Home Opinie & AchtergrondTijdsgeest Tijdsgeest: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland

Tijdsgeest: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland

door Redactie

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland.

Tekst: Rindert Oost en Maaike Reinhoudt
Illustratie: Timon Vader

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Nederland: het land waar de eerste homostellen trouwden en homoseksuelen hun seksualiteit kunnen vieren tijdens de Canal Parade in Amsterdam. Nederlanders geloven graag dat hun cultuur heel progressief en liberaal is tegenover homoseksualiteit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt inderdaad dat de meeste Nederlanders homoseksualiteit aanvaarden en zelfs omarmen als onderdeel van hun nationale identiteit. Toch lijkt er een grens te zitten aan dit acceptatievermogen. Veel mensen staan namelijk sceptisch tegenover bepaalde uitingen van homoseksualiteit. Zo mogen mannen zich niet te vrouwelijk gedragen en vinden velen het aanstootgevend of raar als twee mannen hand in hand over straat lopen. Daar komt nog bij dat begin dit jaar de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring verscheen waarin een aantal conservatieve protestanten zich uitsprak tegen homoseksualiteit. Toch is de acceptatie van homoseksualiteit een onderdeel geworden van de Nederlandse identiteit. Hoe is dat zo gekomen en hoe zal de Nederlandse samenleving in de toekomst omgaan met homoseksualiteit?

tijdlijn homoseksualiteitNLVerleden: Voorzichtig uit de kast
Voor de tweede wereldoorlog werd homoseksualiteit niet geaccepteerd in Nederland. Stefan Dudink, universitair docent Gender Studies aan de Radboud Universiteit, licht toe: ‘In 1911 werd artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd, dat seks tussen een meerderen minderjarige van hetzelfde geslacht verbood. Op die manier trachtte men de verspreiding van homoseksualiteit tegen te gaan.’ Sociale veranderingen vanaf jaren vijftig zorgden ervoor dat er meer ruimte ontstond voor homoseksualiteit. Zo kwam een jeugdcultuur op in Nederland, waarin jongeren begonnen met het ontwikkelen van een eigen identiteit. ‘Ze gingen zich vanuit de jeugdcultuur te verzetten tegen de heersende, conservatieve normen van hun ouders’, stelt Dudink. Ook kreeg het individu, in tegenstelling tot het gezin, een grotere rol in de samenleving. ‘Men kreeg meer vrijheid om zich te als individu te ontwikkelen, dus ook op het gebied van seks’, aldus Dudink. ‘Daarnaast bood de opkomende uitgaanscultuur een openbare ontmoetingsplek voor homoseksuelen.’

Deze veranderingen droegen bij aan het ontstaan van een kleine homobeweging in de jaren vijftig met als doel het creëren van een veilige omgeving voor homoseksuelen. ‘Hoewel dit een positieve ontwikkeling was, bleef de beweging naar binnen gericht. De relatie tussen homo’s en niet-homo’s bleef tot begin jaren zeventig problematisch en de politie verrichtte veel arrestaties op grond van artikel 248bis Sr. Het was dus nog steeds een donkere periode voor homoseksualiteit’, betoogt Dudink. Tussen de jaren vijftig en zeventig was er enige vooruitgang, maar pas in 1971 werd artikel 248bis Sr afgeschaft. Tien jaar later, na gewelddadige reacties tijdens een homodemonstratie, realiseerde men zich dat er nog meer moest veranderen. Vanaf dat moment werd de acceptatie van homoseksualiteit langzamerhand onderdeel van de nationale identiteit.

Heden: ‘Niet te nichterig’
‘Nederland is tegenwoordig een van de meest progressieve landen ter wereld wat betreft homo-emancipatie’, stelt Laurens Buijs, docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Niet iedereen in Nederland staat echter positief tegenover openlijke seksualiteit. ‘De Nashvilleverklaring laat zien dat er nog steeds veel conservatieve geluiden in Nederland zijn die homoseksualiteit het liefst zo ver mogelijk willen indammen’, legt Buijs uit. ‘Tegelijkertijd zien we dat het gros van de mensen in Nederland uiterst verontwaardigd reageert op de verklaring. Dit bevestigt nogmaals dat acceptatie van homoseksualiteit tegenwoordig onderdeel is van de Nederlandse identiteit.’ Ook binnen de politieke coalitie zijn er, net als in de samenleving, nauwelijks serieuze tegenstanders van homoseksualiteit meer te vinden. ‘De verklaring leidt wel tot heftige discussies tussen voorstanders van homo-emancipatie en ondertekenaars van de Nashvilleverklaring. Dit soort discussies zorgen juist vaak voor verdere acceptatie van homoseksualiteit’, benadrukt Buijs. ‘De verschijning van de Nashville-verklaring is dus eigenlijk een mes dat aan twee kanten snijdt: het laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar ook hoe ver we al gekomen zijn.’

Hierbij moet wel worden gezegd dat in Nederland een kloof bestaat tussen wat mensen denken en wat ze doen. ‘Nederlanders willen heel graag progressief en tolerant zijn, maar vinden dat in de praktijk vaak moeilijk. Zodra homoseksualiteit zichtbaar wordt, bijvoorbeeld als twee mannen hand-in-hand over straat lopen, vinden velen dit aanstootgevend’, legt Buijs uit. Ook een te sterke afwijking van de gendernorm wordt niet gewaardeerd. Buijs: ‘Voor veel mensen zijn homo’s oké, als ze zich maar niet te nichterig gedragen.’

timon illu emancipatie750x

Toekomst: Hoop op een nieuwe generatie
‘We zullen in de toekomst waarschijnlijk veel meer uitingen van homoseksualiteit, zoals twee zoenende mannen in het openbaar, accepteren’, zegt Buijs opgetogen. ‘Er is al veel verbeterd als je kijkt naar het verleden en onze opvattingen over homo’s. Zo geeft homobelangenorganisatie COC tegenwoordig voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen. Zoiets was vroeger ondenkbaar.’ Buijs verwacht dat dit soort voorlichtingen in de toekomst meer invloed krijgen waardoor traditionele gendernormen minder belangrijk zullen worden. Hier valt echter wel een kanttekening bij te plaatsen. ‘Een duizend jaar oud referentiekader krijg je niet zomaar omvergeduwd. Daar gaan nog een aantal generaties overheen.’

Verder verwachten Buijs en Dudink dat er een kans is dat homoseksualiteit in de toekomst steeds vaker als politiek middel zal worden gebruikt. ‘We zien homoseksualiteit nu al terugkomen in de politieke retoriek’, legt Buijs uit. ‘Politici als Geert Wilders en Thierry Baudet zetten het ‘Nederlandse’ denken over homoseksualiteit af tegen het denken in niet-westerse culturen. Zo willen dergelijke politici laten zien dat religies als de Islam niet passen in Nederland en haaks staan op de nationale identiteit.’ De kloof tussen voor- en tegenstanders van homoseksualiteit neemt daardoor toe. En dit gebeurt niet alleen in Nederland; ook internationaal is de groeiende kloof een probleem voor de acceptatie van homoseksualiteit. Dudink legt uit dat leiders in Rusland en Turkije vaak een vergelijkbare strategie gebruiken als Wilders en Baudet. ‘Zij wijzen naar het Westen als de cultuur die homoseksualiteit accepteert en zetten zich daartegen af. Daarmee wettigen ze hun beleid om bijvoorbeeld sancties tegen de Europese Unie op te leggen.’ Hoewel Nederland dus steeds progressiever zal worden, wordt de kloof op internationaal niveau in de toekomst meer vergroot.

 

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter