Home Artikelen De kracht van het collectief

Als student is het belangrijk om voor je rechten op te komen. Dit kan preventief of als een probleem al is ontstaan, zoals in het geval van de coronacrisis en haar gevolgen. Voor betere vertegenwoordiging van hun belangen, zouden studenten lid moeten worden van een studentenvakbond.


Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS 2020-2021.

Wie het oneens is met het leenstelsel, de verhoging van de huur of de manier waarop de universiteit omgaat met de coronacrisis, bespreekt dit in eerste instantie met vrienden. Studenten zijn goed op de hoogte van elkaars problematiek en leven met elkaar mee, vertelt Agnes Akkerman, hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Radboud Universiteit. ‘Onder hen is veel sociale cohesie’, stelt ze. Toch is er een probleem want het blijft vooralsnog bij onderling meningen uitwisselen en discussiëren, waar het ontzettend waardevol zou zijn als zij ook actie zouden ondernemen. Akkerman noemt dat vakbonden steeds minder in het zicht zijn geraakt van mensen. Ook Menno Uphoff, voorzitter van Studentenvakbond AKKU in Nijmegen, stelt dat mensen steeds minder het idee hebben iets te kunnen veranderen aan hun problemen. Dat is echter een doodzonde, want juist vakbonden kunnen bij studenten informeren naar problemen die spelen en hen mobiliseren om daar ook iets aan te doen. Het zou dus juist van belang zijn als studenten hun meningen, na deze te hebben besproken in de kroeg, ook zouden delen met de mensen die daarvoor opkomen. Hierom zouden zij lid moeten worden van de studentenvakbond.

Protesten en gesprekken

Dat georganiseerde actievoering van studentenvakbonden resultaat kan hebben, heeft de geschiedenis al bewezen. Eind jaren zestig bezetten Nijmeegse studenten de aula van de universiteit en pleitten met tienduizend man voor de afzetting van de rector magnificus – met succes. Hoewel protesten die in de jaren zestig en zeventig plaatsvonden wel erg ingrijpend zijn, mogen studenten wel eens weer wat meer van zich laten horen. Zo meent ook Evert Verhulp, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-jurist voor vakbond FNV. ‘Er is een reden dat mijn generatie de dingen nog zo goed voor zichzelf heeft geregeld’, vertelt hij stellig. ‘Dat is omdat wij nog wisten hoe je moest protesteren.’ Ook AKKU te Nijmegen gaat de straat op namens studenten. Dit terwijl maar een fractie van de studenten daadwerkelijk bij hen is aangesloten, ze hebben namelijk iets minder dan tweehonderd leden. Het zou dus ook verstandig zijn als meer studenten zich bij hen aansluiten zodat ze mee kunnen praten over de onderwerpen waarover wordt geprotesteerd en daar ook van op de hoogte blijven. Studenten hebben zelf immers een groot belang bij de onderwerpen die worden besproken.

Studenten staan sterker als zij samen problemen aanpakken.

De studentenvakbond organiseert namelijk niet alleen protesten: deze voorziet studenten van juridische hulpverlening en praat met de gemeente mee over zaken die studenten aangaan, zoals betaalbare huisvesting. De organisatie belt bovendien haar leden en ondertekenaars van de ‘#nietmijnschuld’-campagne op tijdens de coronacrisis om op de hoogte te blijven van hun gesteldheid.

De collegezaal uit en de straat op

Studenten staan sterker als zij samen problemen aanpakken, zo meent Verhulp: ‘Iets wat mensen zich nog steeds niet voldoende realiseren, is dat je in je eentje soms dingen niet kunt bewerkstelligen die met een grote groep wel mogelijk zijn.’ Huisbazen, universiteitsbestuurders of de overheid hebben een onevenredige hoeveelheid macht ten opzichte van de individuele student. De meest effectieve manier om dit op te lossen is dat studenten zich bij een centraal punt verenigen, bijvoorbeeld bij de studentenvakbond. Hoe meer mensen hun meningen namelijk laten horen, hoe zwaarder deze zullen meewegen in toekomstige beslissingen. Het is bijvoorbeeld niet voor niets dat filosofiestudenten naar aanleiding van de Paul Bakkerzaak een petitie zijn gestart. Zij kregen van hun faculteit amper informatie over de gebeurtenissen omtrent het ‘ongepast handelen’ van hun hoogleraar en besloten dat het wellicht slimmer is om in groten getale te laten horen dat ze het daar niet mee eens zijn. Hun machtsvertoon zou zelfs nog groter worden als zij massaal niet aanwezig in college zouden zijn wanneer Bakker in februari toch weer zou gaan doceren.

Als het gros zich zou aansluiten bij de plaatselijke vakbonden, zou deze beter kunnen optreden.

Voorkomen is beter dan genezen


Hoewel het Bakkerverhaal een erg concrete aanleiding heeft, is het ook belangrijk om vanuit preventieve overwegingen bij een vakbond te gaan. Als individuen hebben studenten namelijk alleen informatie over hun eigen situatie. Uphoff bevestigt dat het ook voor de vakbond belangrijk is om soms een ander geluid te horen dan dat ze al kennen: ‘Hoe meer mensen lid worden van onze beweging, hoe beter we dan ook weten wat er daadwerkelijk speelt onder studenten.’ Zodoende kan de vakbond goed geïnformeerde gesprekken voeren met beleidsmakers en de belangen van studenten beter vertegenwoordigen. Meer zielen leiden bovendien tot meer creatieve ideeën en studenten kunnen dan samen nadenken over mogelijke oplossingen van problemen. Als het gros van de studenten zich dus zou aansluiten bij de plaatselijke studentenvakbond, zou deze daardoor veel eerder, effectiever en vooral beter kunnen optreden wanneer studenten meldingen van misstanden maken. Samenwerking helpt, onderschrijven ook Verhulp en Akkerman. Er zal echter wel een organiserende partij bij moeten zijn, waarbij de vakbond de uitgelezen organisatie is. Als lid van de vakbond praat je niet alleen over het probleem, maar help je ook mee bij het vinden van de oplossing. Die oplossing klinkt met een groter aantal aangemelde studenten bovendien ook nog eens luider

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter