Home Papieren ANSBladartikelen Over koetjes en kalfjes

Ongeveer twee maanden geleden domineerden boeren het nieuws: ze reden massaal naar het Malieveld, legden het verkeer stil en eentje reed met zijn trekker zelfs een stadhuis in. Waarom protesteerden ze zo hevig? ANS liep een dag mee met een melkveehouder in de Ooijpolder om meer te weten te komen over het boerenleven anno 2020 en de uitdagingen waar de gewone boer voor staat.


Het is pas zes uur ’s ochtends en nog donker in de Ooijpolder, maar in de melkveehouderij van Johan Poelen brandt al licht. Een smal zijweggetje leidt naar een enorme stal waaruit het gedempte loeien van koeien en het zachte gezoem van machines te horen is. Menig student zou zich op dit tijdstip nog een keer omdraaien of werkt juist zijn laatste biertje weg, terwijl Poelen de vroege ochtend heel anders invult. Hij staat met beide benen in een dikke laag mest. Zeven dagen in de week is hij in de weer om zijn 165 koeien te verzorgen, voeden en melken. Dat doet hij met liefde: hij kent elke koe bij nummer en die al wat langer meegaan bij naam. ‘Het is belangrijk om goed voor de dieren te zorgen’, vertelt hij. ‘Per dag moet elke koe ongeveer dertig liter melk leveren en dat doen ze niet als ze niet lekker in hun vel zitten.’ Dan roept hij zijn koeien bijeen om ze klaar te maken voor de eerste melkronde. ‘Kom, kom’, zegt hij stellig. Hij hoeft zijn stem nauwelijks te verheffen: de dieren zijn de boer gehoorzaam. Loom volgen ze Poelens aanwijzingen op en lopen langs een open hek naar een apart gedeelte van de stal. Als een groep van ongeveer twintig koeien klaar staat om te worden gemolken, sluit Poelen het hek. ‘Zo, nu kunnen we beginnen.’

‘Ik durf te wedden dat jij ook op je achterste benen zou staan.’

De koeien worden elke ochtend en avond om zes uur gemolken. Rond tien uur ’s avonds zit de werkdag er pas weer op. Poelen had dan ook geen tijd om tussen de bedrijven door op zijn tractor naar het Malieveld te rijden: ‘Ik kon de koeien niet alleen laten, anders was ik wel gegaan,’ zegt hij vastberaden. Zoals menig boer is ook deze melkveehouder uit de Ooijpolder ontevreden over de recente maatregelen van de overheid. ‘Als de veestapel moet worden gehalveerd, staan er morgen bij alle boeren ‘te koop’-bordjes in de tuin,’ legt Poelen uit. Logisch dat boeren massaal protesteerden volgens de Gelderse melkveehouder: ‘Ik durf te wedden dat jij ook op je achterste benen gaat staan als de regering jouw inkomen halveert.’ Dat het invoeren van dit soort maatregelen kwaad bloed zet, is wel duidelijk na de vele boerenacties, maar waar loopt een moderne boer precies tegenaan? ANS liep een dag mee met melkveehouder Poelen om te zien hoe het leven van een gewone boer er anno 2020 uitziet en met welke problemen hij kampt.


Melken, poetsen en boenen

Als alle koeien door Poelen bijeen zijn gedreven, vormen ze al snel een rij om naar de zogenaamde ‘melkput’ te gaan. In het midden van de stal zit een verlaagd rechthoekig plateau met aan weerszijden melkmachines. Iedere koe weet zijn eigen plek feilloos te vinden in de fel verlichte ruimte. In een mum van tijd staan ze in twee rijen, ieder met het achterwerk naar een soort zuignap die klaar hangt om aangesloten te worden aan de uiers. In het midden van de ruimte staat medewerker Tjalle Stelpstra klaar om de koeien te melken. Sinds kort werkt hij dagelijks op de boerderij om Poelen een handje te helpen. ‘Het duurt twee à drie uur om alle koeien te melken’, roept de jonge boer naar boven. Voordat hij kan melken, maakt hij met een flesje reinigingsmiddel de uiertepels van de koe schoon.

‘Dit heet voordippen. Zo verzorg je de spenen en week je het vuil los’, legt hij uit. Dan zet hij de zuignappen op de uiers en kan de melkmachine zijn werk doen. Terwijl Stelpstra aan het melken is, leidt Poelen de al gemolken koeien terug de stal in en voedert ze. Dit vereist een goede samenwerking tussen de boeren, maar omdat ze goed op elkaar zijn ingespeeld, is overleg niet nodig, legt Poelen uit terwijl hij een hek opendoet zodat de dieren naar een afgesloten gedeelte van de stal lopen. ‘Die koeien moeten nog worden gemolken door Tjalle’, vertelt de boer. Als het vee veilig achter slot en grendel staat, begint hij het eerste gedeelte van de stal schoon te maken. ‘In dat deel komen de koeien die als eerste klaar zijn dadelijk te staan’, legt hij uit.

De mest wordt door een mechanisch voortgetrokken balk door gaten in de grond geduwd en belandt zo in een gierput onder de stal. Intussen loopt Poelen rond en schraapt met een soort zeem de laatste restjes mest weg. In rap tempo veegt hij daarna de boxen van de koeien schoon en gooit nieuw zaagsel op de grond. ‘Dit doen we om uierontstekingen tegen te gaan’, legt Poelen uit, terwijl hij met een enorme emmer zaagsel door de stal loopt. ‘Als een koe melk geeft, gaan haar uiergaten open. Wanneer we eenmaal klaar zijn met melken, blijven die nog even open, maar de koe gaat intussen wel de stal in.’ De boer vult de emmer opnieuw en gaat verder: ‘De boel ontsteekt als het dier in vuil zaagsel gaat liggen. Dan kunnen er namelijk bacteriën in de uiers komen.’ Met een schone box en nieuw zaagsel is de kans veel kleiner dat zoiets gebeurt.

Boerderij: voor jong en oud

Enkele jaren geleden heeft Poelen de boerderij overgenomen van zijn ouders, die nog geregeld op de boerderij aanwezig zijn. Zijn moeder Gerrie Poelen, al in de zeventig jaar, staat net als haar zoon elke ochtend in de stal. Zij ontfermt zich tegenwoordig over de kalfjes, die een aparte plek op de boerderij hebben. Elke jongeling heeft een eigen hok. ‘Ze zijn namelijk erg vatbaar voor ziektes en als ze allemaal samen in één ruimte staan, steken ze elkaar snel aan’, legt de boerin uit. De jonge dieren beginnen harder te loeien bij het zien van de oudere vrouw. Zij moeten nog even wachten: ‘Ik moet haar eerst verse melk geven’, zegt de boerin. Ze wijst naar een mager kalf. ‘Ze is aan de diarree’, licht ze toe. ‘Ik heb wat homeopathische middelen in haar melk gedaan, dat moet helpen.’ Even kijkt de vrouw bezorgd naar het dier maar zegt dan geruststellend: ‘Ze komt er wel bovenop.’ Dan zet ze de kalfjes op een rustig tempo emmers met melk voor en schuift ze hooi tegen de hokken aan. Eén kalfje werkt met gulzige slokken zijn melk naar binnen en slingert daarna met een zwaai van zijn kop de lege emmer de stal in. Stiekem steekt de jonge koe nu haar hals door de spijlen van het hok om het eten van een buurvrouw te stelen. ‘Hé!’ De boerin draait zich om, corrigerend trekt ze de kop van het beestje weg en steekt daarna haar vingers in de mond van het jonge dier. Sabbelend komt het kalfje tot rust.

Regeldoolhof

Rond 11 uur zit het eerste werk van de dag erop en lopen de boeren naar het nabijgelegen woonhuis om te lunchen. Eenmaal aan de keukentafel bladert Stelpstra geïnteresseerd door een boerenmagazine terwijl Poelen koffie zet. De oudere boerin verdwijnt naar boven om zich om te kleden. Dan kijkt de jonge boer op van zijn tijdschrift: ‘Hoe gaat het eigenlijk met het kalfje met diarree?’ Al snel komt er een gesprek over antibiotica op gang. De regels daaromheen zijn namelijk strikt. ‘We mogen dat niet zomaar gebruiken’, vertelt Poelen. ‘Nergens mag er antibiotica te vinden zijn: niet in de melk en niet in het vlees zelf.’ Stelpstra knikt: ‘Daarom gebruiken we altijd eerst homeopathische middelen.’ Een koe kan daardoor wel langer ziek zijn, maar dat moet een boer voor lief nemen. Er wordt volgens de twee namelijk streng gecontroleerd en niet alleen op antibiotica.

‘Alles wordt geregistreerd’, vertelt Stelpstra. ‘Je bent constant bezig met uitrekenen hoeveel brokken de dieren mogen krijgen en of de mest niet te dik of te dun is’, valt Poelen bij. En er komen alleen maar meer regels bij, aldus de melkveehouders aan tafel. ‘Het slaat soms een beetje door, denk ik’, zegt Stelpstra.

‘Ik moet zondagochtend om zes uur gewoon koeien melken.’

‘Als er geen controle zou zijn, wordt daar natuurlijk misbruik van gemaakt, maar je mag er wel vanuit gaan dat iedere veehouder goed voor zijn dieren wil zorgen en zich dus aan de regels houdt.’ Poelen knikt: ‘Voor het geld moet je het sowieso niet doen’. Een gemiddelde boer bij Friesland-Campina moet namelijk boeren voor 35 cent per liter melk. ‘Je bent beter af als je ergens in loondienst gaat.’ Veel boeren kiezen er volgens hem dan ook voor om te stoppen: ‘Ik schat dat hier in de Ooijpolder alleen al dertig procent binnen vijftien jaar stopt’. Er zijn maar weinig mensen die boer willen zijn in een tijd dat het moeilijk is om je hoofd boven water te houden. ‘Ze willen wel werken, maar voor dit loon willen ze dat maar beperkt. Om negen uur beginnen en om vijf uur weer naar huis. Op zaterdag willen ze voetbal, ’s avonds willen ze uit en zondagochtend hebben ze een kater’, lacht Stelpstra. ‘Ik moet op zondagochtend om 6 uur hier gewoon de koeien melken.’ Geen bier voor hem op de zaterdagavond maar wel verse melk in de vroege ochtend.

Poelens melkveehouderij. De zon is nog niet opgekomen maar voor de boer is de dag al aangebroken.
Poelen voert liefkozend zijn koeien.
Eén van Poelens 165 koeien die elke dag dertig liter melk geeft.

Wegens corona komt deze editie van de ANS alleen online uit. De hele ANS lees je hier.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter