Home Artikelen De Dwarsdoorsnee: Wandelen

De Dwarsdoorsnee: Wandelen

door Sjoerd Bakker

In het normale leven is rechtenstudent Sjoerd Bakker vooral bezig met het schrijven en interpreteren van wetsartikelen en jurisprudentie. Buiten het recht om laat hij de strikte verwijzingen achterwege en komt de verbeeldingskracht tevoorschijn. In deze column beschrijft hij een gebeurtenis waarbij de lezer met selectieve context midden in het verhaal valt.


Deze column verscheen eerder in de tweede editie van ANS 2019-2020.

‘Het is goed om een rondje te wandelen nadat je de hele dag binnen hebt gezeten.’ Als iedere student dit veel gegeven advies zou opvolgen, zouden we nu met files kampen op de voetpaden in en rondom Nijmegen. De paden zijn bedroevend leeg en ook voor mij helpt dit advies niet. Het wandelen brengt mij vooral ongewenste gevoelens van verveling en eenzaamheid. Waar komt die goede raad dan eigenlijk vandaan?

Vaak valt te horen dat mensen tot rust komen tijdens het wandelen. In het nooit voltooide boekje Overpeinzingen van een eenzame wandelaar legt Jean-Jacques Rousseau zijn ervaringen vast. Deze filosoof uit de achttiende eeuw schrijft dat tijdens het wandelen zijn geest helder wordt en hij zijn gedachten en gevoelens kan ordenen. Hij had last van waanbeelden, hij was een soort Lange Frans avant la lettre, wat in zijn tijd tot gevolg had dat hij sterk vereenzaamde. Zijn eenzaamheid beperkte zich niet tot het wandelen. De levensomstandigheden van Rousseau verbeterden niet, wel kon hij zijn gedachten op een rijtje krijgen door het wandelen.

‘Als kind was ik vaak bang om alleen achtergelaten te worden.’

Bij mij is dit anders. Mijn gevoelens en gedachtes van ongemak openbaren zich tijdens het wandelen. Waar Rousseau een eenzame wandelaar was, word ik eenzaam tijdens het wandelen: Het heeft veel te maken met een angst die zich bij mij al vroeg openbaarde. Als kind dacht ik nooit last te hebben van nachtmerries, tot ik erachter kwam dat bijna al mijn dromen nachtmerries waren. Ik droomde bijvoorbeeld dat ik rondliep door de school en mijn klas niet kon vinden. Vaak was ik bang om alleen achtergelaten te worden.

Ik denk terug aan de lege voetpaden in en rondom Nijmegen en vermoed hiermee een verklaring te hebben gevonden. Het kan voor niemand fijn zijn om beduusd in een veel te grote wereld rond te lopen. Voor mij openbaarde zich dit al in mijn nachtmerries. Zou het kunnen dat die voortkwamen uit een gevoel dat meer mensen herkennen? Hebben we daarom geen files op de voetpaden?

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter