Home Opinie & AchtergrondColumns Het Schaamrood: Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten

Het Schaamrood: Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten

Tweedejaarsstudent Jackie de Bree observeert zo nu en dan confronterende situaties. Doorgaans blijkt daaruit dat gevoelens van schaamte vaker op de loer liggen. Zowel voor haar als haar omgeving. In deze column beschrijft zij met licht ironische toon zo’n geval.


Deze column verscheen eerder in de eerste editie van ANS 2020-2021.

Vorige week zat ik met mijn familie rond de tafel toen mijn zus plotseling vroeg wat ons favoriete spreekwoord is. Haar spontaniteit verraadde een zekere drang om haar eigen voorkeur met ons te delen. ‘Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’, begon mijn zus breed grijnzend. ‘Dit spreekwoord gaat voor iedereen op.’ Als je oordeelt over iemand anders zegt dat oordeel meer over jou dan over die ander, zo beweerde ze.

Zo had ik niet eerder naar mijn eigen oordelen gekeken. Warempel de volgende dag bleek ook ik een typische waard te zijn. Een vriendin vertelde me dat ze pas geleden samen met haar kersverse liefde op straat liep en toen een kennis tegenkwam. Zij was direct op haar hoede. Deze kennis is namelijk berucht om haar slinkse en uiterst jaloerse sneren. Verrassend genoeg prees ze het koppel de hemel in. Van jaloezie was niets te merken. Mijn vriendin leek hoopvol: misschien hadden we ons op de kennis verkeken.

‘Mijn oordeel over de kennis bleek gebaseerd op mijn eigen gedrag.’

Terwijl mijn vriendin door ratelde, dacht ik er verder het mijne van. Ik was in eerste instantie niet van plan om mijn oordeel over de kennis te veranderen. Volgens mij reageerde ze alleen maar zo enthousiast omdat ze haar jaloezie wilde verhullen. Dit deed ze niet voor de buitenwereld zoals zo vaak gebeurt, maar voor zichzelf. Op deze manier hoefde ze niet aan zichzelf toe te geven dat ze überhaupt jaloers was. Haar compliment was dus niet werkelijk gemeend, maar eerder een persoonlijk schouderklopje. Een geniepige doch behendige zet.

Die truc had ik toch maar mooi doorzien! Plotseling hoorde ik mijn zus lachen in mijn hoofd. Doorzag ik de truc door mijn geslepen mensenkennis of omdat ik in een spiegel keek? Had ik deze strategie niet juist zelf meerdere malen toegepast om mijn eigen gezicht te redden? Driemaal kraaide de haan. Mijn oordeel over onze kennis bleek slechts gebaseerd op mijn eigen gedrag. Alleen omdat ik zelf sluw ben, heb ik inzicht in haar slinksheid. Ik voelde me schuldig en kleurde rood. Ik zat ernaast met mijn oordeel en hiermee veroordeelde ik ook mezelf. De kennis lijkt op mij: jaloers is ze namelijk wel, maar een geniepige slang zeker niet.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter