Home Papieren ANSBladartikelen Wat de pot schaft

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS 2020-2021.

Terwijl de wereld dit voorjaar tot stilstand kwam, ging het werk van de voedselbanken onverminderd door. Ook de Voedselbank Nijmegen-Overbetuwe zette alle zeilen bij om achthonderd huishoudens van voedsel te blijven voorzien. ANS nam een kijkje achter de schermen om te zien hoe flexibel de organisatie te werk gaat.


Op donderdagmiddag is het een chaotische boel in de centrale loods van de Voedselbank Nijmegen Overbetuwe. Zover het oog reikt, staat de hal vol met eten. Acht vrijwilligers slalommen tussen kisten vol groene appels en dozen met cornflakes. Zij pakken het voedsel uit dat deze week in bulk is binnengekomen en zetten de producten klaar langs de rollerbaan in het midden van de loods. Teamleider Teja Creemers is een van de vrijwilligers die op de werkvloer staat. ‘Vanavond moeten hier achthonderd kratten worden ingepakt.’ Die liggen nu nog ingeklapt tegen de achterwand van de loods, gesorteerd op kleur. Blauw voor eenpersoonshuishoudens, rood voor twee- of driepersoonshuishoudens en grijs voor grotere gezinnen van vier tot zes mensen. Zo staat er elke week een krat klaar dat wordt aangevuld met producten uit de koeling bij de uitgiftepunten waar het eten wordt uitgedeeld. De steun van de voedselbank is bedoeld voor huishoudens in Nijmegen die minder dan 230 euro in de maand per persoon overhouden voor de dagelijkse boodschappen. Veel verschillende mensen hebben dan ook recht op steun van de voedselbank: alleenstaanden en gezinnen, statushouders en staatsburgers, jongeren en ouderen.

‘We weten nooit van tevoren wat er klaar zal staan.’

De inzet van vrijwilligers als Creemers is van groot belang om de boel draaiende te houden. Dat bleek vooral dit voorjaar, toen de voedselbank voor een extra uitdaging kwam te staan tijdens de coronacrisis. Het merendeel van de honderdzestig vrijwilligers is ouder dan zestig en een deel van hen zat daardoor noodgedwongen thuis. Gelukkig stroomden de aanmeldingen binnen en was vervanging snel gevonden. Zo kon de Nijmeegse voedselbank openblijven, zij het met speciale maatregelen in de loods en op de acht uitgiftepunten waar het eten wordt uitgedeeld. Voor klanten die niet de deur uit konden werd een bezorgingssysteem opgezet. De eerste crisis is daarmee overwonnen, maar intussen dreigt een economische recessie die tot een stijging van het aantal klanten kan leiden. ANS liep mee bij de loods en een uitgiftepunt in Hatert om de flexibiliteit van de voedselbank in de praktijk te zien.

Pastasaus tegen de pandemie

Halverwege de middag staan er nog veel producten in de loods om te sorteren, maar Creemers houdt het hoofd koel. ‘Ga rustig zitten, pak een kop koffie’, zegt ze tegen een vrijwilliger terwijl ze naar de rollerbaan loopt. Iedere vrijwilliger heeft een eigen verantwoordelijkheid. De een bouwt een muur van dozen tacokruidenmix zodat die ’s avonds snel kunnen worden ingepakt. Twee andere vrijwilligers verdelen bij de koelcel de zuivelproducten per uitgiftepunt over piepschuimkoelboxen. Het grootste deel van de spullen komt van een regionaal distributiecentrum in Arnhem. ‘Wat we krijgen is afhankelijk van hun aanbod, dus we weten nooit van tevoren wat er klaarstaat’, vertelt Creemers. Deze producten komen vooral van leveranciers die ze anders weg moeten gooien omdat ze niet kunnen worden verkocht. Dat gebeurde bijvoorbeeld op grote schaal tijdens de coronacrisis omdat cafés en restaurants toen voor langere tijd dichtgingen. De rest van de producten die in Nijmegen wordt uitgedeeld, komt van lokale supermarkten en bedrijven. Ook komen er kleinere giften binnen. ‘Soms brengen mensen een tasje eten omdat ze iets willen doneren’, vertelt de teamleider tevreden.

‘Toewijding is kenmerkend voor veel vrijwilligers.’

Hoewel de coronacrisis in het begin vooral extra voedsel opleverde, houdt de voedselbank er rekening mee dat op langere termijn tekorten kunnen ontstaan. Zo is op dit moment de kans aanwezig dat meer mensen in aanmerking komen voor steun door de nasleep van de pandemie. Naast het eten dat elke week binnenkomt, staan daarom langs de muren van de loods stellingen vol houdbare producten als pastasaus en fruitsap. ‘Dat is onze eigen voorraad’, legt Creemers uit terwijl ze de loods rondkijkt. Die voorraad dient als buffer voor magere tijden. ‘Deze producten komen vooral van supermarkten, die eens per jaar speciale inzamelingsacties houden’, vertelt de teamleider. De voedselbank gebruikt daarnaast donaties om verse producten te kopen wanneer het distributiecentrum die niet voldoende kan bieden. Met deze financiële buffer kan de voedselbank ook een eventuele stijging van het aantal klanten opvangen.

Wie goed doet…

Waar er ’s middags tijd is om te theeleuten tussen de werkzaamheden door is het op donderdagavond aanpoten voor de twintig inpakkers. Binnen anderhalf uur moeten ze alle achthonderd kratten vullen. Skyradio schalt uit de luidsprekers en de producten verdwijnen in rap tempo in de kratten. Aan het einde van de rollerbaan worden de eerste pakketten ingeladen in een van de busjes die de volgende dag naar de uitgiftepunten gaan. Achter in de loods bespreekt coördinator klantgericht proces Margriet Bosma kort de gang van zaken met Creemers en loopt vervolgens de trap op naar het hoofdkantoor van de organisatie. Bosma kwam zeven jaar geleden bij de voedselbank omdat ze iets wilde terugdoen voor de maatschappij met haar tijd en inzet. Inmiddels kost het werk haar zo’n vijftien tot achttien uur in de week naast een fulltime betaalde baan. Die toewijding is kenmerkend voor veel vrijwilligers die dit al jaar en dag doen. Volgens Bosma zijn ze bereid om zoveel te doen voor de voedselbank omdat ze zich nauw verbonden voelen met de organisatie, die ze omschrijft als een familie. ‘Elke groep vrijwilligers is een clubje met een eigen routine, maar samen zijn we een geheel.’

‘Ik vrees dat wij binnen tien jaar meer dan duizend klanten hebben.’

Het is zichtbaar dat ze goed op elkaar zijn ingespeeld. Achteraan zet iemand de kratjes op de metalen buizen van de rollerbaan. De andere vrijwilligers leggen er onder andere koekrepen en cornflakes in en duwen de kratten vliegensvlug richting het einde van de band, waar de laatste persoon ze in het busje zet. De inpakploeg duwt na een kleine anderhalf uur het laatste krat over de baan. Enkele vrijwilligers blijven iets langer om de loods op te ruimen, terwijl Creemers de pakketten natelt. Onder de inpakkers die vanavond de kratten hebben gevuld, zijn er ook een aantal die pas sinds de coronacrisis meedraaien. ‘Een derde van onze vrijwilligers viel uit omdat ze tot een risicogroep behoren. Dat hebben we allemaal op kunnen vangen met inwoners van Nijmegen, waaronder heel veel studenten’, vertelt Bosma trots.

… goed ontmoet

De volgende ochtend is de loods weer opgeruimd en gaan de busjes op weg om de uitgiftepunten te bevoorraden. Om half negen ontvangen vrijwilligers bij Wijkcentrum Hatert de pakketten voor hun klanten en richten ze het zaaltje in waar het voedsel wordt uitgedeeld. Een uur later komen de eerste klanten en al snel vormt zich een rij waarin onderling afstand wordt gehouden. In de hal van het buurtcentrum worden ze ontvangen door teamleider Beppie Peters. Ze zit achter een tafel vol papieren, maar die administratie heeft ze amper nodig: Peters kent de meeste van haar honderdvijftig klanten persoonlijk en hoeft alleen te noteren dat ze er zijn. ‘Als ze me kennen, vertellen ze het sneller als ik iets over hun situatie moet weten. Die korte lijntjes maken het makkelijker om mensen de hulp te bieden die zij nodig hebben.’

‘Wij zien iedereen voorbijkomen, van Jan met de pet tot een oud- directeur.’

Het is druk bij het uitgiftepunt vandaag, maar dat was niet altijd zo. ‘In de twaalf jaar dat ik hier in Hatert werk, zijn we van 45 naar 150 klanten gegaan’, vertelt Peters terwijl ze de volgende klant in de rij begroet. Die toename is kenmerkend voor de ontwikkelingen in heel Nijmegen: ‘De afgelopen tien jaar is het aantal klanten verdubbeld. Dat komt vooral door economische ontwikkelingen en veranderingen in intakebeleid’, legde Bosma de avond daarvoor in het hoofdkantoor uit. Mede door de nasleep van de coronacrisis verwacht de coördinator een verdere toename. ‘Op dit moment hebben we weinig extra klanten, maar we staan wel in de startblokken om de capaciteit uit te breiden. We kijken bijvoorbeeld naar de mogelijkheid om een nieuw uitgiftepunt te openen zodat we het werk meer kunnen spreiden.’

Ook op de lange termijn denkt Bosma dat de rol van de voedselbank blijft groeien. ‘De armoede wordt steeds groter en mensen hebben minder buffers. Ik vrees dat wij binnen tien jaar meer dan duizend klanten hebben.’ De meeste klanten die deze vrijdag naar het buurtcentrum in Hatert komen, lijken goedgehumeurd en er hangt een gezellige sfeer in het zaaltje. ‘Goedemorgen zonnestraal, hoe is het?’ vraagt een goedlachse klant aan een vrijwilliger terwijl ze haar pakket overpakt in een boodschappentrolley. Het is echter niet voor iedereen makkelijk om naar de voedselbank te komen. ‘Als mensen voor het eerst komen, vertellen ze vaak dat ze het naar vinden en schamen ze zich’, legt Peters uit. Juist omdat klanten soms worstelen met schaamte beschouwt ze het als haar taak om te zorgen dat mensen zich welkom voelen. Ongemak of niet, de voedselbank is na vijftien jaar geen onbekend fenomeen meer en steeds meer mensen lijken hun weg naar de organisatie te vinden. Zij vormen een diverse klantenkring. ‘Wij zien iedereen voorbijkomen, van Jan met de pet tot een oud-directeur’, vertelde Bosma. ‘Sommige mensen krijgen te maken met een scheiding, ziekte of ontslag. Je hoeft maar even pech te hebben en je redt het financieel niet.’

‘Sommige klanten krijgen te maken met eenzaamheid.’

Naast geldzorgen staan klanten van de voedselbank soms voor sociale problemen. ‘Het is schrijnend om te zien dat sommige klanten ook te maken krijgen met eenzaamheid’, vertelt Peters. Ze is zich ervan bewust dat mensen niet alleen naar het buurtcentrum komen voor hun wekelijkse kost, maar ook voor het contact. Vele zijn de vrijwilligers dankbaar voor hun hartelijkheid en laten dit merken. ‘Mevrouw, wij hebben een kleinigheidje voor jullie gemaakt’, zegt een van de laatste bezoekers. Hij heeft een Egyptisch gerecht met falafel meegenomen van huis. Peters begint te stralen en licht de andere vrijwilligers in: ‘Dames en heren, we hebben lunch!’ Aan de klant geeft Peters nog een cadeautje voor de verjaardag van een van zijn kinderen. ‘We reiken hier in principe alleen voedsel uit, maar het gaat voor mensen om veel meer.’ Dit motto geldt ook in crisistijd en zelfs al neemt het aantal klanten toe, Peters en haar collega’s staan klaar om te helpen.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter