Home Artikelen De RU moet verder kijken dan witte, ‘westerse’ wetenschappers

De RU moet verder kijken dan witte, ‘westerse’ wetenschappers

Het onderwijs aan de Radboud Universiteit (RU) is te eurocentrisch en wit. Er zijn veel meer perspectieven, theorieën en methoden waar studenten van zouden kunnen leren, maar omdat Europese kennis wordt gezien als universeel en objectief worden deze achterwege gelaten. Dit is kwalijk omdat het studenten beperkt in wat zij kunnen leren op de universiteit. De RU moet haar onderwijs daarom dekoloniseren door meer niet-westerse perspectieven in curricula op te nemen.


In curricula van Radboud-studenten komen nauwelijks wetenschappers of auteurs van kleur voor. Filosofiestudenten leren niet over Sophie Oluwole, een Nigeriaanse filosoof die baanbrekend onderzoek deed naar de Afrikaanse filosofische traditie. Het werk van Anton de Kom, een antikoloniale schrijver, activist en verzetsstrijder, wordt niet gelezen door letterkundestudenten. Oluwole en de Kom zouden moeten worden opgenomen in het curriculum, maar worden vaak vergeten of genegeerd omdat hun werk niet aansluit bij literatuur die wel wordt behandeld in het onderwijsprogramma. Dit komt voort uit het gedachtengoed dat ontstond tijdens de periode van Europees kolonialisme waarin Europese kennis als superieur werd gezien tot andere kennissystemen.

Masterstudent Nikita Krouwel is een van de organisatoren van de Anti-Racism Awareness Week. Tijdens deze week, die vandaag van start gaat, wordt verschillende thema’s rondom racisme besproken aan de hand van lezingen, filmavonden en discussies. Zo hopen de organisatoren het bewustzijn aan de RU te vergroten. Eerder vertelde Krouwel al wat haar bewoog actief te worden tegen racisme en hoe ook de RU meer zou kunnen doen.

Op alle faculteiten staat wetenschap gebaseerd op Europese kennis of methodologie centraal en studenten leren nauwelijks over theorieën en methoden ontwikkeld door wetenschappers buiten Europa en Noord-Amerika. Dit suggereert dat alleen ‘westerse’ perspectieven er toe doen terwijl andere perspectieven juist verrijkend kunnen zijn.

De beweging in de academische wereld voor het dekoloniseren van het curriculum begon met de #RhodesMustFall-beweging op de University of Cape Town in Zuid-Afrika. In 2015 kwamen daar studenten en docenten samen om te eisen dat het standbeeld van Cecil Rhodes, Britse imperialist en een van de grondleggers van apartheid in Zuid-Afrika, werd weggehaald. Deze beweging verspreidde zich door Zuid-Afrika en al snel groeiden de protesten tegen de standbeelden uit tot een bredere beweging voor het dekoloniseren van universiteiten. Sindsdien houden universiteiten in Europa zich ook meer bezig met de academische erfenis van het koloniale verleden. Het is belangrijk dat de RU daar een stap in zet en meer wetenschappers van kleur en niet-westerse literatuur toevoegt aan het curriculum.

Studenten krijgen een breder en completer beeld van het wetenschapsveld.

Dekoloniseren op de Radboud 

In een Vox-artikel van vorig jaar spraken verschillende politicologiestudenten en -professoren zich al uit over een te eurocentrisch en eenzijdig curriculum. De studenten gaven aan hierdoor een deel van hun wetenschappelijke vorming te missen. Het gebrek aan diversiteit komt ook voor bij andere opleidingen terwijl het soms relatief makkelijk is om dat te veranderen. Zo wordt bijvoorbeeld bij een filosofiecursus aan de Faculteit der Managementwetenschappen elke week een andere filosoof besproken, maar komen er uitsluitend westerse filosofen aan bod. Daar is in het curriculum, net zoals bij letterkundevakken, de mogelijkheid om meer denkers van buiten het westen toe te voegen. Zulke aanpassingen zijn belangrijk, omdat Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse wetenschappers belangrijke, kritische perspectieven en theorieën inbrengen. Studenten krijgen dan een breder en completer beeld van het wetenschapsveld en leren daardoor ook dat westerse kennis niet objectief of universeel is.

Het dekoloniseren van het onderwijs zal daarnaast leiden tot een groter bewustzijn onder studenten over de maatschappelijke gevolgen van kolonialisme en racisme. Deze tot nu toe nog vaak onderbelichte onderwerpen moeten meer aandacht krijgen in de onderwijsprogramma’s van maatschappij-georiënteerde studies, omdat ze nog veel impact hebben op onze samenleving. Wetenschappers van kleur zijn hierbij beter in staat om het verhaal van kolonialisme en racisme in het heden te vertellen. Zij bieden niet alleen unieke ervaringen als het gaat om racisme, maar ook unieke oplossingen die voortkomen uit een dieper begrip van discriminatie en uitsluiting. Het werk van bijvoorbeeld Gloria Wekker heeft aangetoond dat in Nederland gesprekken omtrent racisme worden belemmerd doordat witte Nederlanders zichzelf zien als kleurenblind en tolerant. Doordat Wekker de negatieve gevolgen van racisme zelf heeft ervaren, kon zij door dit zelfbeeld van witte Nederlanders heen prikken en onderzoeken hoe het zich heeft ontwikkeld.

Een dekoloniale aanpak binnen het onderwijs draagt bij aan meer aandacht voor ongelijkheid.

Een betere representatie van wetenschappers van kleur in het curriculum en meer aandacht voor de gevolgen van kolonialisme en racisme sluiten ook beter aan bij een diverse campus. Studenten van kleur zien zichzelf daardoor gepresenteerd in het onderwijs en alle studenten leren over de gedeelde geschiedenis van kolonialisme. Een dekoloniale aanpak binnen het onderwijs kan dus bijdragen aan meer aandacht voor ongelijkheid.

Impact op het werkveld

Meer aandacht voor deze onderwerpen met behulp van diverse perspectieven en theorieën is belangrijk voor opleidingen om studenten goed voor te bereiden op het werkveld. Dat geldt ook voor de medische faculteit. Onderzoekers Maaike Muntinga en Petra Verdonk toonden aan dat mensen van kleur niet altijd worden voorzien van de juiste zorg in Nederland. Dit komt voort uit het feit dat racisme nauwelijks wordt besproken binnen zorgopleidingen. Het bespreken van vooroordelen over mensen van kleur onder toekomstige zorgmedewerkers kan juist belangrijk zijn om die groep betere zorg te geven. Door patiënten van kleur en hun klachten serieus te nemen, kunnen de juiste diagnoses op tijd worden gesteld. Daarnaast kunnen westerse ideeën en methoden, zoals het standaard gebruik van ‘witte lichamen’ in zorgopleidingen ervoor zorgen dat belangrijke verschillen niet genoeg aandacht krijgen. Hoewel er geen natuurlijke, raciale verschillen tussen witte en ‘niet-witte’ lichamen zijn, kunnen huidaandoeningen er bijvoorbeeld anders uitzien op een licht of donker gekleurde huid. Het westerse perspectief op lichamen schiet te kort op sommige, belangrijke punten. Hierdoor zijn studenten niet in staat om die verschillen te herkennen en niet geheel voorbereid op hun functie.

Op de RU wordt studenten nog niet geleerd wat het belang is van verschillende perspectieven.

Een eenzijdig perspectief heeft ook op andere faculteiten aan de RU gevolgen voor studenten en hun toekomstige werkveld. Zo gaven journalisten Vera Mulder en Riffy Bol aan dat de eenzijdigheid van perspectieven in de media schadelijk is. Zij stellen: ‘Als je als redactie een bepaalde toon, stijl en wereldbeeld aanhangt, zul je daardoor onbewust blijven kiezen voor auteurs die op je lijken – bijvoorbeeld omdat je de waarde van het andere perspectief niet ziet of begrijpt.’ Dit speelt natuurlijk ook op de RU waar studenten ook nog niet wordt aangeleerd wat het belang is van verschillende perspectieven of ervaringen. Door dit in het onderwijs te verwerken, maken studenten kennis met andere wereldbeelden en leren zij de waarde van andere perspectieven in te zien. Dit kan zich dan ook doorwerken in het werkveld. In de media krijgen verhalen van mensen van kleur dan een prominentere plek, politici zijn zich meer bewust over problemen rondom discriminatie en managers houden meer rekening met verschillende mensen op de werkvloer.

Studentenbeweging  

Buiten het onderwijs, kan de RU ook op andere vlakken dekoloniseren. Studenten stimuleren de universiteit al langere tijd om dit te doen. Net als op de University Of Cape Town, waar studenten wilden dat het standbeeld van Rhodes werd weggehaald, vragen RU-studenten al meerdere jaren om een naamsverandering van het Linnaeusgebouw. Linnaeus was namelijk een bioloog die racistische theorieën ontwikkelde. Het waren verschillende studenten, onder andere Sarah Boulehoual, de lijsttrekker van AKKUraadt, die de universiteit vroegen om zich uit te spreken tegen racisme na aanleiding van de Black Lives Matter-protesten. Dit groeiende bewustzijn heeft onder andere geleid tot de aanstelling van een programmamanager Diversity, Equity and Inclusion. Ook de Anti-Racism Awareness Week, die deze week plaatsvindt, is een initiatief van studenten in samenwerking met professoren. Onder studenten is er mede door dekolonisatie al meer aandacht voor ongelijkheid.

Het is nu de taak aan de universiteit om dit door te zetten in het curriculum, waar nog veel winst te behalen valt. Uiteindelijk gaan studenten naar de universiteit om te leren. Als studenten op de RU continu in aanraking komen met diverse perspectieven en theorieën dan zal dat een positief invloed hebben op studenten, ook als zij de universiteit verlaten. Daarom moet binnen de universiteit ruimte worden gecreëerd voor andere verhalen, werkwijze en kennis. We zijn niet verantwoordelijk voor het eurocentrische en eenzijdige onderwijs, maar kunnen er wel verandering in brengen.  

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter