Home Reportage Waar wonen de daklozen?

Waar wonen de daklozen?

door Redactie

Bedelende daklozen zijn niets nieuws onder de zon in het Nijmeegse straatbeeld. Menig student zal ze wel eens hebben aangetroffen voor de Albert Heijn in de stad. Deze zwervelingen kunnen terecht aan de overkant van de straat, bij dag- en nachtopvang MFC Iriszorg. ANS liep een ochtend mee om te zien waar de daklozen wonen.

recreatie 750x

‘Dag- en nachtopvang MFC Iriszorg is een van de laatste deuren waar daklozen aan kunnen kloppen’, vertelt Gert Slagter, coördinator bij de opvang. Hoewel in de volksmond vaak wordt gesproken van daklozen of zwervers, spreekt de opvang van cliënten of zelfs van gebruikers. De meeste cliënten van de opvang zijn namelijk zwaar verslaafd aan alcohol, drugs of een combinatie van die twee. Zij zijn daarom ook kwetsbaar. Velen denken waarschijnlijk dat het de bedoeling is dat de verslaafden afkicken, maar dit is lang niet altijd aan de orde bij MFC Iriszorg. De opvang is er vooral om de cliënten, tegen een kleine vergoeding, een slaapplek te bieden en te voorzien van eten en drinken. Hoewel de opvang afspraken kan maken met de cliënt als deze openstaat voor behandeling, komt het er vaak op neer dat men veelal niet meer wil en kan afkicken. ‘Dit komt omdat deze groep weinig structuur kent’, vertelt een van de medewerkers. Om de kwetsbare inwoners zich geborgen te laten voelen, is het gebouw goed beveiligd: ‘Niemand komt hier zomaar binnen’, vertelt beveiliger Sanjeev. ‘Je moet een cliënt, medewerker of geregistreerde bezoeker zijn.’ Geen wonder dat het voor velen onbekend is wat er zich binnen het monumentale pand afspeelt.

 

‘Het is een wereld waar veel geweld voorkomt en drugs worden gebruikt.’

 

Slapeloze nachten
Nadat de eerste deur is geopend en gesloten, blijkt al gauw dat de beveiliging zeer serieus wordt genomen. Bezoekers zitten als het ware opgesloten in een ingang met dubbele sluis. ‘Hier controleren we cliënten bij wijze van steekproeven of als daar andere redenen voor zijn’, vertelt Sanjeev. ‘We controleren op messen en al het andere dat steekt.’ Volgens groepsmedewerker Suzan kunnen de meeste mensen zich niets voorstellen bij het leven van de cliënten. Het is een wereld waar veel geweld voorkomt, drugs wordt gebruikt en waar vrouwen vaak in de prostitutie werken. Eenmaal voorbij het beveiligingskantoor ziet het er echter vredig uit: in de ontvangstruimte kijken een aantal cliënten National Geographic op de bank. Het is tien uur ‘s ochtends en Suzan vertelt dat dit zo ongeveer het moment is waarop alle daklozen uit de slaapzalen moeten zijn. ‘We wekken ze om negen uur. Daarna mogen de mensen uit de dag- en nachtopvang nog tot tien uur hun spulletjes verzamelen, waarna de zaal op slot gaat.’ 

cameras 350Suzan vertelt dat de cliënten niet iedere dag hun spullen uit de kamer hoeven te halen: ‘Ze kunnen deze hier gewoon laten liggen want het is hun bed, maar als ze twee nachten lang niet langs zijn geweest, zijn ze dat kwijt’, vertelt Suzan terwijl ze de slaapzaaldeuren opent. Met name bij de vrouwen ligt er veel troep op de vloer en staat de vensterbank gevuld met make-up. Volgens haar werken alle vrouwen op één na in de tippelprostitutie. Suzan vervolgt nonchalant, terwijl ze door de gang loopt: ‘De vrouwen zijn er veel nachten niet en werken regelmatig. Toch proberen de meeste cliënten nu de winter nadert zeker te zijn van een bed.’

Voor daklozen die langdurig in de opvang willen verblijven is er tien jaar geleden een andere voorziening bedacht. Zij hebben een eigen kamer met douche en toilet, wat iets duurder is. Dit is niet voor iedereen weggelegd omdat zij dan minder van hun uitkering overhouden. Bovendien willen sommige simpelweg geen vaste plek om te wonen of kunnen zij dat niet vanwege ernstige psychiatrische problematiek. Aan de andere kant van de gang blijft Suzan voor een dichte deur staan: ‘Dit is de gebruikersruimte.’ 

‘Door mijn verslaving zag ik niet in dat ik alle banden met mijn familie kapot had gemaakt.’

Drugs in een gemeentegebouw
‘Toen ik hier begon met werken, verbaasde het me dat zo’n gebruikersruimte bestond’, vertelt Suzan. ‘In deze ruimte mogen om het uur kleine hoeveelheden drugs of alcohol worden gebruikt.’ Nijmegen is de enige stad in Nederland waar geen bedelverbod geldt, wat het voor daklozen mogelijk maakt om op straat geld te verzamelen. Daarvan kopen ze meestal alcohol en drugs, wat voor overlast op straat zorgt. Als oplossing heeft Iriszorg met de gemeente afgesproken om overlast tegen te gaan door in de opvang een ‘gebruikersruimte’ te integreren. ‘Ik werk hier nu al zo lang, dat ik het inmiddels niet meer gek vind. Deze mensen zijn al zo vaak naar een afkickkliniek geweest. Op een gegeven moment moet je als medewerker dan maar accepteren dat zij nooit zullen afkicken. Bovendien: wie zijn wij om ons daarmee te bemoeien?’

gebruikersruimte 350xSuzan zwaait door een raampje naar twee oudere mannen die samen aan een tafeltje met vier biertjes zitten. ‘Dat zijn echt drankbroeders, zij gaan om het uur met twee blikjes naar de gebruikersruimte.’ De cliënten zwaaien vrolijk terug terwijl Suzan vertelt dat er af en toe wel iemand voorbij komt die af wil kicken: ‘Daar maken we afbouwafspraken voor.’ Een zo’n cliënt is René, een man die ze aantikt op de gang. Hij lijkt op eerste oogopslag een bezoeker en geen cliënt: zijn haren zijn verzorgd en hij draagt een colbertje dat goed past bij zijn instapschoenen. Schijn bedriegt, want ook René is dakloos. Hij wil van zijn zware verslaving aan cocaïne en heroïne af en kon alleen nog naar MFC Iriszorg. ‘Ik dacht dat ik nog wel bij vrienden of familie terecht zou kunnen, maar door mijn verslaving zag ik niet in dat ik alle banden met mijn familie kapot had gemaakt’, vertelt hij.

Afkicken tussen verslaafden
Het afkickproces verloopt met ups en downs: ‘Er is veel verveling, wat je dan als slap excuus gebruikt om alcohol te drinken en een joint te roken om maar niet met je emoties in de realiteit te zijn’, vertelt hij zuchtend. Het is een beter alternatief dan zijn voormalige verslaving. Suzan beaamt dat er langzaam moet worden afgebouwd, wanneer een cliënt aangeeft te willen stoppen met de verslaving: ‘Dan gaan we een plan maken en spreken we per persoon af dat hij of zij bijvoorbeeld niet meer om het uur de ruimte ingaat, maar enkel drie keer per dag.’ Zowel René als Suzan stellen dat er veel geduld bij het afkicken komt kijken. Zo willen cliënten vaak direct naar een afkickkliniek zodra ze hun zinnen op een nuchter leven hebben gezet, maar die klinieken hebben vaak lange wachtlijsten en cliënten mogen niet vol in hun gebruik van middelen zitten wanneer ze daar aankomen. ‘Het is in Nederland niet zo geregeld dat we even de auto pakken en naar de kliniek rijden. Je hebt te maken met 100.000 regeltjes en 100.000 wachtlijsten.’

‘We moeten inzien dat verslaving een ziekte is.’

Terwijl René door de gangen van de opvang loopt, houdt hij de deuren open voor Suzan. In de gang op de begane grond staat een enkel boekenkastje en in de gemeenschappelijke ruimte staan een televisie, wat computers en ligt er een krant op tafel. Een man bladert door het dagblad en een ander zit aan de computer. Suzan laat René op de benedenverdieping achter en loopt een brede trap op die naar de bovenverdieping leidt.

Stairway to heaven
rene 350 zwBoven zijn er andere medewerkers werkzaam dan beneden. Medewerker Marieke ontvangt de bewoners van een vaste kamer ‘s ochtends in de woonkamer met ontbijt. Hierna begint de dagbesteding, waarbij cliënten klusjes doen voor geld of gewoon een vrijetijdsactiviteit doen, zoals een film kijken. Dit is belangrijk, omdat ze dan minder op straat gebruiken en geen overlast zijn voor hun omgeving. Medewerker Hans, die al zestien jaar op de vaste woningafdeling werkt, gaat hier verder op in: ‘We moeten inzien dat verslaving een ziekte is.’ Hij legt uit dat er zo nu en dan iemand op hem afstapt om aan te geven te willen stoppen met een drugsverslaving.

‘Die mensen kunnen er uit komen. Voor veel andere cliënten is er niets meer te doen.’ Het bieden van enkel wat houvast vinden de medewerkers van belang voor hen. Tussendoor komt een cliënt nog slaperig binnenwandelen voor de lunch. Het is half 12 en hij zou nog aan de dagbesteding kunnen deelnemen als hij zich voor 12 uur aanmeldt. ‘Als je nu gauw gaat, kun je het nog halen!’ roept Marieke. De cliënt reageert langzaam maar gewillig: ‘Mag ik wat yoghurt met cruesli en ranja?’ Vervolgens sloft hij naar beneden en is zo nog net op tijd voor de dagbesteding. Eenmaal in de gezellig aangeklede recreatieruimte, eet hij zijn lunch rustig op terwijl hij een filmpje kijkt.

Terugval
‘De cliënten mogen maximaal 20 euro in de week bijverdienen aan dagbesteding’, vertelt Suzan. Dit soort financiële zaken worden allemaal bijgehouden door medewerker Henk. In een van de uithoeken van het gebouw zit zijn kantoor. Het is geen gemakkelijke groep om mee te werken. ‘We hebben te maken met mensen van de straat. Die vangen rustig vier of vijf bekeuringen per week door overlast.’ Henk legt uit dat er daarnaast ook nog schuldeisers zijn die af moeten worden betaald. Hoewel de financiële zaken allemaal in overleg gaan met de cliënt, is het daarmee nog niet opgelost. De cliënten sparen vaak zoveel boetes op die ze niet kunnen betalen, dat ze uiteindelijk in detentie moeten.

‘Als ze terugkomen zijn ze helemaal clean.’

De financieel medewerker legt uit dat dit eigenlijk helemaal niet zo nadelig is: ‘Als ze terugkomen, zijn ze eigenlijk helemaal clean: er is geen sprake meer van een alcohol- of drugsverslaving.’ Het lijkt dan alsof de patiënten de goede kant opgaan, maar het gaat vaak alsnog mis. Henk stelt dat ‘driekwart van de cliënten na detentie in het oude patroon valt en weer in de opvang terechtkomt. Hier zitten hun kameraden en hier weten ze hoe het werkt.’
 
René is een dakloze die meerdere malen terugval heeft gekend en daarom bij deze opvang terecht is gekomen. ‘Ik heb vroeger altijd gezegd: ‘Het ligt aan de opvoeding van mijn vader.’ Maar voor een groot deel ligt het aan jezelf. Ik ben altijd op de vlucht geweest voor mijn eigen gevoelens. Nu neem ik hier rustig de tijd om alles weer op een rijtje te krijgen.’

*Op verzoek van MFC Iriszorg zijn de achternamen van de medewerkers en René achterwege gelaten. Deze zijn bekend bij de redactie.

 

 

Gerelateerde artikelen

Laat een reactie achter