Home Papieren ANSBladartikelen De kunst van kritiek

De kunst van kritiek

door Redactie

Games leiden tot school shootings en bloederige films romantiseren geweld: volgens sommigen kan kunst een gevaar zijn voor de samenleving, ook al is de inhoud verzonnen. Moeten er wel morele oordelen over kunst worden geveld?

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Jochem Snijders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS 2019-2020

joker 750x

‘What do you get when you cross a mentally ill loner with a society that abandons him and treats him like trash?’ vraagt Arthur Fleck, alias Joker, zichzelf af in een van de slotscènes van de gelijknamige film. De boodschap van de film lijkt duidelijk: als de maatschappij beter voor hem had gezorgd, was Fleck geen psychopathische massamoordenaar geworden. In sommige Amerikaanse bladen, maar vooral op sociale media, barstte het van kritiek. De film zou geweld romantiseren of ervoor zorgen dat mensen die zich identificeren met de hoofdpersoon aansporen het heft in eigen handen te nemen. 

Joker is niet het enige mikpunt van kritiek. Leden van de Duitse band Rammstein verkleedden zich in een videoclip over de geschiedenis van Duitsland als Joden in een concentratiekamp. Duitsers die zich afbeelden als slachtoffers van de Holocaust: smakeloos, volgens sommigen. Ook de literatuur blijft niet buiten schot. In 2017 kreeg de Vlaamse schrijver Griet op de Beeck het zwaar te verduren nadat ze in de roman ‘Het beste wat we hebben’ haar overleden vader beschuldigde van seksueel misbruik. Ze baseerde zich hierbij op onderdrukte herinneringen. Wat mag je in romans wel en niet zeggen over bestaande personen, zeker als zij geen weerwoord meer kunnen geven?

‘Kunst is een soort klankkast waar van alles weerklinkt.’

Of het nu om films, beeldende kunst, literatuur of games gaat: kunst ligt uit angst voor een negatieve impact op de maatschappij soms behoorlijk onder een vergrootglas. Zijn we vaker vanuit een moreel standpunt gaan oordelen over kunst, en zo ja, moeten we dat eigenlijk wel doen?

Boekenbank
‘De angst voor de negatieve gevolgen van ‘immorele’ kunst is van alle tijden’, vertelt Esther op de Beek, literatuurwetenschapper aan de Universiteit Leiden. In haar proefschrift onderzocht ze welke oordelen critici in Nederlandse dagbladen op boeken hadden. ‘Voor de 19e eeuw stond kunst veel meer dan nu in dienst van ideologische of religieuze overtuigingen. Pas aan het eind van die eeuw ontstond het idee dat kunst autonoom was.’ In deze visie neemt kunst een eigen plek in de samenleving in, onafhankelijk van de heersende normen en waarden van de maatschappij. Daardoor is het een soort klankkast waarin allerlei perspectieven weerklinken.

Voor critici en kunstenaars is het autonomieprincipe vanaf de vorige eeuw leidend geweest, maar dat betekent niet dat kunst vanaf die tijd buiten schot bleef: ‘Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd er nog steeds vanuit een bepaalde morele overtuiging geoordeeld’, vertelt Op de Beek. Zo bestond er tot 1970 een “Informatie Dienst Inzake Lectuur”, een katholieke recensiedienst die bepaalde ondeugdelijke boeken voor haar achterban verbood. ‘Als er in een roman werd gevloekt, of als aanhangers van een bepaald geloof verkeerd werden weggezet, was het een fout boek.’
 
De katholieke recensiedienst is inmiddels afgeschaft en er zijn geen recensenten die het nog wagen boeken voor hun lezerspubliek te verbieden. Toch kan het dat de autonomie van kunst tegenwoordig onder druk staat, denkt Op de Beek. ‘Vroeger was de kunstkritiek een klein domein van experts. Nu hebben heel veel mensen een mening over kunsten een podium om dat op te uiten.’ Deze ontwikkeling ziet kunsthistoricus Judith Noorman ook. ‘Het maakt niet uit waar je het over hebt: kunst, politiek, cultuur – iedereen magoveral een mening over hebben. Dat is prima, maar een persoonlijke overtuiging is geen volwaardige kunstkritiek.’

Kritiek op kunstkritiek
Een goede kritiek moet kunst namelijk op verschillende lagen kunnen duiden, vindt Noorman. Ze geeft aan de Universiteit van Amsterdam het vak Toegepaste kunstgeschiedenis, waarin studenten leren hoe ze een kunstkritiek moeten schrijven. In een goede recensie wordt een kunstwerk volgens Noorman eerder in een historische context geplaatst, gekeken naar de maatschappelijke relevantie of naar hoe een museum een werk presenteert. ‘Of iets moreel wel of niet deugt, is te persoonlijk, omdat het voor iedereen anders is. Een uitspraak als “Het is geen goede film, want misschien zet het aan tot geweld”, is alleen gebaseerd op eigen angsten, niet op feiten.’

Universitair docent Ivo Nieuwenhuis geeft het vak Kunstkritiek aan de Radboud Universiteit. Hij maakt tijdens colleges juist expliciet ruimte om te praten over moreel oordelen. Volgens Nieuwenhuis kijkt iedereen met een bepaalde set normen en waarden naar de wereld. Hij ziet het daarom als onvermijdelijk dat critici moreel oordelen.’Ik geloof dat politiek en moraal overal te vinden zijn, dus ook in een kunstwerk. Kunst gaat namelijk juist heel erg over hoe wij bepaalde machtsverhoudingen of structuren in de wereld zien. Ik denk dus dat je een werk meer recht doet als je het moraliseert of politiek maakt.’ Nieuwenhuis is zelf actief als cabaretrecensent bij dagblad Trouw. ‘Het heeft wat mij betreft juist een meerwaarde om bloot te leggen dat bepaalde kunstwerken alleen maar over oude witte mannen gaan.’ In een recensie over een voorstelling van Theo Maassen oordeelt Nieuwenhuis bijvoorbeeld dat Maassen zich door zijn racistische en seksistische grappen begeeft op een “platgetreden pad” en dat de grappen een teken zijn van “intellectuele luiheid”. ‘Sommige cabaretiers vinden het blijkbaar prima om bepaalde stereotypen in hun voorstelling te bevestigen. Door daar als recensent op te letten, maak je dat zichtbaar.’

 
Geen duidelijke boodschap
Volgens Nieuwenhuis is zeggen dat de boodschap van een theaterstuk slecht is echter absoluut niet hetzelfde als vinden dat het niet gemaakt of getoond mag worden. ‘Maar vaak als je dat eerste zegt, interpreteren mensen het tweede. Moraliserende kunstkritiek roept soms weerstand op omdat mensen het zien als een opgeheven vingertje.’ 

In plaats van een moreel vingertje op te steken, wil Nieuwenhuis vooral duidelijk maken dat de meeste kunst geen eenduidige boodschap uitdraagt waarover geoordeeld kan worden. ‘Kunst is meerduidig en het heeft geen zin om te doen alsof alles heel uitgesproken één kant op wijst. Het is belangrijk om in een recensie ruimte vrij te maken voor dubbelzinnigheden. Je moet niet zo verkokerd zijn in je eigen visie. Kunst mag juist schuren of ongemakkelijk zijn, maar een recensent mag daar ook persoonlijke, ideologische opvattingen over hebben.’

‘In Joker wordt duidelijk dat je als publiek moeilijk kan inschatten wat realiteit is.’

Ook Op de Beek vindt het belangrijk te benadrukken dat kunst altijd meerdere lagen heeft. ‘In Joker wordt duidelijk dat je als publiek moeilijk in kan schatten wat realiteit is. Het kan goed zijn dat de hoofdpersoon zich de steun en sympathie die hij uiteindelijk toch van de maatschappij krijgt verbeeldt. Sommige kijkers willen dat misschien niet begrijpen, of zijn bang dat anderen het niet zo opvatten.’ Wellicht vinden mensen het onprettig om zich te verplaatsen in het hoofd van Joker, net zoals mensen het immoreel vonden om te lezen vanuit het perspectief van Humbert in de Russische roman Lolita, waarin Humbert verliefd is op de twaalf-jarige Lolita. Volgens Op de Beek is deze oefening in verplaatsing juist belangrijk. ‘Als er in een boek racistische of seksistische personages voorkomen, is de belangrijkste vraag niet of het werk racistisch of seksistisch is, maar wat de reacties op deze stemmen zeggen over de maatschappij. Ik denk dat het belangrijk is dat kunst een prikkelende ruimte blijft waarin je lastige kwesties kunt benoemen, omdat het verplaatsen in deze kwesties idealiter leidt tot wederzijds begrip.’


Ruimte voor discussie
Ook Noorman benadrukt het belang van discussie over de interpretatie van kunst. ‘Een moraliserende reactie vanuit de maatschappij zou vooral moeten leiden tot goed nadenken. Mensen kunnen zich afvragen waarom ze op die manier reageren, maar musea kunnen bijvoorbeeld ook stilstaan bij de manier waarop ze kunstwerken weergeven.’ Zo schrapte het Amsterdams Museum de term “Gouden Eeuw”. Schilderijen die onder die term worden tentoongesteld, laten volgens het museum te vaak maar één perspectief op de zeventiende eeuw zien: die van pracht en praal, ook al ging deze welvaart ten koste van een deel van de mensheid. Door zulke werken in een juiste historische context te plaatsen, krijgen bezoekers de kans om een weloverwogen oordeel te vellen. Bovendien is veel kunst ambigu en daardoor niet in één boodschap te vatten. Soms heeft het medium grenzen: naast een bioscoopfilm kan je niet zo makkelijk een bordje ophangen. Bij gebrek aan een bordje om kunst mee in een context te plaatsen, zouden regisseurs met een interview kunnen proberen om de interpretatie van hun werk te sturen. De kans is echter klein dat dit de kijker bereikt.

‘Hoe kleiner het bereik, hoe controversiëler een kunstwerk kan zijn.’

Dat terwijl juist het publiek bij grote, commerciële producties als Joker talrijk is. Wellicht dat de angst voor de film daarom extra groot is: ‘De kans dat er in zo’n groot publiek een jongetje – want het zijn vaak mannen – zit die denkt: goed idee, ik lijk wel op die man, ik ga ook rondschieten, is een stuk groter dan bij een kleine, obscure productie’, aldus Noorman.

Ook Nieuwenhuis merkt dat de kritiek toeneemt naarmate het bereik groter is. ‘Hoe kleiner het bereik, hoe controversiëler een kunstwerk kan zijn. Soms lees je in een ontoegankelijker werk iets heel extreems, waar niemand over valt.’ Wil je dus echt een controversiële boodschap kwijt, giet het dan in complexe poëziebundel die niemand koopt.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter