Home Papieren ANSBladartikelen Non, je ne regrette rien

Abdij Koningsoord is een oase van rust en regelmaat. De zusters leven zoveel mogelijk in stilte en spenderen ongeveer vijf uur per dag in de kerk. De rest van de tijd is voor handenarbeid, meditatie en de bestudering van geschriften. ANS liep een dag mee achter de gesloten deuren van het klooster.

Half vijf. De buitenwereld slaapt, maar de nonnen in abdij Koningsoord in Oosterbeek zijn wakker. Op die tijd begint namelijk het nachtofficie. Hoog, galmend gezang vult de kerk en zes psalmen passeren de revue, gevolgd door een gebed en een stille meditatie. Het gebed is de start van een dag die is ingericht aan de hand van zeven getijden, gebedsdiensten die telkens volgens hetzelfde patroon verlopen. Elke dag is hetzelfde, op zondag na: dan zijn sommige gebeden nog uitgebreider. De diensten nemen zo’n vijf uur per dag in beslag. De rest van de tijd is voor het bestuderen van boeken of voor handenarbeid.


De nonnen behoren tot de orde van trappistinnen en zijn daarmee een van de strengste kloosterordes van Nederland. Ze leven volgens de regel van Benedictus, die zoveel mogelijk stilte en regelmaat dicteert. De nonnen leiden een teruggetrokken leven: ze kiezen ervoor het kloosterterrein zo min mogelijk te verlaten en mogen slechts zes keer per jaar bezoek ontvangen. De trappistinnen kiezen uit sterk religieuze overtuiging voor het klooster, maar dat maakt het monastieke leven niet zonder uitdagingen. ANS betrad het omheinde slot van de nonnen en dook een dag in het strenge kloosterleven.


Van studentenkerk naar klooster

In het klooster wonen negentien nonnen, van wie de oudste 87 is. Zuster Guerric is veertig jaar en daarmee de jongste non. Ze had nooit gedacht dat ze in het klooster zou eindigen, vertelt ze met een grote glimlach in één van de vele overlegkamers die het gebouw rijk is. Ze is katholiek opgevoed en als student Geneeskunde aan de Radboud Universiteit ging ze regelmatig naar de studentenkerk, maar vooral omdat daar een jongen kwam die ze leuk vond. ‘Dus mijn motivatie was een beetje… nou ja.’ Ze lacht. ‘Het zij zo. Dat is een periode die ik kennelijk mee heb moeten maken.’ Op een serieuzere toon vervolgt ze: ‘In mijn studententijd stond ik kritisch tegenover het geloof. Ik vroeg me af of God überhaupt wel bestond. Daarnaast had ik kritiek op de positie van vrouwen in de kerk, omdat ze bijvoorbeeld geen priester mogen worden.’

Ondanks haar twijfel bleef ze naar de studentenkerk gaan en in 1998 maakte ze met samen met een groep andere studenten een uitstapje naar abdij Koningsoord. ‘De stilte en het gebed maakten destijds een enorme indruk op me. Toch had ik nog totaal niet het plan om later het klooster in te gaan.’ Het jaar daarop volgde opnieuw een uitstapje met de studentenkerk. Uiteindelijk ging zr. Guerric ook op eigen houtje steeds regelmatiger op bezoek bij het klooster. In 2006 trad ze toe tot de communiteit. De roeping van het kloosterleven was sterker dan haar eerdere twijfels: ‘De kritiek die ik had werd in de loop der tijd oppervlakkiger en het gevoel diep in me dat zei dat ik dit leven wilde, werd sterker.’

Spreken is zilver

‘Dit leven’ betekent ook dat de nonnen zomaar in hun bezigheden onderbroken kunnen worden door doordringend klokgelui. Overal in het klooster klinkt vlak voor het gebed luid gebeier. Op zo’n moment laten de nonnen alles uit hun handen vallen. Zuster Guerric verdwijnt richting de kerk en neemt even later samen met haar zusters plaats in de gebedsstoelen. In de kerk zitten ook een aantal bezoekers die zich ophouden in het gastenverblijf van het klooster. De abdij heeft namelijk een aantal kamers die kunnen worden geboekt door mensen die een paar dagen in stilte en bezinning willen leven. Bezoekers hoeven niet aan alle diensten mee te doen. Zo blijven de meesten tijdens het nachtofficie toch liever nog een paar uur in bed liggen. Er wordt wel verwacht dat ze het ritme van de nonnen respecteren, door bijvoorbeeld ook zoveel mogelijk in stilte te leven. Bij het ontbijt en avondeten in het gastenverblijf mag niet worden gepraat. Deze regels zijn echter minder streng dan de levensstijl van de nonnen, die ook altijd in stilte lunchen.

In de regelmaat van het kloosterleven vindt ze God en daarmee helpt ze mensen.


Tijdens het ochtendgebed zitten elf gasten met psalmboeken in de hand op de houten kerkstoelen. Sommigen zingen alle psalmen mee, anderen bladeren een beetje verward door de boekjes op zoek naar de juiste teksten. Het gezang van de zusters is hoog en wordt dit keer vergezeld door de lage, mompelende bromstem van twee mannelijke bezoekers. Hoewel het een zusterorde is, zijn mannen wel welkom als gast. Ze mogen alleen niet in het slot slapen.
Als de laatste psalm is gezongen en het slotgebed is uitgesproken, wordt de ruimte verduisterd voor een stille meditatie. Een paar nonnen zakken van de stoelen naar de grond en bidden op hun knieën. Anderen blijven een beetje voorovergebogen zitten, met hun blik gericht op het grote kruis dat tegen de achtermuur van de kerk hangt. Hier lijkt de dienst voor de meeste bezoekers toch te lang te duren: het gros haakt af en schuifelt één voor één door de deur terug naar het gastenverblijf.


Generatiekloof

Als de stille meditatie voorbij is, verdwijnen de zusters door een andere deur dan de bezoekers. Hun slot is namelijk privéterrein. Hier vindt het echte, innerlijke kloosterleven plaats: de handenarbeid, de studie van religieuze teksten en nog meer meditatie. Na de sext, het middaggebed, volgt de lunch. Terwijl een van de zusters in de ruime refter alvast de lange tafels indekt, vertelt zuster Guerric fluisterend over de uitdagingen die bij het strenge kloosterleven komen kijken. ‘Als student woonde ik op mezelf, maar hier heb ik constant mensen om me heen. Dat is soms lastig omdat je je niet makkelijk terug kan trekken. Op veel momenten kan je niet praten en dat leidt soms ook tot verkeerde interpretaties en onderlinge wrijvingen.’ Volgens zr. Guerric houdt dit haar een spiegel voor en dat maakt haar eigen gedrag inzichtelijk. Gelukkig staat stilte niet gelijk aan ongezelligheid, zo lijkt het: de nonnen wisselen onderling regelmatig betekenisvolle blikken, glimlachjes en gefluister uit.


Een andere moeilijkheid van het kloosterleven ervaart zr. Guerric extra sterk nu ze veertig is. ‘Vroeger wilde ik altijd kinderen, maar dat kan nu niet.’ Hoewel dit universeel is voor alle vrouwen die kiezen voor het monastieke leven, praten de nonnen hier onderling nauwelijks over. Zuster Guerric denkt dat dat komt door het generatieverschil tussen haar en de oudere nonnen. ‘Ik had de keuze te studeren, een carrière op te bouwen, kinderen te krijgen… de oudere generatie leefde in een andere tijd. Katholieke vrouwen hadden vroeger maar twee opties: een gezin stichten, of het klooster in. Er zit een verschil in wat we door de keuze voor het kloosterleven hebben moeten achterlaten.’ Maar voor de dingen die zr. Guerric heeft moeten opgeven, krijgt ze ook wat terug. In de regelmaat van het kloosterleven vindt ze God en daarmee helpt ze mensen: ‘Ik geloof dat het kloosterleven en de gebeden heilzaam zijn voor anderen. Zij putten troost uit het idee dat er voor hen wordt gebeden.’ In een van de gebeden bidden de nonnen bijvoorbeeld voor voorspoed voor alle gezinnen in het nabijgelegen Arnhem.

‘Ik geloof niet dat vrouwen hun leven met God alleen achter tralies kunnen ervaren.’

Bezinning in de bibliotheek

Zodra de lunch voorbij is, hebben de nonnen tijd voor handenarbeid. Iedereen heeft een eigen taak zoals koken, wassen of naaien. Zuster Guerric is verantwoordelijk voor de bibliotheek, die ze wil herinrichten zodat nieuwe boeken een plekje kunnen krijgen. Op de grond liggen her en der dozen met daarin boeken die gedoneerd zijn door gesloten kloosters. ‘Voor een zusterklooster hebben we een behoorlijk grote boekencollectie’, vertelt zr. Guerric trots. ‘Mannenkloosters hebben vaak een grotere collectie, omdat zij een theologische opleiding krijgen voor het priesterschap.’

Vrouwen kunnen geen priester worden, maar de nonnen in abdij Koningsoord lezen alsnog veel boeken voor zelfontplooiing. De opleiding tot het priesterschap is niet het enige verschil tussen mannen- en vrouwenkloosters. Vrouwen mochten hun monastieke leven in het verleden alleen afgeschermd achter tralies doorbrengen, vertelt zr. Guerric terwijl ze een aantal boeken in de kast zet. ‘Die waren er enerzijds voor de veiligheid van vrouwen, maar voor mij impliceert het ook dat vrouwen werden gezien als het verleidelijke geslacht. Ik geloof niet dat vrouwen hun leven met God alleen achter tralies kunnen ervaren.’ Inmiddels zijn de tralies verdwenen. ‘Ik heb het idee dat er in onze tijd veel meer aandacht is voor de innerlijke motivatie. Dat vind ik een goede zaak.’


De boeken die nieuw zijn binnengekomen voert zr. Guerric met de computer in het systeem in. Daarna krijgen ze een sticker, een stempel en een eigen plek in de boekenkast. Na een krappe drie kwartier luiden de klokken en moet het werk weer worden losgelaten. Door alle tussentijdse gebeden kan zr. Guerric hooguit twee dozen met boeken per week verwerken. Voordat ze zich weer naar de kerk haast, schuift ze nog snel wat boeken aan de kant en legt alvast twee kranten klaar op tafel: De Gelderlander en Trouw. ‘Voor als een van de zusters na het gebed de krant wil lezen’, verduidelijkt ze.

Als jongste heeft zr. Guerric veel begrafenissen van oudere zusters meegemaakt.

Tot in de eeuwen der eeuwen

Later op de dag maakt zr. Guerric een korte wandeling over het buitenterrein. Ze heeft een dikke, roze winterjas over haar habijt aangetrokken. De zachte slippers die de nonnen binnenshuis dragen, zijn vervangen door bergschoenen. Een erg lange wandeling is het niet. Het terrein eindigt bij een laag hek dat het eind van het kloosterterrein markeert. In de tuin ligt een begraafplaats voor overleden nonnen. Als jongste heeft zr. Guerric veel begrafenissen van oudere zusters meegemaakt, vertelt ze met een ernstige blik. In 1998, toen zr. Guerric voor het eerst langskwam bij het klooster, waren er vijftig nonnen. In 2006, toen ze intrad, waren het er 33.


Nu zijn er nog maar negentien. Steeds meer kloosters sluiten omdat oudere nonnen op den duur overlijden en nieuwe aanwas uitblijft. Zuster Guerric is dan ook niet zeker over de toekomst van het klooster. ‘Als er straks nog drie of vier mensen over zijn, moeten we onszelf afvragen: is dit nog een goede manier om door te gaan? Kunnen we het leven in het klooster in stand houden?’ vraagt zr. Guerric zich af. ‘Ik wil daar niet naïef over zijn. Het is iets wat me zorgen baart. Toen ik intrad was de gemiddelde leeftijd een stuk lager en de gemeenschap groter.’ Ze zwijgt even en vervolgt: ‘Het religieuze leven is mijn roeping en daar wil ik voor gaan, maar ik weet niet hoe de wereld er in de toekomst uit gaat zien. Ik hoop en vertrouw erop dat een weg voor me opent.’

‘ Als de stille meditatie voorbij is, verdwijnen de zusters door een andere deur dan de bezoekers.’
‘In de tuin ligt een begraafplaats voor overleden nonnen.’
‘Hoog, galmend gezang vult de kerk en zes psalmen passeren de revue, gevolgd door een gebed en een stille meditatie.’
‘Een paar nonnen zakken van de stoelen naar de grond en bidden op hun knieën.’
‘Zr. Guerric maakt een korte wandeling over het buitenterrein.’

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter