Home Artikelen Started from the bottom now we’re here

In Tijdgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van de kijk op een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Nederlandse rapmuziek.


Afgelopen december haalde rapkanaal 101barz op YouTube een mijlpaal van 1 miljoen abonnees. Op het platform komen allerlei rappers voorbij: van Ronnie Flex en Frenna tot de relatief onbekende Rafello. Ondanks de prestatie is de hiphopscene nog ontevreden over de weinige erkenning die ze krijgt. Zo werd de naam van Défano Holwijn, rapper en YouTuber met 300.000 abonnees, bij EditieNL en de Vooravond incorrect uitgesproken toen hij daar te gast was. Het voorbeeld is geen unicum en staat haaks op het feit dat acht op de tien muziekstreams in Nederland een rapnummer, oftewel hiphoptrack, betreft. Presentator Rotjoch reageerde op de gebeurtenis in een recente 101Barz: ‘Ze willen ons downgraden.’ Niet alleen namen blijken lastig, ook de politiek heeft nog wel eens een confrontatie met rappers. Zo plaatste de Utrechtse gemeenteraad kanttekeningen bij de komst van rapgroep SMIB op het lokale bevrijdingsfestival. Waarom hebben rappers zo’n lastige verhouding met de traditionele media en politiek, ofwel de gevestigde orde?

Verleden: Niet in de puzzel passen, maar wel op de beat

Om de kijk op rapmuziek in Nederland te begrijpen, is het van groot belang om te weten waar de muziekstroming is ontstaan, zo vertelt Kim Dankoor, PhD-onderzoeker naar Noord-Amerikaanse rap aan de Universiteit Utrecht: ‘Rapmuziek ontstond in de jaren 70 in de New Yorkse wijken van The Bronx, waar armoede en criminaliteit heersten.’ Inwoners zagen het organiseren van feestjes als een manier om zich af te leiden van hun dagelijkse problemen en eenheid in de wijk te creëren. Tijdens zogeheten house party’s was er een ‘MC’ die riep waar bijvoorbeeld de beste hiphopdansers en het volgende feestje waren. Deze zei steeds meer in de microfoon en uiteindelijk werd rapmuziek uit de combinatie van die ritmische teksten met de hiphopbeat geboren. Toen rapartiesten populairder werden, zagen ze in dat de muziek ook als politieke boodschap kon worden ingezet en wellicht tot verandering in de arme en criminele buurten kon leiden, zegt Dankoor: ‘Ze rapten over de slechte omstandigheden en waren vanwege de situatie kritisch tegenover overheidsbeleid.’ 

Artiesten rapten als tegenwicht voor de generalisatie van immigranten.

Richting de jaren negentig lag de criminaliteit vaak zo dik bovenop de teksten dat het leek alsof artiesten geweld verheerlijkten. ‘Als gevolg wilden luxemerken niet dat rappers werden gezien in hun kleding en werd het genre enorm gestigmatiseerd. Sommige ouders en politici probeerden rappers zelfs voor de rechter te slepen’, stelt Dankoor. Ook in Nederland stuitte de muziek op afkeuring, vertelt Aafje de Roest, die als PhD’er aan de Universiteit Leiden hiphopcultuur onderzoekt. ‘Rapmuziek bloeide in Nederland in de jaren 90 op als reactie op politici die zich steeds vaker op vrij vijandige en nationalistische toon afvroegen hoe immigranten moesten integreren.’ Artiesten wilden niet dat er generaliserend over immigranten werd gesproken en begonnen als tegenwicht over lokale ervaringen te rappen. De bedenkingen van buiten de scene over de manier waarop dat ging, blijken bijvoorbeeld in het nummer Taal Van De Straat uit 1995 van West Klan. Daarin is een opmerking van een journalist over de grofheid van de muziek verwerkt. De artiesten rappen vervolgens dat ze beter moet luisteren naar de inhoud en niet moet vallen over het taalgebruik: ‘Wat weet jij nou over hoe ik leef? Hoe kun je dan zeggen dat ik overdreef?’

Heden: Van rappen in de hood naar duizend in de moshpit

Hiphop heeft in Nederland vanaf de jaren 90 tot nu een stormloop in populariteit genomen. Dankoor verklaart dit door interesses van de jeugd: ‘Jongeren willen zich vaak afzetten tegen de generatie voor hen en juist in dit genre gebeuren er een heleboel tegendraadse dingen die de oudere generatie niet begrijpt.’ Ze voegt daar aan toe: ‘De thematiek gaat met name op voor zwarte jongeren in de buitenwijken, maar ook anderen die vormen van onderdrukking ervaren, kunnen zich met de boodschap identificeren. Daarnaast vinden jongeren in het algemeen rebellie interessant.’ Rapmuziek was dus sinds de eerste opbloei in de jaren 90 een aanlokkelijk en geliefd genre voor de jeugd. Dit was lang niet terug te zien in de hitlijsten aangezien daarin alleen fysieke verkoop werd meegeteld. Hiphopmuziek is eind jaren 00 echter met name groot geworden op streamingsdiensten als Spotify en Deezer, waarvan de streams pas sinds 2013 voor het eerst werden meegeteld. De Roest vertelt dat deze gebeurtenis voor hiphopmuziek een flink katalysatoreffect had: ‘Doordat het nu wordt erkend als een groot genre, is het terechtgekomen bij een nog groter publiek.’ 

‘De ondergerepresenteerde groep gebruikt taal om aandacht op zich te vestigen.’

Hoewel de streams niet langer kunnen worden genegeerd, wordt hiphopmuziek nog niet zonder mitsen en maren geaccepteerd. ‘De dominante orde, waaronder de politiek en traditionele media, vindt de maatschappijkritiek vanuit de artiesten en het grove taalgebruik nog altijd lastig’, vertelt De Roest. Dat heeft te maken met het feit dat rappers herkenbaarheid onder luisteraars proberen te creëren door te vertellen over het straatleven. Daardoor behandelen ze ook vaak thema’s die daar spelen. Die kunnen heel grof zijn en ook niet tot de norm horen, zoals criminaliteit, geweld en soms zelfs seksistische vrouwbeelden. ‘Vanuit mensen die niet bekend zijn met de muziek ontstaat daar woede over’, stelt De Roest. ‘Zij denken dat het altijd een directe vertaling van de werkelijkheid is. Je kunt het daarentegen ook als een roman op muziek zien.’ Volgens de onderzoeker ligt er vaak namelijk nog een laag fictie overheen. Ze voegt daar nog aan toe: ‘Het gaat bovendien om een groep die ondergerepresenteerd is en daarom taal gebruikt om aandacht op zich te vestigen.’

Toekomst: Trust the process

Grof of niet: rapmuziek wordt onderhand door een groot publiek beluisterd. Dat zien bedrijven ook, vertelt Dankoor: ‘Ze zien het steeds vaker als een middel dat ze kunnen gebruiken om iets te verkopen.’ Denk aan rapper Sticks die te zien was in de a.s.r.-reclame. Volgens Dankoor en De Roest is het echter niet te verwachten dat de gevestigde orde het genre inhoudelijk beter gaat begrijpen. Dat baseren ze op de manier waarop er al decennialang met rapmuziek wordt omgegaan. ‘Media en politiek vragen zich nog altijd af of dat grove wel nodig is en er blijft dus onbegrip’, stelt De Roest. Toch zie je wel iets meer waardering, al is het mondjesmaat. Zo won Ronnie Flex bijvoorbeeld de popprijs, maar plaatste Nico Dijkshoorn daarop vrijwel direct vraagtekens bij de kwaliteit van het oeuvre van de rapper. Dankoor stelt daarbij een lastige vraag: ‘Moet iedereen hiphop wel gaan begrijpen? Het rebelse richting de norm hoort ook bij het genre.’ Ze vervolgt: ‘Daardoor zullen er bij nieuwe stromingen altijd mensen zijn die zich afvragen wat ze hier in godsnaam mee moeten, zoals je nu ziet bij drillrap.’

Artiesten zien dat ze traditionele media niet nodig hebben.

Artiesten hebben zelf ook een lastige verhouding met de gevestigde orde, zo vertelt De Roest: ‘Er zit natuurlijk wel een triomfantelijkheid in de enorme populariteit, maar het is ook wel heel frustrerend als er dan alsnog structureel fouten worden gemaakt in het aankondigen van prominente mensen uit de scene. Zo wordt presentator Rotjoch regelmatig omgedoopt tot rapper.’ Daarnaast, stelt de onderzoeker, zouden rappers ook graag zien dat hun muziek bij de gevestigde orde daadwerkelijk leidt tot meer betrokkenheid bij onderwerpen waar zij zich hard voor maken, zoals racisme en discriminatie. Artiesten zien vanwege de opkomst van sociale media echter steeds vaker dat ze traditionele media niet nodig hebben. In plaats van langsgaan bij talkshows waar hun namen verkeerd worden uitgesproken als ze bij hoge uitzondering worden uitgenodigd, beginnen ze eigen podcasts als Convo en Rookworst. Daar kunnen ze ook nog eens de onderwerpen onder de aandacht brengen die ze zelf belangrijk vinden. De Roest concludeert: ‘Artiesten realiseren zich dat ze het altijd al zelf hebben gedaan en blijven dat dus ook doen.’ ANS 

1 Reactie

Interview met het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (Julia Meilink) @ KIM 26 april 2021 - 18:11

[…] Started from the bottom now we’re here […]

Antwoord

Laat een reactie achter

Gerelateerde artikelen