Home Opinie & Achtergrond Nijmegen door de ogen van daklozen

De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Crisiszorg heeft vastgesteld dat er ongeveer 300 daklozen zijn binnen de gemeente Nijmegen. Een groot deel van deze daklozen slijt de nacht op straat. ANS liep mee met een ex-dakloze van Stadswandeling Vagebond die de binnenstad van Nijmegen door andere ogen liet zien.


De Vagebond

Op een ijzige ochtend in december komt ex-dakloze Bernard Kregting met zijn scooter aan bij Museum het Valkhof in Nijmegen. Hier begint de stadswandeling Vagebond, een initiatief van (ex-)daklozen en (ex-)verslaafden, waarbij zij als gids de minder bekende paden van Nijmegen aan het publiek laten zien. ‘De organisatie bestaat nu anderhalf jaar’, vertelt Kregting, een van de oprichters van de organisatie. ‘Ik heb eenzelfde initiatief gezien in Londen en ik vond het een goed idee om dat ook hier in Nijmegen te organiseren. Momenteel hebben we als organisatie elf gidsen in dienst die allemaal een eigen verhaal hebben. Daardoor is elke wandeling anders.’ De route van de wandeling staat wel vast en loopt altijd langs de stadsmuren van Nijmegen. Veel daklozen vinden daar namelijk een plekje om te slapen. 

Ondanks dat Nijmegen verschillende opvangen kent, zijn deze soms vol en kiezen veel niet-verslaafde daklozen er vaak ook expres voor om de nachten op straat door te brengen. ‘Ik ging niet tussen de verslaafden in de opvang zitten’, bromt Kregting terwijl de wandeling richting het Hunnerpark gaat. ‘Ik was niet de enige. Een grote groep daklozen slaapt liever lekker buiten. Mensen voelen zich vaak niet veilig in de opvang. Sommige slapen zelfs met hun schoenen aan, omdat ze bang zijn dat die anders gejat worden.’ 

‘Dit is niet goed…hier is gevochten.’


Sores over Statiegeld

Kregting is zelf anderhalf jaar dakloos geweest en kent daarom de slaapplekken in Nijmegen op zijn duim. ‘Als dit in de lente is dichtgegroeid slapen mensen hier onder de takken’, vertelt hij als hij naar de wilg onder het Hunnerpark wijst. ‘In de winter gaan mensen meer richting het centrum slapen of bijvoorbeeld bij het Radboudumc. Daar zijn luchtroosters, waardoor je lekker warm ligt.’ De gids vervolgt zijn verhaal vanaf een verscholen slaapplek iets verderop. Het is een betonnen buis aan de rand van het park waar een paar maanden geleden tralies voor de ingang zijn gezet door de gemeente. Binnen liggen nog wat kussentjes en pillen die verklappen dat dit iemands vaste stekje was. Ondanks de tralies blijven daklozen hier wel slapen, vertelt Kregting, alleen dan voor- en niet in de buis. 

Hij stopt met praten wanneer hij ziet hoe de plek is achtergelaten. ‘Dit is niet goed…’ mijmert hij terwijl hij het stukje grond voor de betonnen buis bekijkt. De gemiddelde student schrikt niet van wat afval en een leeg kratje bier, maar Kregting is duidelijk aangedaan. Stellig suggereert hij wat hier gebeurd moet zijn. ‘Dit is niet goed afgelopen. Zie je dat?’ Hij wijst naar een paar kapotte flesjes op de grond. ‘Hier is gevochten. Het feit dat ze die niet mee hebben genomen zegt veel. Dit is gewoon statiegeld.’


Verboden hier te slapen

De wandeling zet zich voort richting het Valkhofpark waar de gids naar enkele vervormde struiken wijst. Op het eerste oog lijken deze gewoon wat oud of ziek, maar Kregting vertelt dat de vergroeiingen door mensen zijn ontstaan. ‘De struiken zijn vergroeid omdat daklozen er een ingang in hebben gemaakt om erachter de slapen. Dan liggen ze lekker beschut.’ Struiken blijken niet de enige creatieve bedden voor daklozen te zijn: ‘Mensen verzinnen de raarste plekken’, gaat hij verder. ‘Je hebt ook daklozen die slapen in een graf op een kerkhof. Ze schuiven de plaat weg en gaan daaronder liggen.’ Ook staat er een boomhut in de Ooijpolder en leggen mensen onder de Waalbrug ‘s avonds een zeiltje neer. ‘Dat wordt rough sleeping genoemd.’

Via het Valkhofpark loopt de route door naar de grote trap richting de Waalkade. Kregting stopt bij een bankje waar in het midden een leuning zit. ‘Dit is niet om gescheiden te kunnen zitten. De gemeente doet dit zodat niemand op zo’n bankje kan overnachten.’ Zelf sliep hij de eerste twee nachten zonder onderdak op het station. ‘Daarna ben ik meer richting de Ooijpolder gegaan, omdat je daar minder snel te maken hebt met de politie.’ De meeste daklozen verplaatsen zich net als hij door de strenge regels verder weg van het centrum. ‘De gemeente hanteert hier een ‘als je het niet ziet, is het er niet’-beleid’, vertelt hij. ‘In steden als Londen is dat anders. Daar ligt iedereen langs de winkelstraat, maar hier in Nederland mag dat niet. Het is raar dat je hier overal mag zijn, maar niet overal mag slapen. Als iemand gewoon lekker op straat wil liggen, dan moet hij dat kunnen doen.’ In Nederland wordt het van je verwacht dat je naar de opvang gaat, ‘maar als die vol zit is het je eigen probleem.’


‘De universiteit is erg gastvrij. Zolang je je gedraagt, mag je daar ook gewoon zijn.’


Overwinteren op de universiteit

In Nijmegen zijn er gelukkig ook andere instellingen die zich voor de daklozen inzetten. Zo heeft de organisatie ‘straatmensen voor straatmensen’ een man bij de Waal een paar jaar terug een tentje gegeven. ‘De man die tussen de bosjes slaapt, woont daar al twintig jaar. Vroeger bouwde hij een huisje van kribstenen dus dat tentje was een hele verbetering’, zegt Kregting bij de brug richting de Ooijpolder. Hij vertelt over enkele andere plekken in de stad Nijmegen die populair zijn voor daklozen, zoals de universiteitscampus. ‘In de koude wintermaanden trekt men graag naar de Radboud Universiteit. Daar kan iemand zonder woning opwarmen in de Universiteitsbibliotheek. De universiteit is erg gastvrij. Zolang je je gedraagt, mag je daar ook gewoon zijn. Misschien is dat een katholieke gedachte?’ 


Wanneer de wandeling teruggaat via de Oude Ubbergseweg, vertelt Kregting dat hij zelf al ruim vijf jaar geen dakloze meer is. ‘Ik heb al een tijd een eigen huisje in Lent. Daar heb ik hard voor moeten knokken.’ Hij legt uit dat hij zijn huis deels aan Iriszorg heeft te danken. ‘Toen ik net dakloos was, deed ik niets anders dan brieven schrijven naar woningbouwverenigingen en briefjes ophangen bij supermarkten. Bij Iriszorg kende ik denk ik de juiste mensen en zo heb ik uiteindelijk mijn eigen plekje kunnen krijgen.’ Hij is van mening dat het ook veel aan je eigen motivatie ligt of je eruit kan komen. ‘Er zijn mensen waarvan ik dacht dat het nooit meer goed met ze zou komen maar die hebben het dan toch voor elkaar gekregen’, vertelt Kregting als de wandeling eindigt bij het Valkhofmuseum. ‘De tien andere gidsen hebben een andere ervaring als dakloze die ze kunnen delen. Dit was mijn verhaal.’

Lees ook de reportage van de dag- en nachtopvang bij MFC Iriszorg uit ANS verenigt.

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter