helemaal gratis eten krijgen. Het resterende bedrag dat niet wordt betaald door de student, wordt gefinancierd door de overheid.

Het is verbluffend hoeveel eten je kan krijgen voor zo weinig geld. Mijn eerste vraag die tijdens het eten van een ‘boni’ omhoog kwam, was dan ook waarom de Sloveense overheid zoveel voor studentenmaaltijden betaalt. Na een beetje onderzoek ben ik erachter gekomen dat deze maaltijden een ontzettend positieve invloed hebben op restaurants in de studentensteden, zowel voor de omzet als voor de sfeer in de restaurants. Sommige restaurants blijven zelfs draaiende door de ‘studentski boni’. Daarnaast wil de overheid de student ondersteunen door goedkope maaltijden aan te bieden. De ‘boni’ werkt dus twee kanten op, in een positieve zin. Ik moet dan ook eerlijk toegeven dat ik in mijn twee maanden daar bijzonder weinig heb gekookt.

‘Wie zich buiten de stad begeeft, komt uit in kalme dorpjes en vredige natuur.’

Naast al het eten mis ik de sfeer van de stad zelf ook. Tijdens mijn buitenlandervaring heb ik heel veel nieuwe vrienden ontmoet, die ik vrijwel iedere dag zag. Het was dan ook een grote overgang om ineens, zonder afscheid, mijn vrienden niet meer te zien. Daarnaast mis ik ook de rust van het land. Waar Nederlanders erom bekend staan altijd alles snel en gehaast te doen, straalden de Slovenen een zekere rust uit. Of dat nou bij de slome caissière in de supermarkt was of bij de docent die pas een halfuur na aanvang van het college kwam opdagen. Zaken waar ik me in de eerste weken aan ergerde, maar die al snel gewenning werden. Het leverde een ontspannen sfeer op. Ook de natuurgebieden droegen hier aan bij. Ljubljana is eigenlijk de enige stad die lijkt op een stad zoals wij die in Nederland kennen. Wie zich buiten de stad begeeft, komt uit in kalme dorpjes en vredige natuur. Dit is toch wel een groot contrast met het compacte Nederland.

Ik ben, ondanks het abrupte vertrek, heel dankbaar voor de twee maanden in het buitenland. Het is niet anders, jammer genoeg. Veiligheid gaat voorop. Maar ik heb al beloofd aan Slovenië dat ik hoe dan ook nog een keer terugkom.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter